Gotu Jim (29) combineerde een beginnende rapcarrière met een studie sociale geografie en planologie aan de UvA. Hoe ging hem dat af? Folia interviewde hem in aanloop naar zijn herfsttour, waarbij hij ook Paradiso aandoet.
Al vanaf zijn vijftiende is Gotu Jim – echte naam: Jim Lageveen – met muziek bezig, zo vertelt hij vanachter een zwarte koffie in studentencafé Kriterion. Wat begon met het in elkaar knutselen van wat huis-tuin-en-keukenbeats op zijn slaapkamer, groeide uit tot een volwaardige rapcarrière, met miljoenen streams op Spotify en optredens op de allergrootste podia. De kiem voor dat succes legde Lageveen al in zijn tijd als student sociale geografie en planologie aan de UvA. Hij stond nog midden in het studentenleven toen in 2018 zijn eerste nummers uit het niets viraal gingen.
Toen stond je ineens in de schijnwerpers, hoe was dat?
‘In eerste instantie kwam mijn muziek vooral bij studiegenoten terecht. Het was eigenlijk pas in m’n laatste jaar op de UvA dat ik echt wat vaker herkend werd op de universiteit. Ik heb één keer meegemaakt dat er iemand een foto met flits van mij maakte terwijl ik aan het studeren was. Dat was wel raar. Maar verder viel het allemaal wel mee. Ik vond het eigenlijk ook wel leuk.’
Hoe ging het studeren je verder af?
‘Ik heb altijd wel goed kunnen leren, dus het boeken lezen en papers schrijven lukte me wel. Op de middelbare school heb ik nog even getwijfeld over een muziek- of toneelopleiding, maar uiteindelijk trok de vrijheid van de universiteit me meer. Ik was goed in aardrijkskunde, en geïnteresseerd in thema’s als klimaatverandering en stedenbouw. Dus het werd sociale geografie.’
‘Verder gaf het studeren ook wat houvast, dat vond ik lekker. Ik kon gewoon rustig muziek maken, zonder dat ik daar heel veel druk bij voelde. Van mijn studiefinanciering en het geld dat ik verdiende met mijn muziek kon ik wel leven.’
Wat denk je dat je was gaan doen als je geen artiest was geworden?
‘Bij de gemeente werken ofzo? I don’t know… Veel studiegenoten werken daar nu. Ik ben eigenlijk nooit zo bezig geweest met wat ik later zou willen, ook nu niet. Ik kijk niet echt verder dan een jaar in de toekomst.’
Je treedt veel op bij studentenverenigingen. Toch lijk je mij niet per se het corporale type.
‘Klopt, een corporale vereniging zou niet bij mij passen, maar ik snap best dat mensen dat wel doen. Verder zijn die shows daar wel altijd heel leuk, dat is voor mij het belangrijkst. Het is een enthousiast en chaotisch publiek, dat zorgt voor een goede sfeer.’
Mis je het studentenleven wel eens?
‘Jazeker, soms wel. Ik kwam hier natuurlijk ook veel, op de Roeterseilandcampus, omdat ik me thuis niet goed kon concentreren. De onbezorgdheid van het student zijn mis ik soms wel. Je hoeft echt helemaal niets, alles kan en mag.’
Er is dus veel veranderd in jouw leven sinds je bent afgestudeerd.
‘Ja, sowieso. Mijn carrière is nu echt een fulltimebaan. Ik kan niet meer doordeweeks gaan drinken of tot vier uur ’s nachts in de studio blijven hangen. Dat trek ik niet meer en het is ook niet gezond. Hoe ouder je wordt, hoe meer gezeik. Je hebt gewoon veel meer verantwoordelijkheden en verplichtingen.’
Hoewel je zelf alweer een paar jaar geen student meer bent, is jouw muziek – met thema’s als drank, drugs en uitgaan – nog altijd erg populair onder studenten.
‘Klopt, maar ik denk dat ook jonge mensen die niet studeren die onderwerpen herkennen. Eigenlijk gaat mijn muziek dus helemaal niet over het studentenleven. Mensen zien dat zo, dat is prima, maar dat is hun eigen interpretatie. Zelf vind ik mijn nieuwere muziek helemaal niet meer studentikoos.’
Hoewel je zelf alweer een paar jaar geen student meer bent, is jouw muziek – met thema’s als drank, drugs en uitgaan – nog altijd erg populair onder studenten.
‘Klopt, maar ik denk dat ook jonge mensen die niet studeren die onderwerpen herkennen. Eigenlijk gaat mijn muziek dus helemaal niet over het studentenleven. Mensen zien dat zo, dat is prima, maar dat is hun eigen interpretatie. Zelf vind ik mijn nieuwere muziek helemaal niet meer studentikoos.’
Probeer je dan ook actief een bredere doelgroep aan te spreken met je muziek?
‘Aan de ene kant wil je wel groeien en stappen zetten, maar het is niet zo dat ik mezelf echt een bepaalde kant op wil pushen. Het is ook beter om niet te veel bezig te zijn met de vraag: wie gaat hiernaar luisteren? Het gaat meer om wat ik zelf uit wil stralen, en dat verandert natuurlijk wel met de tijd. Je wordt ouder en je smaak verandert, dus je bent wel de hele tijd in ontwikkeling.’
Dit blad wordt gelezen door een hoop eerstejaarsstudenten. Wat voor tips kan je hen geven die je zelf als beginnend student graag had gekregen?
‘Voor mij was de overgang niet zo groot, omdat ik al in Amsterdam woonde, maar tegen al die studenten die nu voor het eerst in Amsterdam komen wonen zou ik zeggen: neem het studeren niet te serieus. Ga op zoek naar wat je leuk vindt, er is hier zoveel te doen aan kunst, cultuur of uitgaan.’
Welke clubs raad je aan?
‘Ga allemaal maar gewoon naar het Leidseplein en kijk maar waar je dan uitkomt. Ik weet niet wat je bij die clubs in Noord zou moeten als je echt net in Amsterdam komt kijken. Begin maar gewoon bij het Leidseplein.’
Over uitgaan op het Leidseplein gesproken, in december sta je met een eigen show in Paradiso. Went het al een beetje om op zulke podia op te treden?
‘Ja dat went wel, maar het blijft natuurlijk wel heel bijzonder. Ik ben daar in de buurt opgegroeid en kom al vanaf m’n veertiende in Paradiso. Ik ben daar door de jaren heen zó vaak geweest, het is gewoon één van de mooiste en meest intieme zalen die ik ken. Dus dat ik daar weer een eigen show ga geven is echt bijzonder. Op zo’n dag staat er ook echt wel druk op, hoor. Maar als je eenmaal het podium opstapt heb je geen tijd om nog met die zenuwen bezig te zijn. Dan is het gewoon gaan en aan de slag.’