Het is zomer en dat betekent dat alle grote sportevenementen weer losbarsten. Ook UvA-studenten doen volop mee. Wat staat er op het spel? Daarover gaat de zesdelige Folia-serie De sportzomer van 2026. Deze week, UvA-student en wielrenner Quinten Veling (27) komt de zomer door met criteriums rijden.
Quinten, de afgelopen jaren kampte je met een ellendige blessure van je liesslagader. Hoe zijn de afgelopen jaren voor je geweest?
‘Als ik terugkijk op de afgelopen tweeëneenhalf jaar mag ik niet klagen. Ik heb op amateurniveau veel gewonnen en twee jaar geleden ook een professioneel contract getekend bij wielerploeg Diftar. Daar heb ik goede uitslagen kunnen rijden, maar vorig jaar ging niet helemaal zoals ik hoopte. Ik had veel last van mijn blessure, door de afknijping van je liesslagader krijg je last van je rug en treedt er snel verzuring op in je benen.’
Sport: Wielrennen
Studie: Econometrie
Wielrent sinds: zijn 8ste
Neemt deel aan: Het 46ste criterium van Obdam, 12 juli 2026
‘Dit jaar gaat dat beter en kan ik het met fysiotherapie en oefeningen beter managen. Sinds 1 juli rijd ik weer op amateurniveau. Nu kan ik me weer focussen op het winnen van criteriums en het rijden van etappekoersen (meerdaagse wielrenwedstrijden, red.) in het buitenland, wat ik vorig jaar zo ontzettend leuk vond.’
Wat is een criterium precies?
‘Een criterium is een wedstrijd van zo’n tachtig kilometer over een parcours van ongeveer een kilometer, vaak door een dorpscentrum of woonwijk. Criteriums zijn het hele jaar door, maar na de Tour de France bereiken ze een hoogtepunt. Daar zijn ze ook van bekend, jongens die de Tour hebben gereden rijden soms de volgende dag al een criterium in eigen land, het beroemde “Rondje om de kerk”. Dat zijn geen echte wedstrijden, meer parades, ook wel kermiskoersen genoemd waar renners goed voor betaald krijgen. Voor de criteriums die ik rijd krijg je geen startgeld, maar kun je wel geld verdienen door tussensprints te winnen of een goede einduitslag te rijden. Afgelopen periode reed ik er wel drie per week.’
Wat is er leuk aan criterium rijden?
‘De rondjes zijn kort, je rijdt er wel 60 tot 80, en het parcours is daardoor heel bochtig. Dat maakt de wedstrijden heel zwaar en daardoor is het iedereen voor zich. Bij grotere wedstrijden is het vaak meer tactiek en afwachten. Hier gooi je meteen de knuppel in het hoenderhok en heb je weinig nadeel van je aanvallende tactiek. Als je de wedstrijd wint pak je tweehonderd euro. En dat drie keer per week: dat is toch een leuk zakcentje.’
Wat staat er op het spel?
‘Ik gebruik de criteriums vooral om beter te worden om weer etappekoersen in het buitenland te kunnen rijden. De afgelopen weken ben ik ziek geweest, de Nederlandse Kampioenschappen moest ik afzeggen omdat ik met koorts op bed lag. Ik hoop dus dat ik snel weer op topniveau ben en ook nog wat kan winnen deze zomer.’
Waar droom je nog van?
‘Natuurlijk droom je ervan dat je voltijd profwielrenner wordt en naar de Tour de France gaat. Dat is dan niet gelukt. Maar betekent dat dat het een mislukking is geweest? Dat denk ik niet. Er zijn maar een paar jongens die naar de Tour gaan, maar er zijn ook weinig mannen die een criterium kunnen winnen.’
‘Als profwielrenner kun je er alleen van leven als je in de internationale competities rijdt. Om dat niveau te bereiken, werk je even hard als de andere mannen. Ik heb besloten om dat nu echt om te gaan draaien en mijn studie econometrie af te maken. Daaromheen blijf ik wel trainen, maar de wedstrijden komen op de tweede plaats.’