Na jarenlang gesteggel wordt de Archiefwet binnenkort vermoedelijk aangepast, waarna het oorlogsarchief CABR online gepubliceerd zou mogen worden. Dat zou studenten en onderzoekers van de UvA weer een retourtje Den Haag schelen. Klinkt goed, maar privacywetgeving blijft een obstakel.
De Tweede Kamer stemt morgen over een aanpassing van de Archiefwet, die overheidsarchieven in staat zou stellen archiefmateriaal met bijzondere en persoonsgegevens op het internet te zetten. De wetswijziging introduceert namelijk de optie om publiek belang voorrang te geven boven bescherming van privacy. In theorie biedt dat kansen voor onderzoekers, maar de praktijk is waarschijnlijk hardnekkiger, zegt Charles Jeurgens, hoogleraar archiefwetenschap aan de UvA.
Een goudmijn voor wetenschappelijk onderzoek
De aanleiding van de voorgestelde wetswijziging was de openbaarmaking van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), 485.000 dossiers van na de Tweede Wereldoorlog op collaboratie onderzochte Nederlanders. Het Nationaal Archief, dat het CABR bewaart, wilde het gedigitaliseerde archief per 2025 online raadpleegbaar maken. Er stond een website klaar waarop bezoekers gemakkelijk konden grasduinen door de oorlogsdossiers: een potentiële goudmijn voor wetenschappelijk onderzoek volgens het Nationaal Archief.
In december 2024 kreeg het Nationaal Archief plotseling te horen dat het zijn plannen moesten uitstellen, wegens zorgen van de Autoriteit Persoonsgegevens. De dossiers zitten namelijk vol met strafrechtelijke persoonsgegevens, die volgens de Archiefwet niet zomaar gepubliceerd mochten worden. ‘De huidige archiefwet zegt dat verwerking van persoonsgegevens mag, bijvoorbeeld om archieven naar een archiefbewaarplaats over te brengen of om ze te digitaliseren, maar niet om voor raadpleging beschikbaar te stellen’ legt Jeurgens uit.
Met de wetswijziging, die overigens al onder kabinet Schoof is bedacht, hoopt het kabinet het project Archief bijna twee jaar later toch te kunnen verwezenlijken. Wanneer een archief te maken heeft met oorlog, genocide en misdaden tegen de menselijkheid, zoals bij het CABR het geval is, kan de minister van OCW straks toestemming geven voor digitale beschikbaarstelling. In het Kamerdebat over de aanpassing kon minister Letschert haar enthousiasme daarover nauwelijks verhullen. Ze noemde de digitale omgeving van het CABR ‘echt prachtig (…) vanuit een wetenschappelijk en educatief perspectief’.
Professionele scepsis
Jeurgens beaamt dat de wijziging ‘wel echt een drempel wegneemt voor onderzoekers’, maar is enigszins sceptisch over de reikwijdte van de nieuwe mogelijkheden. Overheidsarchieven kunnen namelijk alsnog te maken krijgen met andere privacywetgeving. ‘De Uitvoeringswet AVG blijft onveranderd, en die stelt nog steeds voorwaarden aan de verwerking van persoonsgegevens’. Bij de publicatie van het CABR zal het Nationaal Archief dus nog steeds rekening moeten houden met de beschermingsverplichtingen die de AVG oplegt. ‘Dossiers van mensen die onderzocht zijn en nog leven, worden daarom bijvoorbeeld sowieso niet online beschikbaar gesteld.’
Ook een ander heikel punt bij de publicatie van de CABR blijft door de AVG overeind: ‘Het grootste probleem voor de Autoriteit Persoonsgegevens zijn de mensen die in de dossiers voorkomen maar niet zelf berecht zijn – en dus geen eigen dossier hebben’, vertelt Jeurgens. ‘Daar komen namelijk ook heel veel mensen in voor waarvan we weten dat nog een groot deel in leven is, bijvoorbeeld kinderen van mensen die onderzocht zijn op collaboratie, maar ook slachtoffers en getuigen’. Momenteel wordt er gespeeld met het idee van een meldpunt voor mensen die hun naam tegenkomen om dat probleem te ondervangen.
Geen kant-en-klare antwoorden
De aanpassing in de Archiefwet betekent dus niet dat de plannen van het Nationaal Archief straks van een leien dakje zullen gaan. Ook áls de dossiers straks online komen, blijven ze bovendien complexe materie voor onderzoekers, waarschuwt Jeurgens. ‘Ik denk dat het als onderzoeker hartstikke mooi is als jij straks die bestanden digitaal kunt doorzoeken. Maar het is en blijft een buitengewoon ingewikkeld archief, een onderdeel van de chaotische werkelijkheid van vlak na de oorlog. Uiteindelijk zijn heel veel mensen toch geïnteresseerd in “was opa fout of niet?”, of door wie hun opa verlinkt is. Dat zijn moeilijke vragen, en het is niet zomaar een archief waar je makkelijk conclusies uit kunt afleiden.’
De Tweede Kamer stemt op 22 september over de voorgestelde wijzigingen.