Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Jip Koene
opinie

Wat de protesten op AUC werkelijk onthullen

Cor Zonneveld,
14 mei 2024 - 16:22

Dat de pro-Palestina protesten op het Amsterdam University College (AUC) het doel hebben Israël te boycotten, is zeer de vraag, stelt AUC-docent Cor Zonneveld. Maar wat is dan wel het streven? ‘Het conflict tussen demonstranten en het management van AUC kan worden gezien als een hernieuwde poging om het activisme voor sociale rechtvaardigheid te integreren in het beleid en de beslissingen van AUC.’

Eind oktober 2023 begon het Israëlische leger een aanval op de Gazastrook, met het verklaarde doel om Hamas te vernietigen. In deze oorlog zijn tienduizenden Palestijnen gedood, vaak als ‘bijkomende schade’. De oorlog duurt nog steeds voort en het einde van de humanitaire ramp is nog niet in zicht.

 

Kort nadat Israël de Gazastrook aanviel, begonnen wereldwijd protesten tegen de oorlog. Ook aan de hele UvA, inclusief het Amsterdam University College (AUC) waar ik lesgeef, gaven studenten actief blijk van hun afkeuring van de situatie. Aanvankelijk vonden deze protesten plaats binnen het Academisch Gebouw van AUC. Met behulp van megafoons werden boodschappen overgebracht, die vaak eindigden in het herhaaldelijk roepen van de strijdkreet van de demonstranten: “From the river to the sea, Palestine will be free”.

 

Het management van AUC ging al vroeg in gesprek met de demonstranten, maar weigerde toe te geven aan hun eisen en benadrukte het belang van het in stand houden van het onderwijsproces zonder verstoringen. De demonstraties escaleerden in een duidelijk conflict toen demonstranten op 5 februari de ingang van het gebouw begonnen te blokkeren. Later werd de ingang van het gebouw dagelijks geblokkeerd, in een periode waarin veel tentamens in het gebouw zouden plaatsvinden.

 

Er werd politiebijstand ingeroepen om de blokkade te beëindigen, wat resulteerde in de arrestatie van demonstranten. Tijdens de periode van hevige protesten werden leuzen op het Academisch Gebouw gespoten en werd een raam met zware voorwerpen ingegooid. Aan de blokkades kwam een einde toen de daaropvolgende collegevrije week begon, en hoewel de protesten zich nu naar meer centrale UvA-locaties hebben verplaatst, hebben velen van ons het gevoel dat we het laatste van de protesten op AUC nog niet hebben gezien.

‘De doelstellingen van de demonstranten zullen waarschijnlijk geen invloed zullen hebben op de situatie in Gaza’

Hier zou ik willen betogen dat het conflict er in wezen een is tussen het management en een factie van AUC (personeel en demonstranten), over het soort instituut dat AUC zou moeten zijn. De oorspronkelijke oorzaak is niet langer de hoofdzaak; het conflict heeft zichzelf in stand gehouden, omdat geen van beide partijen kan terugkrabbelen zonder aanmerkelijk aan geloofwaardigheid in te boeten.

 

Ten eerste beweer ik dat de doelstellingen van de demonstranten waarschijnlijk geen invloed zullen hebben op de situatie in Gaza. Ondanks politieke druk van de VS en de voorlopige bevindingen van het Internationaal Gerechtshof in de zaak Zuid-Afrika vs. Israël, toont Israël weinig respons om de oorlog te beëindigen of rekening te houden met het welzijn van Palestijnse burgers. Daarom is het onwaarschijnlijk dat een publieke verklaring van AUC de benadering van Israël in het Gazaconflict zou veranderen. Maar als het inwilligen van alle eisen geen verschil zou maken, dan moet er een ander motief achter de aanhoudende protesten zitten.

