Het Allard Pierson wordt door Rusland verdacht van diefstal van Oekraïense bruikleenobjecten die inmiddels door Rusland worden geclaimd. De erfgoedinstelling van de UvA gaf de objecten terug aan Oekraïne, maar Rusland wil individuele betrokkenen bij de bruiklenen vervolgen. Volgens jurist André Nollkaemper gaat het niet om een onbeduidende strafzaak.
Het Russische OM heeft een strafzaak geopend tegen Nederland, Oekraïne en het Allard Pierson (AP), omdat een Russisch onderzoekscomité het AP en de twee landen verdenkt van het stelen van een collectie van kunstschatten uit de Krim.
Het gaat om een collectie van kunstobjecten die in 2014 door verschillende Oekraïense musea op het (toen nog) Oekraïense schiereiland de Krim aan het AP was uitgeleend. Ten tijde van die expositie werd de Krim echter door Rusland geannexeerd, waardoor onduidelijkheid ontstond over de vraag aan wie de kunststukken na afloop moesten worden teruggegeven. Het AP liet de rechter oordelen en uiteindelijk besloot de Hoge Raad, na een lang proces, dat Oekraïne recht had op de collectie. In 2023 arriveerden de objecten in Kyiv.
Diefstal
Maar daar leggen de Russen zich dus niet zomaar bij neer. In een statement op Telegram laat het Russisch onderzoekscomité weten uit te gaan zoeken welke individuen precies betrokken zijn geweest bij het teruggeven van de kunststukken aan Oekraïne. Oftewel: ‘de diefstal,’ zoals Rusland de gang van zaken zelf kwalificeert.
Maar moet het AP zich daadwerkelijk zorgen gaan maken? Volgens jurist en hoogleraar internationaal publiekrecht André Nollkaemper is vooralsnog in elk geval nog veel onduidelijk, omdat nog moet blijken om welke personen het precies gaat. ‘De vraag is: gaat Rusland vragen om uitlevering van deze personen? En zo ja, gaat Nederland hen dan ook uitleveren? Die kans lijkt me minimaal, zo niet nul.’
Veroordeling
Toch is dit geen geheel onschuldige strafzaak, aldus Nollkaemper. ‘Het openen van een strafrechtelijk onderzoek naar personen die conform het door de hoogste rechter vastgestelde recht hebben gehandeld, is ten minste een onvriendelijke daad. In het algemeen gaan staten wel uit van respect voor en erkenning van de rechtsgang binnen andere staten. Maar dat Rusland dit nu niet doet past natuurlijk wel in de behoorlijk verstoorde verhoudingen.’
Hij vervolgt: ‘Als het tot een veroordeling komt – al lijkt dat nog ver weg – zullen de betrokken medewerkers van het Allard Pierson wel zorgvuldig moeten bepalen naar welke landen ze gaan reizen. Sowieso niet naar Rusland, maar ook niet naar met Rusland bevriende staten, die dergelijke mensen mogelijk zullen willen uitleveren.’