ProActief UvA, het loopbaanbureau van de UvA, stopt per 1 juli. Sinds 1 mei neemt het bureau er al geen nieuwe opdrachten meer aan. ProActief stopt vanwege ‘verslechterde financiële prestaties’ en ‘het ontbreken van voldoende toekomstperspectief’.
De Universiteit van Amsterdam neemt binnenkort afscheid van loopbaancentrum ProActief. Per 1 juli 2026 beëindigt de organisatie, die UvA-medewerkers onder meer via individuele coaching en advies bij re-integratie of outplacement ondersteunt bij hun loopbaanontwikkeling, al haar activiteiten. Sinds 1 mei neemt het bedrijf al geen nieuwe opdrachten meer aan.
De UvA scheidt haar publieke taken van commerciële activiteiten, die zijn ondergebracht in de UvA Ventures Holding. Hoewel de universiteit aandeelhouder is van deze holding, staat zij op afstand van de dagelijkse bedrijfsvoering van dochterondernemingen.
Een door de UvA aangestelde Raad van Commissarissen houdt toezicht op de holding, terwijl de besluiten over individuele bedrijven bij de holding en de directie van de desbetreffende onderneming zelf liggen.
ProActief, onderdeel van de UvA Ventures Holding en daardoor gelieerd aan de universiteit, heeft ‘ondanks verschillende inspanningen om het perspectief van de onderneming te verbeteren’ moeten concluderen dat er ‘onvoldoende uitzicht’ was op een financieel gezonde toekomst voor het bedrijf. Dat schrijft het College van Bestuur (CvB) van de UvA aan de Centrale Ondernemingsraad (COR).
Centrale Ondernemingsraad
In een ongevraagd advies aan het CvB uitte de COR eerder zijn bezorgdheid over het verdwijnen van het loopbaanbureau: ‘Wij maken ons grote zorgen over het verlies van expertise en publieke middelen wanneer werkzaamheden worden uitbesteed aan externe partijen, terwijl deze kennis jarenlang binnen de organisatie aanwezig was,’ schreef de raad aan het College van Bestuur. ‘Wij vinden daarom dat de UvA verantwoordelijkheid moet nemen voor een zorgvuldig proces, behoud van kennis en goed werkgeverschap.’
Het CvB wijst die kritiek grotendeels van de hand en benadrukt dat het besluit om ProActief te stoppen geen besluit is van de UvA, maar van ProActief zelf en UvA Ventures Holding als aandeelhouder. Het College stelt dat de universiteit op afstand staat van de bedrijfsvoering van de holding en haar deelnemingen.
Continuïteit
Volgens het bestuur van de UvA is de continuïteit van de dienstverlening bovendien voorlopig geborgd. Zo praat de UvA met een extern bedrijf om de hulp bij WW-uitkeringen tot het eind van het jaar over te nemen. Voor begeleiding bij het zogeheten tweede spoor worden partners van Zorg van de Zaak ingeschakeld en voor loopbaanvragen wordt tijdelijk een externe loopbaancoach geregeld. ‘Hiermee is er tijd en ruimte om een definitieve en meer duurzame oplossing te zoeken,’ aldus het CvB.