Universiteiten maken zichzelf en hun medewerker kwetsbaar als hun bestuurders politieke standpunten vervlechten met beleid, betoogt Jan Bouwens. ‘De echte kwetsbaarheid ligt in de keuze van het onderzoeksonderwerp.’
Wanneer een universiteit of financier expliciet inzet op onderzoek dat past binnen een politieke agenda – of die nu progressief of conservatief is – worden onderzoekers indirect gedwongen hun werk in een bepaalde richting te sturen. Deze druk wordt versterkt wanneer ook de redacties van wetenschappelijke tijdschriften dezelfde voorkeuren delen. Het probleem zit dus niet zozeer bij de individuele wetenschapper, maar in de institutionele structuren die bepalen welke projecten financiering ontvangen en welke artikelen worden gepubliceerd.
Vooringenomenheid
Individuele onderzoekers brengen altijd hun eigen overtuigingen mee, maar zolang zij hun methodologie transparant maken en zich houden aan wetenschappelijke standaarden, hoeft dit de uitkomst van onderzoek niet wezenlijk te beïnvloeden. Een voorbeeld verduidelijkt dit: stel dat twee onderzoekers dezelfde interventie bestuderen om schoolsucces te verbeteren. De ene ziet een gebrek aan diversiteit bewust of onbewust als probleem, de ander niet. Als beiden hun definities, meetmethoden en analyses helder verantwoorden, kan hun persoonlijke overtuiging niet de doorslag geven bij de resultaten van hun onderzoek.
Wel zijn er bekende risico’s zoals p-hacking, waarbij data net zo lang worden bewerkt tot er statistische significantie optreedt, of het selectief samenstellen van steekproeven. Zulke praktijken bedreigen de betrouwbaarheid van onderzoek, al is dit gevaar tegenwoordig kleiner: tijdschriften vragen steeds vaker de ruwe data op, waardoor manipulatie beter controleerbaar is. Ook bestaat de methode van preregistratie, waarbij onderzoekers vooraf vastleggen welke analyses ze gaan uitvoeren. Ten slotte verkleint de anonieme peer review-procedure de kans dat persoonlijke voorkeuren de doorslag geven. Daarmee is de ruimte voor bewuste beïnvloeding door individuele onderzoekers sterk ingeperkt.
De echte kwetsbaarheid ligt in de keuze van het onderzoeksonderwerp. Onderzoekers hebben eigen voorkeuren, maar vooral universiteiten, financiers en tijdschriften sturen de keuzes. Zij kunnen geneigd zijn mensen aan te nemen of publicaties te accepteren die passen binnen hun ideologische overtuiging.
Politieke context
Een voorbeeld uit The Wall Street Journal laat dit zien. Onderzoek naar de voordelen van duurzaamheidsrapportages door bedrijven werd in de Verenigde Staten minder vaak geaccepteerd in toonaangevende tijdschriften naarmate de kansen voor de huidige president op verkiezing toenamen. Dit wijst erop dat de politieke context meebepaalde welke studies kans maakten op publicatie.
Ook in Nederland zijn er signalen dat financiers zoals NWO niet politiek neutraal zijn. Het veelvuldig benadrukken van ‘inclusie’ als uitgangspunt betekent dat de probleemdefinitie al politiek geladen is. Onderzoekers die vanuit een andere invalshoek willen werken, hebben daardoor minder kans op steun. Zo beperkt institutionele voorkeur de vrijheid van onderzoek.
Modieuze thema’s
De belangrijkste bedreiging voor onafhankelijkheid komt dus niet van de individuele wetenschapper, maar van instituties. Wanneer zij structureel voorkeuren ontwikkelen voor modieuze thema’s – zoals duurzaamheid (in plaats van het nauwelijks omstreden thema ‘klimaatverandering’), diversiteit of inclusie (in plaats van het minder omstreden ‘participatie in de samenleving’) – ontstaat er een eenzijdige kennisontwikkeling. Onderwerpen die niet in die trend passen verdwijnen naar de achtergrond, waardoor wetenschap haar veelzijdigheid verliest. Dit is een fundamentele aantasting van academische vrijheid.
Depolitiseren
Ik pleit daarom voor een herbezinning op de rol van universiteitsbesturen, onderzoeksfinanciers en redacties van wetenschappelijke tijdschriften. Hun taak moet niet zijn om politieke voorkeuren uit te dragen of thema’s op te leggen, maar om voorwaarden te scheppen waarbinnen onafhankelijk onderzoek kan bloeien. Dat betekent ruimte bieden voor diversiteit aan invalshoeken en terughoudend zijn met het koppelen van financiering of publicatiekansen aan politieke agenda’s.
Een universiteit die zich bijvoorbeeld te sterk committeert aan duurzaamheid, belemmert onbedoeld onderzoek naar alternatieve perspectieven. Alleen door depolitisering kan wetenschap zich ontwikkelen tot een domein waarin werkelijk onafhankelijk en breed gedragen kennis ontstaat.
Scheefgroei
Wanneer wetenschap wordt gestuurd door modieuze thema’s, ontstaat er een scheefgroei: sommige vragen krijgen disproportioneel veel aandacht, andere verdwijnen uit beeld. Willen we de wetenschap werkelijk onafhankelijk houden, dan moeten de instituties hun rol herzien. Hun verantwoordelijkheid is niet het sturen van onderzoek in een bepaalde politieke richting, maar het garanderen van vrijheid, diversiteit en methodologische degelijkheid. Alleen dan kan wetenschap floreren als bron van betrouwbare en veelzijdige kennis.
Jan Bouwens is hoogleraar accounting aan de UvA.