 

Ten tweede beweer ik dat de demonstranten een diepe wrok voelen jegens het management. Hier zijn enkele citaten die deze visie ondersteunen (nadruk in het origineel): ‘Het managementteam had geen andere optie dan te reageren op de actie, waarmee ze hun ware gezicht onthulden aan de hele gemeenschap’; ‘De decaan probeerde zich te distantiëren van de arrestaties en onderdrukking door passieve taal te gebruiken in communicatie met studenten’; ‘AUC en UvA onthulden hoever ze bereid zijn te gaan om hun banden met genocide te verdedigen’.

 

De volgende citaten zijn van de arrestanten van AUC, gepubliceerd in AUC’s studentenblad The Herring: ‘Het politiegeweld en de criminalisering die we tegenkwamen bij het piket van het academisch gebouw van AUC heeft onze gemeenschap geschokt en heeft de bereidheid van het universiteitsbestuur blootgelegd om hun studenten in gevaar te brengen voor lichamelijk en geestelijk leed om demonstraties de kop in te drukken en hun investeringen in ‘Israëls militaire bezetting’ te beschermen’; ‘De beslissing om de ingangen tot het academisch gebouw te blokkeren was een direct resultaat van de voortdurende onwil van het management om de eisen van de AUFP serieus in overweging te nemen’; ‘Ondanks het schokkende vertoon van politiegeweld op de eerste dag van de blokkade, bleef AUC de veiligheid van haar studenten bedreigen door openlijk te coördineren met en de politie toestemming te geven om studenten te arresteren de volgende drie dagen’. Kortom, de demonstranten houden het management verantwoordelijk voor veel dingen, waaronder medeplichtigheid aan genocide, maar vooral het in gevaar brengen van het welzijn van hun eigen studenten.

 

Demonstranten beschuldigen het management ervan bij te dragen aan politiegeweld terwijl ze beweren dat hun acties geweldloos zijn, maar de definitie van ‘geweld’ blijft dubbelzinnig. Ze beschouwen de acties van de politie als gewelddadig, maar beschouwen hun eigen dwang en verstoring als niet-gewelddadig. Hun acties beperken echter de vrijheid en verstoren campusactiviteiten, wat leidt tot intimidatie en veiligheidsproblemen. Dit manoeuvreren is erop gericht om het management de schuld te geven terwijl ze zichzelf vrijpleiten van verantwoordelijkheid.

‘De drijvende kracht achter het conflict is niet langer de situatie in Gaza, maar de interne politiek’

Ten derde beweer ik dat een aanzienlijk deel van het personeel van AUC de protesten heeft omarmd om hun eigen management te bekritiseren. Toen de protesten toenamen, richtte een docent zich in een brief publiekelijk tot de decaan in een taal die verwant was aan die van de demonstranten: ‘We eisen dat AUC stopt met het inschakelen van de politie uit bezorgdheid om de veiligheid van studenten aan wie we een zorgplicht hebben. Het criminaliseren van protestacties bevordert geen gezonde en veilige leeromgeving en is niet in lijn met onze waarden als docenten.’

 

Net als de demonstranten beweren andersdenkende docenten slachtoffer te zijn van de aanpak van het management: ‘Op dit moment is het duidelijk dat de hardhandige aanpak heeft gefaald. Het had ook een effect op ons gevoel van veiligheid en integriteit als docenten. Velen vrezen dat kritiek zal leiden tot intimidatie, vergelding of disciplinaire maatregelen tegen ons als werknemers. Deze angsten hebben ons maandenlang beperkt in onze mogelijkheden om onze bezorgdheid te uiten’.

