Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Krijgt elke stagiair straks eindelijk een vergoeding? En vier andere vragen
Foto: Marc Kolle
actueel

Krijgt elke stagiair straks eindelijk een vergoeding? En vier andere vragen

Tijmen Hoes Tijmen Hoes,
15 uur geleden

Minister van OCW Rianne Letschert (D66) heeft aan de Kamer laten weten dat ze van plan is stagevergoedingen voor zowel mbo- als hbo- en wo-studenten te gaan verplichten. Maar heeft zo’n vergoeding wel zin zonder minimumbedrag? En welke studenten gaan er op deze manier eigenlijk op vooruit? Vijf vragen over de stagevergoeding.

1. Welke studenten gaan hiervan profiteren?

De grootste winst wordt geboekt op het mbo, waar op dit moment slechts 43 procent van de stagiairs een vergoeding ontvangt. Maar ook lang niet alle universitaire stagiairs krijgen betaald; uit onderzoek van ResearchNed uit 2023 bleek namelijk dat 35 procent van de wo-studenten met een verplichte stage daar geen vergoeding voor krijgt. Voor die groep lijkt het voorstel van minister Letschert dus uitkomst te bieden. Maar wie binnenkort aan een stage begint, hoeft zich nog niet direct rijk te rekenen: als de wet wordt aangenomen, wordt die waarschijnlijk pas in 2028 ingevoerd.

 

2. In welke sectoren worden er nu geen stagevergoedingen betaald?

Er is de laatste jaren vooral veel te doen geweest rond studenten die stagelopen bij een UMC – geen coassistenten dus, maar verpleegkundigen in opleiding bijvoorbeeld –, zonder dat zij daarvoor betaald krijgen. Volgens de cao hebben zij recht op een stagevergoeding van vijfhonderd euro per maand, maar de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra heeft een aantal criteria geïntroduceerd, waardoor een deel van hen in de praktijk alsnog geen vergoeding krijgt. Zo werd er een lijst met studies opgesteld die volgens de ziekenhuizen ‘intern’ zijn, en waarvan de stage dus wordt gezien als een regulier onderdeel van het studieprogramma. Studenten die zo’n opleiding volgen, krijgen dus niet betaald voor hun stage.

 

Voor coassistenten (studenten geneeskunde die coschappen lopen om ervaring op te doen in het ziekenhuis) geldt dat zij helemaal niet in aanmerking komen voor een stagevergoeding. Wel krijgen zij een onkostenvergoeding van driehonderd euro per maand.

Volgens de LSVb worden ‘de structurele problemen waar stagiairs tegen aan lopen’ niet opgelost

3. Waarom komt de verplichte stagevergoeding er nu pas?

Een veelgehoord argument van een werkgeversorganisatie als VNO-NCW was altijd dat een verplichte vergoeding het aantal stageplekken zou doen dalen. Ook hebben politici die tegen de vergoedingsplicht waren lang naar de cao’s gewezen als alternatieve route om stagevergoedingen vast te leggen. Uiteindelijk is het vooral de toenemende druk vanuit het mbo geweest waardoor het dossier hoger op de politieke agenda terecht is gekomen.

 

4. Er wordt geen minimumbedrag vastgesteld, heeft dit plan dan wel zin?

De minister denkt in ieder geval van wel. Volgens Letschert zou het instellen van een minimumbedrag namelijk inderdaad het door VNO-NCW gevreesde averechtse effect kunnen hebben, waarbij bedrijven in reactie daarop zouden besluiten minder stageplekken aan te bieden. En dat terwijl er ook in de huidige situatie al een tekort bestaat. Ook kan niet iedere sector dezelfde bedragen betalen, zo redeneert Letschert. Het is daarom de bedoeling dat bedrijven in eerste instantie zelf een geschikte vergoeding bepalen. Wel plaatst de minister daarbij de kanttekening dat ze alsnog een minimumbedrag aan de wet toevoegt als de vergoedingen erg laag blijven.

 

5. Hoe denken studenten hierover?

De LSVb heeft laten weten niet tevreden te zijn met dit voorstel. Volgens de landelijke studentenvakbond worden ‘de structurele problemen waar stagiairs tegen aan lopen’ ermee niet opgelost. Daarom pleiten zij voor een verplichte stagevergoeding van 1020 euro per maand. Ook het Interstedelijk Studenten Overleg is niet onverdeeld enthousiast over de plannen, en betoogt dat ‘een redelijke minimale vergoeding’ noodzakelijk is.

website loading