Elk jaar roert een groep studenten van de bachelor psychobiologie zich tegen het wormenpracticum. Zij hebben ethische bezwaren tegen het ontleden van regenwormen.
Elk studiejaar hebben enkele studenten* van de bachelor psychobiologie moeite met het wormenpracticum in jaar twee. Eén van de vereisten om het vak te halen is het ontleden van wormen.
Een deel van deze studenten heeft principiële ethische bezwaren tegen het doden van dieren. Ze willen dat niet doen vanuit een geloofsovertuiging of vanuit bredere morele bezwaren. Andere studenten ervaren het ontleden juist als eng of vies en willen daarom het wormenpracticum niet doen.
Ook vinden de studenten dat het practicum achterhaald zou zijn, omdat de biologische processen in de worm tegenwoordig ook goed met computersimulaties kan worden nagebootst. In hun ogen maakt technologische vooruitgang in simulatiemodellen het gebruik van levende dieren in onderwijscontexten steeds minder noodzakelijk. Zij vragen zich af waarom simulaties, die in het vak al worden gebruikt, niet voldoende zouden zijn om dezelfde leerdoelen te behalen.
Studenten ontleden een worm en halen de zenuw uit de worm om vervolgens de potentialen te bestuderen. ‘Een potentiaal is de basisbouwsteen van een signaal in elk levend wezen. Om deze signalen goed te begrijpen en voorspellingen te doen wat er bij bepaalde ziektes gebeurt met deze signalen, wordt de zenuw met behulp van drugs gemanipuleerd en bestudeerd,’ legt Dawitz uit. Studenten simuleren op de computer wat een bepaald drug met het zenuwsignaal doet en testen dat in experimenten met de zenuwen van regenwormen. Om tot een goed experiment te komen, worden de zenuwen van meerdere regenwormen getest.
Vakcoördinator Julia Dawitz en opleidingsdirecteur Erwin van Vliet bevestigen de jaarlijkse klachten. In 2022 verenigde een groep van 17 studenten zich om de ontleding van de regenworm te stoppen en trokken ze gezamenlijk aan de bel bij de vakcoördinator. Dawitz benadrukt dat ze elk jaar met elk van de studenten die bezwaar maken in gesprek gaat en iedereen het wormenpracticum uiteindelijk afrondt.
De regenworm valt niet onder de Wet op de Dierproeven, omdat daar alleen gewervelde dieren en inktvissen onder vallen. Daardoor gelden er voor het gebruik van regenwormen geen wettelijke beperkingen of vergunningseisen en zou je in theorie oneindig veel wormen kunnen ontleden bij een studie. De opleiding psychobiologie koopt de regenwormen in bij een bedrijf dat ze als vissenaas verkoopt.
Eindtermen behalen
Het wormenpracticum is een noodzakelijk onderdeel van de studie psychobiologie. Dawitz verwijst naar de eindtermen van de Onderwijs- en examenregelingen (OER), waar zij zich als vakcoördinator ook aan moet houden. Zo moeten studenten leren ontleden om een goede psychobioloog te worden. Daarom is het practicum onvervangbaar door enkel een computersimulatie.
Daarnaast moeten psychobiologiestudenten onderzoeksvaardigheden leren specifiek met biologisch materiaal. ‘Biologische data zijn per definitie variabel,’ zegt Dawitz. Dat betekent dat je niet altijd hetzelfde resultaat krijgt ondanks dat je hetzelfde meet. Zo zou elke zenuw van een regenworm nét anders kunnen reageren. ‘Leren omgaan met die variatie en vervolgens de data interpreteren is iets wat je niet alleen met een hoorcollege of computersimulatie kan leren. Studenten moeten het zelf ervaren. Als de student in een wetenschappelijk artikel leest dat bijvoorbeeld twintig zenuwen zijn getest, moet die weten wat werken met biologisch materiaal zo moeilijk maakt.’
Verdoofd in alcohol
Hoewel de opleiding gebonden is aan de OER, wordt alsnog geprobeerd mee te denken met studenten binnen de kaders van de eindtermen. Zo worden studenten aangemoedigd zenuwen met elkaar te delen, zodat er minder regenwormen gedood hoeven te worden.
Ook is de werkwijze aangepast: waar de wormen vroeger op ijs werden gelegd om ze te verlammen, worden ze nu verdoofd in een alcoholoplossing. Dawitz: ‘Ook is het mogelijk dat een student die het echt niet prettig vindt enkel één worm ontleedt en de rest door diens labpartner wordt ontleed. Zo komen we eigenlijk altijd tot een goede oplossing.’
‘Tegelijk zijn er ook elk jaar studenten die ontzettend geïnspireerd zijn door het practicum,’ zegt Dawitz, ‘en het zo leuk vinden dat ze meer met het onderwerp willen doen in hun academische loopbaan.’
*Voor dit artikel is gesproken met in totaal vier studenten en alumni psychobiologie die moeite hadden met het wormenpracticum. Geen van hen willen met naam genoemd worden, uit angst dat het een slechte invloed zou hebben op hun loopbaan.