Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Testopstelling van verschillende insectencamera’s.
Foto: Rotem Zilber
actueel

Met één meetsysteem willen UvA-ecologen biodiversiteit in Europa in kaart brengen

Sija van den Beukel Sija van den Beukel,
27 februari 2026 - 13:45

Nu is Europa nog een lappendeken als het over het meten van de biodiversiteit gaat. UvA-ecologen doen een voorstel voor een geïntegreerd monitoringsysteem voor het hele continent, met een Europees coördinatiecentrum.

Daniel Kissling, universitair hoofddocent Quantitative Biodiversity noemt het ‘misschien wel de belangrijkste publicatie’ van zijn leven. ‘Het heeft in ieder geval de grootste gevolgen voor de echte wereld.’ Samen met onderzoekers, ervaringsdeskundigen en beleidsmakers van de Europese Commissie werkte hij de afgelopen vijf jaar aan het ontwerp van een monitoringssysteem – het Biodiversity Observation Network (BON) – dat de gehele biodiversiteitOfwel, soortenrijkdom, de mate van verschil tussen levensvormen op aarde in Europa in kaart moet gaan brengen. Daarmee kan op Europees niveau bijgehouden worden hoe het staat met de biodiversiteit en hoe natuurherstel verloopt. Afgelopen week publiceerden ze de resultaten in het vakblad Nature Reviews Biodiversity.

Ecoloog Daniel Kissling.
Foto: Privé-archief.
Bioloog Daniël Kissling.

Lappendeken
Nu ziet Europa er nog uit als een lappendeken als het gaat om het meten van biodiversiteit. Er bestaan duizenden verschillende monitoringprogramma’s die onderling weinig verband houden. Dit is deels te wijten aan de historische ontwikkeling van de EU-wetgeving. Dat is historisch zo ontstaan. Sinds de jaren tachtig zijn er allerlei losse wettelijke kaders in het leven geroepen, zoals de Habitatrichtlijn, de Vogelrichtlijn en de Marine Strategy Framework Directive, om biodiversiteit te beschermen.

 

Kissling: ‘De beste monitoringsystemen die we in Europa hebben zijn voor vogels, vlinders, bomen en commercieel interessante vissoorten. En daarvan weten we dat de biodiversiteit afneemt. Maar zelfs voor de best gemeten groepen, zoals vlinders en fytoplankton in meren, zijn er toch grote delen van Europa – vaak in Noord-, Oost- en Zuid-Europa – waar we geen data van hebben.’ Bovendien wordt dezelfde data vaak op verschillende manieren verzameld, wat het lastig maakt om ze op Europees niveau met elkaar te vergelijken.

‘Zelfs voor vlinders, een van de best gemeten groep, zijn er toch grote delen van Europa waar we geen data van hebben’

Monsterklus

Onderzoekers doen nu een voorstel om al die losse meetprogramma’s samen te brengen in één monitoringsysteem die de biodiversiteit van heel Europa in kaart brengt. Een monsterklus, waarbij de onderzoekers het paraplubegrip ‘biodiversiteit’ terugbrachten tot soortgerichte variabelen (genetische samenstelling, soortpopulaties en soortkenmerken) en ecosysteemgerichte variabelen (samenstelling van de gemeenschap, ecosysteemfuncties en ecosysteemstructuur).

 

Het nieuwe, overkoepelende systeem omvat niet alleen goed bestudeerde groepen zoals vogels en vlinders, maar ook vele andere groepen zoals zoöplankton, korstmossen, libellen, terrestrische geleedpotigen, schimmels en gewasplagen. Daarnaast gaat het systeem de structuur en werking van hele ecosystemen in kaart brengen, zoals algenbloei, staand en liggend dood hout of veranderingen in de biomassaproductie van land, meren, rivieren en oceanen. ‘We begonnen met een kleine driehonderd variabelen om biodiversiteit in kaart te brengen, uiteindelijk zijn het er 84 geworden,’ zegt Kissling. ‘Daarmee geven we een breed beeld van de diversiteit en de variabelen die we voorstellen zijn haalbaar om te implementeren.’

 

Europees coördinatiecentrum
Ngo’s, universiteiten, onderzoeksinstituten en milieuadviesbureaus moeten die metingen in de EU-lidstaten gaan uitvoeren. Daarnaast stellen de onderzoekers een Europees coördinatiecentrum voor, de European Biodiversity Observation Coordination Centre (EBOCC), dat verantwoordelijk gaat zijn voor het samenbrengen van de duizenden monitoringsprogramma’s.

 

‘Het idee van EBOCC als een centraal coördinatiecentrum is al opgepakt door het Europese Parlement,’ aldus Kissling. ‘Een van de grootste successen van dit project. Er is geld vrijgemaakt en de afgelopen maand is er een tender goedgekeurd om de taken en functies van het coördinatiecentrum te testen.’

 

De komende jaren moet het routeplan uitgerold gaan worden over Europa. Dat gaat in vijf stappen die vermoedelijk tien jaar in beslag zullen nemen. Kissling: ‘Het is enorm veel werk en de uitdaging zal blijven om hier ook op lange termijn financiering voor te krijgen.’

Podcast De Illustere Universiteit - Artikel
website loading