Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Deeltijdstudent die aan voltijdseisen werd gehouden slaagt na beroep toch cum laude
Foto: Marc Kolle
actueel

Deeltijdstudent die aan voltijdseisen werd gehouden slaagt na beroep toch cum laude

Daniël Hemmer Daniël Hemmer,
eergisteren - 08:00

Deeltijdstudent Jesper Trappenburg behaalde zijn master Privaatrecht met uitstekende cijfers, maar kreeg geen cum laude. Hij werd namelijk aan dezelfde tijdseisen gehouden als voltijdstudenten. Na beroep bij het College van Beroep werd de eervolle vermelding alsnog toegekend.

Een gemiddelde van boven de acht. Check. Voor geen enkel onderdeel onder de zeven gescoord. Check. Zijn master Privaatrechtelijke rechtspraktijk in deeltijd sneller afgerond dan gepland. Check. Toch kreeg Jesper Trappenburg aan het eind van het vorige academisch jaar niet het predicaat ‘cum laude’ op zijn diploma. De reden? Hij had de opleiding niet binnen de maximale nominale studieduur van anderhalf jaar voltooid – dezelfde termijn die ook voor voltijdstudenten geldt.

Cum laude

Wie het predicaat ‘cum laude’ (‘met lof’) op zijn diploma wil, moet aan bepaalde criteria voldoen. Die voorwaarden verschillen per faculteit, maar dat je uitsluitend hoge cijfers moet hebben gehaald, geldt altijd. Naast ‘cum laude’ kun je aan de UvA ook afstuderen met het predicaat ‘summa cum laude’ (met de hoogste lof). Het predicaat ‘magna cum laude’ (met hoge lof) bestaat aan de UvA niet.

 

Overigens zijn universiteiten niet verplicht aan het ‘cum laude’-systeem mee te doen. Enkele jaren geleden bijvoorbeeld besloot de geneeskundefaculteit van de Vrije Universiteit te stoppen met het verlenen van deze eervolle vermelding.

‘Ik twijfelde er eigenlijk niet aan dat ik aan de eisen voldeed,’ vertelt Trappenburg. Het besluit dat hij geen cum laude zou krijgen omdat deeltijdstudenten aan dezelfde tijdseisen moeten voldoen als voltijders vond hij daarom ‘frustrerend’ en ‘oneerlijk’. ‘Als je werkt naast je studie en in deeltijd studeert, betekent dat niet dat je meer tijd hebt om te studeren. Ik was teleurgesteld dat je dan wel aan eisen wordt gehouden die eigenlijk onredelijk zijn.’ Trappenburg volgde de master naast zijn baan als jurist, waar hij zo’n 32 uur per week aan kwijt was.

 

Een jaar plus een half

Ondanks meerdere gesprekken met de examencommissie over zijn studieduur, bleef die commissie vasthouden aan de regel dat een master van 60 EC in maximaal anderhalf jaar moet worden afgerond om voor cum laude in aanmerking te komen. Omdat Trappenburg die termijn met ruim drie weken had overschreden, kon hij niet cum laude slagen.

Daarop stapte de deeltijdstudent naar het College van Beroep voor de Examens om zo te proberen om toch de cum laude-aantekening op zijn diploma te krijgen. Voor Trappenburg ging dat om meer dan de erkenning zelf: ‘In de juridische sector heeft cum laude slagen echt wel meerwaarde voor je loopbaan. Maar die titel was voor mij persoonlijk ook belangrijk: ik wilde bewijzen dat ik, hoewel ik misschien een deeltijdstudent met een hbo-achtergrond ben, hier niet alleen maar voor de papiertjes zit.’

 

In beroep

Bij het College verwees Trappenburg naar verschillende officiële documenten waarin de nominale studieduur voor deeltijdstudenten anders werd gepresenteerd dan voor voltijdstudenten. Zo staat in het inschrijvingsbesluit van de UvA dat de nominale duur van een deeltijdopleiding gelijk is aan ‘de nominale duur van dezelfde opleiding in voltijd maal twee’. Ook in de studiegids van de masteropleiding Privaatrecht stond vermeld dat de deeltijdvariant twee jaar duurt.

 

De examencommissie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid (FdR) verdedigde haar besluit door te stellen dat de studieduur-eis essentieel is om gelijke behandeling van studenten te waarborgen. Een langere studieduur zou het gemakkelijker maken om hogere cijfers te behalen. Bovendien beargumenteerde de examencommissie dat er in de Onderwijs- en Examenregeling (OER) geen officieel deeltijdprogramma is vastgelegd; daardoor zou de nominale studieduur voor de master Privaatrecht anderhalf jaar blijven, ook als men die studie in deeltijd volgt.

 

Toch cum laude

Het College van Beroep bekeek de zaak anders. In de overwegingen voor de beslissing schreef het College van oordeel te zijn dat ‘de term ‘nominaal’, voor deeltijdstudenten, niet voldoende duidelijk en concreet is vastgelegd in de OER, het Examenreglement en op de studentenwebsite’. Ook stelt het College dat het besluit van de examencommissie ‘in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, nu de deeltijdstudenten gelijk worden gesteld met het vereiste voor voltijdstudenten, ondanks dat de beschikbare informatiebronnen een andere studieduur schetst voor deze groep studenten’. De beslissing om geen cum laude toe te kennen werd daarmee vernietigd.

‘Het zou mooi zijn als een paar deeltijdstudenten toch nog eens naar hun cijferslijst gaan kijken’

Trappenburg mocht daarom in november – na de voorlopige uitspraak – zijn diploma, inclusief eervolle vermelding, ophalen. Dat hij uiteindelijk toch cum laude heeft kunnen afstuderen, geeft hem een ‘trots’ en ‘dankbaar’ gevoel. De uitspraak van het College van Beroep werd vorige maand definitief.

 

Bovendien denkt Trappenburg dat de uitspraak bredere gevolgen kan hebben: ‘Ik hoop dat dit deeltijdstudenten die misschien dachten niet in aanmerking te komen voor cum laude inspireert. Het zou mooi zijn als er nu een paar studenten toch nog eens naar hun cijferslijst gaan kijken.’

Podcast De Illustere Universiteit - Artikel
website loading