Onderdrukking, dat associëren we doorgaans met religieuze of seksuele minderheden, etnische groepen en politieke dissidenten. Niet met mensen die niet religieus zijn. Toch loopt deze groep een steeds groter risico op vervolging, schrijft columnist Hicham El Ouahabi.
Je zou het niet meteen denken, maar wie geen religie aanhangt, loopt wereldwijd een steeds groter risico op vervolging. Dat blijkt uit het jaarlijkse Freedom of Thought Report, waarin haarscherp wordt gedocumenteerd hoe atheïsten, humanisten en andere niet-gelovigen in verschillende landen worden gediscrimineerd, bedreigd en zelfs vervolgd. In bijna alle 196 onderzochte landen komt dit in meerdere of mindere mate voor.
Toch is de positie van niet-gelovigen zelden onderwerp van gesprek. Zelfs in academische kringen, waar men doorgaans gek is op discussies en gesprekken over onderdrukking en discriminatie, blijft dit een blinde vlek.
Ik daag u uit: loop een willekeurige universiteitscampus op en vraag naar de vervolging van niet-gelovigen. De kans is groot dat u wordt aangekeken alsof u zojuist heeft gevraagd waar u het beste uw paard kunt stallen. Of probeer eens: ‘Atheïsten behoren tot de meest vervolgde groepen ter wereld.’ Wedden dat uw gesprekspartner u aankijkt alsof u net hebt beweerd dat pindakaas een groente is?
Onderdrukking, dat associëren we doorgaans met religieuze of seksuele minderheden, etnische groepen en politieke dissidenten. Maar mensen die zich van geloof onthouden? Die passen niet in het gangbare narratief.
Natuurlijk, in Nederland is niet-gelovig zijn geen risicofactor, althans niet vanuit de overheid. Bovendien is niet-geloven hier eerder de norm dan de uitzondering. Vandaar dat men het onderwerp van onderdrukking van niet-religieuzen niet relevant acht, vermoed ik.
Maar er speelt, denk ik, meer. Het stereotype van een atheïst of humanist is dat van een rationele, zelfverzekerde denker, iemand die zijn weg wel vindt. Een intellectueel à la Richard Dawkins, die met een glas Chardonnay in de hand een monoloog houdt over de dwaasheid van religie. Niet dat van een kwetsbare underdog. Terwijl in werkelijkheid gaat het om gewone mensen, die al veel te verduren hebben, omdat ze bijvoorbeeld geen paspoort kunnen aanvragen, buitengesloten worden of een doodsvonnis boven het hoofd hangt.
Daar komt nog iets bij: niet-gelovigen hebben geen zichtbare kenmerken en vormen geen gemeenschap op basis van een gedeelde etnische of culturele identiteit. Geen hoofddoek, geen keppel, geen specifieke huidskleur, geen vlag. En wat onzichtbaar is, blijft onopgemerkt. Daardoor zijn ze dubbel zo kwetsbaar. En juist dáárom verdienen ze dubbel zoveel belangstelling.
Als er één plek is waar dit onderwerp de aandacht zou moeten krijgen die het verdient, dan is het in academische kringen. Daar waar onderdrukking en sociale rechtvaardigheid dagelijks onderwerp van studie en debat zijn, zou men zich volop moeten buigen over de realiteit dat miljoenen mensen vanwege hun ‘ongeloof’ worden vervolgd. Des te pijnlijker is het dat juist in die kringen nauwelijks aandacht voor bestaat.
Want nee, het is geen competitie over wie het meeste of het minste lijdt. Maar zolang deze groep systematisch buiten beschouwing blijft, is ons beeld van onderdrukking incompleet. Tijd dus dat niet-religieuzen systematisch worden gezien als een onderdrukte groep en een grotere rol innemen in het narratief over onderdrukking en discriminatie.