 

Tot slot beweer ik dat de drijvende kracht achter het conflict niet langer de situatie in Gaza is, maar de interne politiek. In een mededeling aan alle medewerkers (13 maart) schetsen de demonstranten een aantal ‘voorlopige eisen’: ‘AUC moet onmiddellijk beginnen met het democratisch herzien van de huisregels van AUC in gesprek met het hele studentencorps en de faculteit, en deze onafhankelijk maken van de huisregels van de UvA’; ‘Met onmiddellijke ingang moet politieke vrije meningsuiting ter ondersteuning van Palestina en de bevrijding daarvan worden toegestaan op de campus van AUC’; ‘Sprekers op de teach-ins en alle docenten van AUC in het algemeen moeten zich veilig voelen om zich uit te spreken over hun standpunten tegen de militaire bezetting van Palestina’; ‘AUC moet zich inzetten om extra ondersteunende diensten aan te bieden voor Palestijnse studenten op AUC, en voor Arabische en antizionistische Joodse studenten die zich momenteel onveilig voelen op de Campus’. Hier is de verschuiving in focus duidelijk. De activisten streven naar veranderingen in de regels door middel van eisen in plaats van gevestigde kanalen. Intimidatie, verstoring en vandalisme lijken gerechtvaardigd om deze doelen te bereiken.

‘In de afgelopen zes maanden is AUC geconfronteerd met de belangrijkste crisis in haar vijftienjarige geschiedenis’

De eisen van AUC-activisten lijken misschien bescheiden in vergelijking met bijvoorbeeld de ambities van demonstranten aan de Colombia University: ‘Dit is onderdeel van het wereldwijde bewustzijn tegen onderdrukking. Opstand is nodig om de macht te verstoren’. Ondanks het verschil in ambitieniveau, delen activisten van de Colombia University en AUC een visie op de werkelijkheid waarin sociale dynamiek het gevolg is van machtsdynamiek tussen onderdrukker en onderdrukte, en erkennen beiden het belang van emoties en waarden zoals identiteit, gelijkheid en rechtvaardigheid. Het conflict tussen demonstranten en het management van AUC kan gezien worden als een hernieuwde poging om het activisme voor sociale rechtvaardigheid te integreren in het beleid en de beslissingen van AUC. Van de 27 ondertekenaars van de open brief aan de decaan doceerden 25 van hen Sociale Wetenschappen en Geesteswetenschappen aan AUC, vakgebieden die nauw verbonden zijn met het activisme voor sociale rechtvaardigheid.

 

In de afgelopen zes maanden is AUC geconfronteerd met de belangrijkste crisis in haar vijftienjarige geschiedenis. Hoewel de tragedie in Gaza algemeen erkend wordt, hebben de protesten de aandacht verlegd naar een machtsstrijd met het management. Hoewel deze protesten nooit invloed zullen hebben op de situatie in Gaza, geloven sommigen dat ze AUC kunnen versterken door er bij het management op aan te dringen de eisen van de activisten aan te pakken en in te willigen.

 

De activisten beschuldigen het management van polariserend gedrag, maar gebruiken een vergelijkbare tactiek door hun acties op anderen te projecteren. Terwijl het voortdurend roepen van de Palestijnse slogan door velen als bedreigend kan worden ervaren, zien de activisten het niet als polariserend. Acties zoals het blokkeren en vernielen van het gebouw, maar ook het opzettelijk gearresteerd worden en zichzelf vervolgens afschilderen als slachtoffers van politiegeweld, worden door de demonstranten niet als polariserend beschouwd. Velen geloven echter dat de activisten grotendeels verantwoordelijk zijn voor de escalatie en polarisatie.

 

Er is opgeroepen tot verzoening tussen de kampen die tegenover elkaar staan. Is er hoop op verzoening? Ik betwijfel het, omdat geen van beide partijen kan terugkrabbelen zonder aanzienlijk verlies van geloofwaardigheid. AUC zal niet plotseling toegeven dat het medeplichtig is aan genocide, noch kan het de niet-bestaande banden met Israëlische instituten verbreken. Omgekeerd kunnen de demonstranten zich geen nederlaag veroorloven zonder groot gezichtsverlies. Logischerwijs is de beste keuze voor de demonstranten om zich los te maken van AUC. Studeren aan een universiteit die zij als racistisch en medeplichtig aan genocide beschouwen, impliceert iemand bij deze daden. En wie wil er nu een diploma van een instelling die beschuldigd wordt van racisme, het goedkeuren van politiegeweld en medeplichtigheid aan genocide?