Het is weer tentamenweek, dus de studieruimtes van de UB Vendelstraat stromen weer vol. Wat zijn de ongeschreven regels van het samen studeren? ‘Claimen is vervelend, behalve als ik het doe’.
Een buurman die luidruchtig een onuitputtelijke voorraad energiedrank achteroverslaat, terwijl je net wanhopig een stug filosofisch traktaat probeert te doorgronden? Of er na je pauze achter komen dat je plekje is geclaimd met een rugzak, een bananenschil en een lege koffiebeker? Samen studeren kan gezellig zijn, maar ook een bron van irritatie.
Hoe horen we ons te gedragen in de universiteitsbibliotheek, al generaties lang dé plek om te studeren? Sla je de huisregels erop na, dan blijkt dat de afspraken over studeren in de universiteitsbibliotheek nogal aan interpretatie onderhevig te zijn: ‘Alle bezoekers moeten zich gedragen in overeenstemming met de openbare orde, de goede zeden en de geldende regels van fatsoen’. Drie gebruikers van de UB-Vendelstraat vertellen wat zij onder orde, zeden en fatsoen verstaan.
Kletsen met mate, niet met maten
Het lijkt voor de hand te liggen dat het in de stilteruimtes stil moet zijn. Toch zijn er uitzonderingen, zegt student stadsgeschiedenis Emiel van der Zwet: ‘Hoewel ik toch zou hopen dat er niet gepraat wordt, is kort wat fluisteren wel oké. Ik kan het wel irritant vinden, maar doe het zelf ook en het hoort er een beetje bij’.
Student theaterwetenschappen Brechtje Hartong van Ark staat daar wat minder toegeeflijk in. Ze wil ook niet dat er gefluisterd wordt, omdat niet iedereen dat volgens haar goed kan: ‘Soms kan gefluister een fijn geluid zijn, maar bij sommige mensen klinkt het zo scherp’.
Van der Zwet ergert zich het meest aan grote groepen vrienden die samen studeren in een stilteruimte. ‘Wanneer een groep van negen of tien de ruimte een beetje overneemt, zitten ze soms echt ongegeneerd full-on gesprekken te voeren. Ze durven dat volgens mij als ze het gevoel hebben dat ze een meerderheid zijn in de ruimte. Dat vind ik wel lastig.’
Eten en drinken: liever niet
Over eten in de stilteruimtes bestaat consensus: zero tolerance. Dat betekent niet dat het niet voorkomt. Promovendus klassieke talen Lotte Knijn vertelt over een onaangename ervaring in de studiezaal: ‘Ik heb weleens meegemaakt dat iemand in een volle studiezaal een broodje tonijnsalade ging smeren, en dat daarna met veel gesmak opat.’ Het laat zich raden dat daarbij niet alleen het geluid, maar ook de geur niet bevorderlijk was voor de concentratie: ‘Die hele zaal rook naar tonijn’.
Hartong van Ark vindt dat geur ook bepalend is voor welk drinken toegestaan is en niet. Ze heeft een lage tolerantie voor energiedranken: ‘Geen Red Bull. Drink dan maar gewoon koffie. Ik houd niet van drinken met een chemisch stankje. Het neemt de hele ruimte over en het doet pijn aan mijn tanden als ik het ruik.’
Claimen is meestal asociaal
Het zogenaamde ‘claimen van plekken’ is een heikel punt. Een beproefde methode is het bezet houden van een stoel door je jas of tas er te laten liggen. Handig als je tussendoor naar college moet of een plek bezet wil houden voor een vriend, maar het kan ook wrevel opwekken.
Van der Zwet: ‘Ik zet weleens mijn jas en tas naast me neer als er later nog iemand komt met wie ik ga studeren. Het kan wat mij betreft zolang er genoeg ruimte is. Ik zou het bijvoorbeeld niet doen tijdens de tentamenperiode.’
Knijn vindt dat er te veel geclaimd wordt, en verlangt terug naar de oude universiteitsbibliotheek aan het Singel: ‘In de oude UB stonden er bordjes met dat je twintig minuten weg mocht van je plek. Zo’n regel zou op zich hier ook goed zijn. Er zijn nou eenmaal minder studieplekken, dus hier vind ik claimen voor een uur of langer niet kunnen.’
Voor Hartong van Ark is het ieder voor zich: ‘Claimen is vervelend, behalve als ik het doe’.
Spullen laat je met rust
Het valt op hoeveel mensen hun dure laptops in de studieruimtes laten liggen wanneer ze een kopje koffie gaan halen of een ommetje maken. Het is gebruikelijk dat de andere studenten in de ruimte dan even een oogje in het zeil houden. Van der Zwet merkt op dat er tegelijkertijd ook een zeker vertrouwen bestaat dat je spullen in je afwezigheid niet gestolen worden. ‘Leaving behind your entire net worth to get a cup of coffee’, grapt hij.
Zeg er iets van!
Regels zijn geen regels als ze niet gehandhaafd worden. Maar hoe handhaaf je ‘goede zeden’ en ‘de regels van het fatsoen’?
Knijn houdt er niet zo van om mensen op de vingers te tikken: ‘Het is lastig, net als wanneer mensen praten in de stiltecoupé. Als je daar iets van zegt, dan krijg je een snauw terug. Er bestaat een angst om anderen aan te spreken op hun gedrag, uit angst de sfeer te verpesten. Wie ben ik om andere mensen te corrigeren?’
Dat Hartong van Ark niet handhaaft, ligt volgens haar aan de nieuwe bibliotheek. ‘Ik voel me hier niet zo comfortabel als in de UB Singel. Daar heb ik weleens in de oude bronnenkamer gezegd: “Je drinkt je Red Bull maar op de gang”.’
Van der Zwet durft het meestal wel aan: ‘Het begint met subtiel oogcontact, dan iemand net iets te lang aanstaren, en soms snappen mensen die hint niet. Dan zeg ik er wat van. Als je mensen niet aanspreekt op ongeschreven regels, dan verschuiven die regels. Daarom spreek ik mensen principieel aan’.