VVD, CDA en D66 willen strenger optreden bij demonstraties en grenzen stellen aan het demonstratierecht. Dat blijkt uit het nieuwe regeerakkoord. Wat betekent dat voor demonstraties aan de UvA? Folia vroeg het aan strafrechtdocent Klaas Rozemond.
De drie formerende partijen willen bij demonstraties die doorslaan in ‘grootschalige verstoring van de openbare orde’, strenger op kunnen treden. Dat blijkt uit het coalitieakkoord dat afgelopen vrijdag verscheen.
Daarvoor moet de Wet Openbare Manifestaties op de schop. Burgemeesters moeten bevoegdheden krijgen tot ‘bestuursrechtelijke handhaving of verplaatsing’, waarmee ze meer handvatten krijgen om demonstraties te verbieden. Ook moeten herzieningen van strafbepalingen ertoe leiden dat strafbare feiten die gepleegd worden tijdens demonstraties zwaarder gaan wegen.
Dat voorstel deed aardig wat stof opwaaien. De werkgroep Staats- en Bestuursrecht van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) noemt het een ‘zorgwekkende ontwikkeling’ en roept de partijen op in een brief om het demonstratierecht niet onnodig in te perken. Paroollezer Jacqueline Kroese noemt de herziening ‘een aanval op onze demonstratievrijheid’.
Onduidelijke maatregelen
Bij Klaas Rozemond, universitair hoofddocent strafrecht aan de UvA, overheerst de verbazing. Hij werkte mee aan een rapport van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) over het demonstratierecht dat onlangs verscheen en concludeert dat er al voldoende mogelijkheden zijn om op te treden bij demonstraties. Ook blijkt uit het WODC-rapport dat burgemeesters, politie en het openbaar ministerie geen behoefte voelen om strenger op te treden tegen demonstranten.
Volgens Rozemond is het nog onduidelijk waar de maatregelen in het coalitieakkoord precies toe dienen. Samen met de andere rapportschrijvers heeft hij een afspraak met de Eerste Kamer om nog eens uit te leggen hoe het demonstratierecht nu precies in elkaar steekt. Rozemond: ‘De overheid heeft nu al mogelijkheden om te handelen. Wanneer de demonstratie uitloopt op rellen, zoals in mei 2024 het geval was tijdens de pro-Palestinaprotesten op het Binnengasthuisterrein en op de Roeterseilandcampus, dan worden er strafbare feiten gepleegd en kan de politie dus al optreden.’
Gezien de politieke veranderingen op het wereldtoneel is er in het coalitieakkoord ook aandacht voor de toenemende dreigingen voor de democratische rechtsstaat. Daarom willen D66, VVD en CDA een ‘stevig schot’ bouwen tussen de onafhankelijke rechtspraak en de politiek. Dat is volgens hoogleraar rechtsfilosofie Jonathan Soeharno ‘echt een stap in de goede richting’. Afgelopen herfst verscheen zijn boek de De mooiweerrechtsstaat, waarin hij waarschuwt voor de grote kwetsbaarheid van de rechterlijke macht in Nederland.
De coalitie pakt gelijk twee kernpunten aan, vertelt Soeharno. De minister mag niet langer de leden van de Raad voor de Rechtsspraak benoemen. En krijgt niet langer toegang tot de begrotingsknoppen van de rechtspraak. Soeharno: ‘Dat heeft staatsrechtelijk grote impact. En praktisch, want er ligt nu een relatief zwaar accent op de financiële kant van de rechtsspraak.’ Daarmee komt Nederland weer terecht bij een ‘normale’ machtenscheiding, zoals ook in andere westerse democratieën het geval is.
Zijn we daarmee voorbereid op Amerikaanse situaties, waarbij de politiek de democratische rechtsstaat geweld aan doet? Soeharno: ‘Op zoiets ben je nooit helemaal voorbereid. Een kwaadwillende politiek partij kan, eenmaal aan de macht, de wetten weer veranderen. Maar hiermee koop je wel tijd. In Nederland kan het nu direct mis gaan, dat wil je voorkomen.’
En ook bij vreedzame demonstraties kan al ingegrepen worden, legt Rozemond uit. Wanneer een demonstratie plaatsvindt op een privéterrein of in een gebouw, zoals het geval is bij de UvA, dan moeten de demonstranten rekening houden met de eigenaar van het gebouw of terrein. Als de eigenaar aangeeft dat de demonstranten moeten vertrekken dan kan de politie de demonstranten ook aanhouden op grond van ‘lokaalvredebreuk’ of ‘erfvredebreuk’. Rozemond: ‘Daar staat een boete of een gevangenisstraf op, maar strafrechters zijn nu heel terughoudend om die op te leggen.’
Strenger straffen
Demonstranten vallen namelijk onder het demonstratierecht, waardoor een rechter de strafbare feiten minder zwaar weegt. Daar kan verandering in komen, wanneer D66, VVD en CDA een herziening van de wet invoeren en strafbare feiten tijdens demonstraties zwaarder gaan wegen.
Dat leidt er volgens Rozemond nog niet gelijk toe dat demonstranten dus ook strenger gestraft gaan worden. ‘Het is dubbel, want een wet aanpassen betekent nog niet dat rechters hem ook gaat toepassen. Het Nederlandse parlement kan wel vastleggen in de wet dat er vijf jaar gevangenisstraf staat op het bezetten van een gebouw, maar rechters zullen daar niet zomaar naar handelen. Het staat namelijk op gespannen voet met het demonstratierecht dat is vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.’
‘Wel neemt Nederland een risico door met deze maatregelen op te treden tegen vreedzame demonstranten,’ aldus Rozemond. ‘Als je als politiek een signaal afgeeft om harder op te treden tegen demonstraties, dan gaan de politie en het Openbaar Ministerie dat misschien wel doen. Politie en Openbaar Ministerie worden dan later wel weer teruggefloten door de rechter, maar in de tussentijd kunnen demonstranten ten onrechte worden onderworpen aan strafrechtelijke maatregelen.’