Het is dit jaar 75 jaar geleden dat de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Duitsland officieel werden aangegaan. Onderzoeker Hanco Jürgens van het Duitsland Instituut blikt terug op die jaren en merkt op dat we er nog niet zijn: ‘Het is natuurlijk al cool om naar Berlijn te gaan, maar dat zou voor Hamburg en München eigenlijk ook moeten gelden.’
Laten we beginnen bij het begin, 75 jaar geleden: 1951. Net zes jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Lag toenadering met de Duitsers toen nog gevoelig?
‘Er zat onder de bevolking natuurlijk nog ontzettend veel argwaan. Op dat moment was Duitsland nog heel duidelijk “de oude vijand” en Duitsers die in Nederland woonden waren direct na de oorlog ook officieel tot vijandelijk onderdaan verklaard. Vanuit de samenleving was er bovendien een enorme druk voor schadevergoedingen, herstelbetalingen en zelfs grensannexatie van een groot deel van Duitsland. Alleen was het politiek al snel duidelijk dat we op elkaar aangewezen zouden zijn. De Koude Oorlog was eigenlijk al gaande en Nederland en Duitsland werden een soort partners uit noodzaak.’
Waar zat die noodzaak in?
‘Economisch moest men al snel weer samenwerken: de haven van Rotterdam wilde natuurlijk graag weer leveren aan het achterland. Maar het was politiek ook echt in het belang van Nederland dat Duitsland snel weer een gezonde democratie zou worden en geïntegreerd zou worden in het westelijk bondgenootschap.’
Ging het aantrekken van de banden dan ook snel?
‘In Nederland hebben lange tijd nog allerlei fricties en wrijvingen gespeeld. Hier heerste toen nog het beeld dat Nederland het zwaarst getroffen land in de Tweede Wereldoorlog was. Daarom verwachtte men dat er een royaal gebaar zou worden gemaakt vanuit Duitsland. Dat was dan weer de reden dat Duitsland Nederland vooral zag als een land waar moeilijk mee te onderhandelen was. Zij moesten hun poot ook stijf houden, want toegeven aan Nederlandse eisen zou betekenen dat ze dat tegenover Frankrijk bijvoorbeeld ook zouden moeten doen. Maar im Großen und Ganzen was de verstandhouding al snel behoorlijk goed.’
Wat was uiteindelijk de doorbraak?
‘In diplomatieke zin is het bezoek van Bondspresident Heinemann in 1969 aan Amsterdam een belangrijk moment geweest. Heinemann had in het verzet gezeten en was iemand die pamfletten had geschreven tegen Hitler. Hij bezocht hier onder meer de Hollandsche Schouwburg: de plek waar Joden naartoe moesten voordat ze naar Westerbork gingen. Symbolisch was dat van groot belang. Verder hebben ook veranderingen binnen Duitsland, de Ostpolitik en een Nederlandse diplomatiek die zich meer op Europa ging richten ervoor gezorgd dat Nederland en Duitsland steeds meer naar elkaar toegegroeid zijn.’
Want inmiddels zijn we beste vrienden.
‘Steinmeier, de huidige Bondspresident, zei in 2014 al dat de relatie tussen Nederland en Duitsland “noch nie so gut gewesen” is. In zekere zin heeft hij daar gelijk in. Tegelijkertijd vind ik dus dat er nog best wel wat gedaan kan worden. Er ligt ook zeker nog een opdracht.’
Wat is die opdracht?
‘Duitsland staat niet meer zo op het netvlies bij mensen. Het zou best een interessant onderzoek zijn om te kijken hoeveel mensen de naam van de nieuwe bondskanselier kunnen reproduceren. Als je een Duitse filosoof of filmmaker moet noemen, dan kom je met dezelfde namen als mensen dertig jaar geleden zouden hebben genoemd. We luisteren ook niet meer naar Duitse popmuziek, bijvoorbeeld.’
Zonde.
‘Ik denk dat de mobiele telefoon en games een enorme rol spelen. Hele generaties groeien op met Engels en spreken dat vaak al heel jong heel goed. Dan is de noodzaak om, bijvoorbeeld, Duits te leren al een stuk minder groot. Maar de aandacht voor Duitsland is ook veel minder geworden. Met name op televisie. Het valt mij op dat het alleen nog maar over Trump en over Amerika gaat. Het lijkt soms wel alsof wij in Nederland op een eiland in het midden van de Atlantische Oceaan leven. Alsof Washington D.C. een stuk dichterbij ligt dan Berlijn. Dat kan eigenlijk niet, denk ik. Ik denk dat daar voor de journalistiek ook een belangrijke taak ligt.’
Wat moet er gebeuren om dat recht te trekken?
‘Ik vind dat Duitsland weer sexy moet worden. Het is moeilijk om dat onder woorden te brengen. Het is natuurlijk al cool om naar Berlijn te gaan, maar dat zou voor Hamburg en München eigenlijk ook moeten gelden. Ik denk dat er daarbij een vertaalslag gemaakt moet worden om Duitsland weer dichterbij te brengen. Dat is natuurlijk deels aan Duitsland zelf, maar wij kunnen daar ook aan bijdragen. We moeten de relevantie weer gaan voelen. Duitsland is de derde economie van de wereld en bouwt aan het grootste leger van Europa; wat daar gebeurt, bepaalt direct onze eigen toekomst. Het zou goed zijn als we daar vaker bij stilstaan.’