Tentamens die in de vroege ochtend van start gaan leiden gemiddeld tot lagere cijfers, zo blijkt uit onderzoek. Toch begint een aanzienlijk deel van de tentamens aan de UvA nog altijd om 9:00 uur ‘s ochtends. Kan dat niet anders?
Lekker uitslapen, uitgebreid ontbijten en vervolgens fris en fruitig naar het tentamen. Vooral jonge studenten (van onder de 21 jaar) zijn erbij gebaat wanneer hun tentamens niet ’s ochtends vroeg, maar later op de dag plaatsvinden. Dat blijkt uit onderzoek dat recent werd uitgevoerd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Studenten wiens tentamen tussen 8:00 en 9:30 uur ’s ochtends begint halen gemiddeld lagere cijfers, daardoor ligt hun slagingskans tussen de 1,1 en 2,7 procentpunt lager dan die van studenten die pas later op de dag worden getoetst.
Voor de steekproef is gekeken naar twintig eerstejaarsvakken van veel gevolgde UvA-bachelors van verschillende faculteiten. Er is gekeken naar vakken van economie, communicatiewetenschap, rechtsgeleerdheid, psychologie, geneeskunde, PPLE, media en cultuur, bedrijfskunde, geschiedenis, Europese studies, econometrie, politicologie en kunstmatige intelligentie.
Toch blijkt dat tijdens de tentamenweek, die momenteel in volle gang is, een groot deel van de jonge UvA-studenten staat ingeroosterd voor een toetsmoment in de vroege ochtend. Uit een steekproef van twintig eerstejaarsvakken van grote, populaire bachelors als rechten, bedrijfskunde en geneeskunde, blijkt dat de helft van de tentamens begint in het vroegste tijdsblok: meestal om 9:00 uur.
Vooral bij rechten en economie – met meer dan tweeduizend studenten per bachelor behorend tot de grootste studies die de UvA aanbiedt – lijkt sprake van een patroon: ook tijdens de volgende toetsperiode (in mei) beginnen alle tentamens van de eerstejaarsvakken namelijk om 9:00 uur ’s ochtends. Voor economie geldt zelfs dat er tijdens dit hele studiejaar maar één tentamen op de rol staat dat niet in de vroege ochtend begint. Dat betekent dat een grote groep studenten consequent tentamens maakt op een tijdstip waarop zij aantoonbaar niet optimaal presteren.
Dit alles heeft niet alleen gevolgen voor de studenten zelf, maar is ook voor docenten nadelig, zo concluderen de RUG-onderzoekers. Lagere cijfers en een lagere slagingskans betekenen namelijk meer herkansingen, meer nakijkwerk en dus een hogere werkdruk. De vraag is dan ook: kan dit niet anders?
Ochtend- en avondmensen
Het is op z'n minst een interessante gedachte, schuiven met tentamentijden, vindt ook voorzitter van de Universitaire Commissie Onderwijs en universitair hoofddocent ontwikkelingspsychologie Ingmar Visser. ‘Dat jongeren een ander dag-nachtritme hebben dan oudere mensen, is een bekend fenomeen. Dat is ook bij middelbare scholieren vaak onderzocht. Het zou interessant zijn om uit te zoeken of dit effect ook aan de UvA wordt gevonden.’
Toch zou Visser er niet direct voor pleiten om alle ochtendtentamens dan maar te schrappen; nog los van de logistieke nachtmerrie die dat op zou leveren. ‘Er zijn ochtend- en avondmensen. Voor avondmensen is het lastig om in de vroege ochtend te presteren, maar wat hier niet is onderzocht, is hoe dat andersom zou gelden. Zijn er niet ook studenten die juist moeite zouden hebben met tentamens die laat op de dag plaatsvinden?’
Ook is het volgens de ontwikkelingspsycholoog niet zo dat studenten die van nature moeite hebben met vroege tentamens zich daar zonder meer bij neer hoeven te leggen. Er zijn manieren om het nadelige effect te verminderen: ‘Het geheugen werkt het best wanneer het testmoment om hetzelfde tijdstip of in dezelfde omstandigheden plaatsvindt als het moment dat je leert. Dus als je weet dat het tentamen om 9:00 uur is, zorg dan dat je regelmatig om 9:00 uur studeert. Het ligt niet helemaal buiten je eigen macht.’
Helemaal op de schop hoeven de tentamenroosters volgens Visser dus niet, al benadrukt hij wel het belang van dit soort onderzoeken. ‘Ik ben er voorstander van ons te laten informeren door zoveel mogelijk data, om zo het onderwijsbeleid te verbeteren.’
288 toetsmomenten
Ook Bureau Onderwijslogistiek (BOL), de afdeling die verantwoordelijk is voor het tentamenrooster, zegt dit soort onderzoeken met interesse te volgen. ‘De grootste uitdaging is de capaciteit: er is een beperkt aantal locaties en computers, terwijl de vraag structureel hoog is. In tentamenweken wordt de beschikbare capaciteit maximaal benut,’ aldus een woordvoerder. In totaal worden er deze week volgens BOL naar verwachting 288 toetsmomenten georganiseerd, verdeeld over zes locaties, waarbij over het algemeen drie uur per tentamen wordt gerekend.
Over het schrappen van tentamens in de vroege ochtend zegt BOL: ‘Als opleidingen in de toekomst andere keuzes willen maken, dan kan dat natuurlijk worden meegenomen in de planning. Maar hoe meer randvoorwaarden aan de planning worden toegevoegd, hoe complexer de puzzel wordt en hoe lastiger het is om tot een rooster te komen dat door zoveel mogelijk betrokkenen als acceptabel wordt ervaren.’