Het bestuur van de Faculteit der Geesteswetenschappen heeft groen licht gegeven voor het realiseren van een nieuwe taal-en cultuuropleiding. De bestaande talenopleidingen zullen daarin opgaan per 1 september 2029.
Het aantal vreemde talenstudenten neemt al een aantal jaren behoorlijk af als gevolg waarvan veel vreemde talenopleidingen eigenlijk ‘kleine talen’ zijn geworden. Om die als aparte opleidingen in de lucht te houden wordt vaak gezien als een aanslag op de kwaliteit ervan en is bovendien duur. Veel gehoorde kritiek is ook vaak dat er eigenlijk geen goed onderzoek meer te doen is als opleidingen te klein worden. Het nieuwe taal- en cultuurprogramma moet soelaas bieden.
Overigens liet de faculteit eerder weten dat het niet gaat om ‘een besparingsoperatie’, maar om de noodzakelijke ‘vernieuwing van het vakgebied’. Het een sluit het ander niet uit, duurder zal het in elk geval niet kunnen worden, want de broekriem moet de komende jaren overal op de UvA worden aangehaald.
De opleidingen die in het nieuwe programma opgaan – zie kader – hebben de aflopen jaren met een behoorlijke daling van het aantal bachelorstudenten te maken gekregen. Volgens het UvA Factbook gaat het voor de genoemde opleidingen om een terugloop van 34 procent ten opzicht van het studiejaar 21|22.
* Arabische taal en cultuur
* Duitslandstudies
* Franse taal en cultuur
* Hebreeuwse taal en cultuur
* Italiëstudies
* Nieuwgriekse taal en cultuur
* Slavische talen en culturen
* Scandinaviëstudies
* Spaanse- en Latijns-Amerikaanse studies
Roemeens
Een dergelijke terugloop lijkt endemisch bij de kleine talen: allerlei opleidingen zijn in de loop der jaren al lang opgeheven of samengevoegd met dezelfde opleiding elders in het land: Roemeens, Portugees, Fins of Hongaars zijn daarvan voorbeelden die al lang geleden verdwenen. Andere vreemde talen bleven wel over, maar kregen veelal een andere, meer regionale aanpak met actuele thema’s.
Zo komen Scandinaviëstudies, Italiëstudies en Duitslandstudies eigenlijk voort uit taal- en letterkundestudies die werden samengevoegd tot regiostudies met een taalcomponent. Maar ook die regiostudies gaan nu weer op in de nieuwe taal- en cultuuropleiding. Het inhoudelijke programma van de nieuwe opleiding zal de komende tijd worden uitgewerkt. Daarbij zal ook de facultaire medezeggenschap worden betrokken. Ook moet accreditatieorganisatie NVAO de nieuwe opleiding goedkeuren.
Toekomstbestendig
De faculteit ziet de nieuwe opleiding als ‘vernieuwing’ van de vreemde talenopleidingen, waarmee ‘toekomstbestendig onderwijs’ op het gebied van talen en culturen wordt aangeboden aan ‘nieuwe generaties studenten’. Uitgangspunt is om taal- en cultuurexpertise verder te verdiepen ‘aan de hand van een breder palet aan maatschappelijke vraagstukken’. Eigenlijk gaat men hier dus door op de interdisciplinaire aanpak van de regiostudies, maar dan nog breder. De faculteit verwacht met deze aanpak ‘een grotere groep studiekiezers’ aan te spreken. Of dat zo is zal na 2029 blijken.