Kunnen we de hoop maar beter opgeven en ons noodlottige einde accepteren? Bereiken we dan een staat van tevredenheid die zich voordoet als geluk? In een doelloze zoektocht naar ‘volmaaktheid’ stuit de mens volgens schrijver, filosoof en bioloog Midas Dekkers steeds weer op zijn gebreken. Morgen spreekt hij in Spui25 over zijn boek Het menselijk tekort. Vijf vragen als voorproefje.
Kunnen we als mens echt gelukkig zijn?
‘Dat kunnen we niet. De wil is er. Bij sommige mensen niet hoor, maar zelfs de mensen die ontzettend graag gelukkig zouden willen zijn en andere mensen gelukkig willen maken, stuiten op het menselijk tekort: Je wilt dingen die je helemaal niet kan en andersom dat je dingen wel doet die je eigenlijk niet wil.
‘Het is alsof we uit twee wezens bestaan. Wij zijn goed en aardig, maar er leeft een beest in ons. Als je niet oppast, doe je wat dat beest wil uitspoken.
‘Ieder mens denkt aan deze wetmatigheid te kunnen ontsnappen, als je maar goed genoeg studeert, hard genoeg sport en alleen maar vieze, gezonde dingen eet. Dan zal jij de weg weten uit dit aardse tranendal. Dat is niet zo, wij zitten vast in dat kooitje dat de mens heet. Tegen beter weten in streven wij naar volmaaktheid, zelfs al beseffen we dat volmaaktheid helemaal niet zo leuk is.’
Waarom streven we naar volmaaktheid?
‘De maakbare mens is de tragiek van deze tijd. Wij zijn gewend dat wij alles kunnen maken, dus dat zou ook met de mens moeten kunnen. De waarheid is dat miljarden mensen voor onze tijd dit al hebben geprobeerd, maar het lukt niet. De mens is niet maakbaar.
‘Alleen de dieren die zo dom zijn om naar overleven te streven, overleven. We zijn sociale dieren. Wij moeten niet alleen tegen onszelf strijden, maar ook tegen onze groepsgenoten. Er worden meer individuen geboren dan er plek is op de wereld. Het streven naar volmaaktheid is het menselijk overlevingsmechanisme.
‘Een leven zonder verlangen zou geen leven zijn. Per definitie zou dat de dood zijn. Het leven is niet anders dan streven naar een andere toestand dan die waarin je verkeert. Wat zouden we moeten als er geen verlangen is? Er zouden geen liefdesperikelen meer zijn, geen boeken meer geschreven worden. Het zou een buitengewoon saaie wereld worden.
‘Alles wat volmaakt is, moet een god zijn. In de Bijbel worden wij er al toe aangezet om het goddelijke te bereiken.’
Midas Dekkers (1946) studeerde ooit Biologie aan de UvA en heeft een uitgebreid oeuvre van filosofische en biologische boeken op zijn naam staan. Vijfentwintig jaar geleden schreef hij De vergankelijkheid, het enige boek waar hij echt trots op is. ‘Omdat het zo’n ontzettend goede titel is, volgt het boek vanzelf,’ zegt hij. Tweeënhalf decennia lang zocht hij naar een titel die hetzelfde teweeg zou brengen. Dekkers: ’Dat werd Het menselijk tekort.’ In oktober 2025 verscheen het boek.
In uw boek refereert u vaak aan de Bijbel of het Goddelijke. Gelooft u in God?
‘Nee natuurlijk niet. Ik ben niet gek. Maar het leven is wel heel moeilijk zonder die metafoor van een God voortdurend op te hoesten. Je zou willen dat er een drijfveer was, een systeem achter alles.
‘De mensheid roept ons op om hoop te houden, om altijd maar optimist te zijn. Dan denk ik: hebben jullie wel eens nagedacht? Je kan het ook opgeven. Je kan ook gewoon lekker in bed blijven liggen totdat het ophoudt. Dat is een taboe in onze samenleving, daar mag je niet eens aan denken.’
Wat maakt ons mens?
‘Mensachtigheid is datgene wat ons, vergeleken met de andere dieren, karakteriseert. Dat wij niet kunnen vliegen, eigenwijs zijn en drooghartige gedachten in boekjes schrijven.
‘We hebben absoluut geen vrije wil. Je hebt niks te willen. Je hebt alleen de schijn van keuze. Ik ben ervan overtuigd dat de processen die zich in onze hersenen afspelen, die ideeën die wij daar krijgen, dat die net zo goed een uitvloeisel zijn van de evolutie als de werking van ons hart. Dat de hersenen niet afhankelijk zijn van al die evolutiejaren lijkt mij een hoogmoedige en domme aanname.’
Bent u tevreden met uw menselijk bestaan?
‘Redelijk, maar dat komt doordat ik al zo oud ben. Het is de enige zin van het leven: je wordt geboren, kijkt in de spiegel, schrikt je dood van wat je daar ziet: wat een sukkel. Het leven bestaat eruit dat je langzamerhand leert accepteren dat je nou eenmaal bent wie je bent. De meeste mensen hebben daar een jaar of tachtig voor nodig, vandaar dat wij een jaar of tachtig worden.
‘Een muis die door een poes wordt gegrepen spartelt in het begin nog wat tegen met zijn kleine muizenpootjes. Dan is het alsof je een knop omdraait. Alsof hij beseft dat een verdere tegenstand geen enkele zin meer heeft, laat hij zich gelaten gaan. Niet omdat hij al half dood gebeten is, maar omdat die muis als het ware denkt: nou ja, ach waarom niet, het is wel goed zo.’