Open Monumentendag staat dit weekend op de agenda en natuurlijk is er ook dit jaar weer veel te bezichtigen in het historische Amsterdam. Hoogleraar Stedelijke identiteit en monumenten Gabri van Tussenbroek tipt vijf gebouwen die je komend weekend absoluut niet mag missen.
Rokin 115, Amsterdam
‘Voor een groot deel van de Noord/Zuidlijn is geboord, maar op sommige stukken, zoals bij het metrostation Rokin, is de grond uitgegraven. Daar zijn onder de grond in totaal 700 duizend artefacten gevonden die iets vertellen over de materiële cultuur door de geschiedenis van Amsterdam heen. Dat zijn niet alleen gebruiksvoorwerpen, zoals messen, potjes en kruiken die ooit in het water zijn gevallen, maar ook bouwfragmenten. Bouwmateriaal werd ook toen veelal via het water vervoerd, dus in dat depot vind je nu bijvoorbeeld afgebroken stukken van gevels, een schouw, of hang- en sluitwerk uit de zeventiende eeuw.’
‘Die krankzinnige hoeveelheid sprokkelwerk geeft een beeld van de materialen die gebruikt werden bij de bouw van de panden die nu nog steeds om ons heen staan in Amsterdam. Je zou wel tien keer op en neer kunnen gaan met de roltrap om al die vondsten goed te bekijken.’
Oudekerksplein 23, Amsterdam
‘Waar we in het depot Noord/Zuidlijn de brokstukken van de geschiedenis zien, vind je die eeuwenoude historie bij de Oude Kerk in één gebouw. In eerste instantie stond hier in de dertiende eeuw een houten kerk, maar al aan het begin van de veertiende eeuw kwam daarvoor een klein stenen kerkje in de plaats. Dat kerkje is in de loop der eeuwen steeds verder uitgebreid. De stad groeide, kende steeds meer bewoners, dus merkte de arme pastoor telkens dat zijn kerk te klein werd. Er moest dus steeds verder worden bijgebouwd, en vanaf 1370 kunnen we die ontwikkeling goed volgen.’
‘Wandel dus door de kerk, en zie hoe de groei van het gebouw een afspiegeling is van de groei van de stad. Neem de kerktoren; binnenin staat nog steeds de kleine veertiende-eeuwse toren, de spits komt uit de zestiende eeuw, en in de achttiende eeuw is de hele toren nog eens met bakstenen verstevigd. Die gelaagdheid van de geschiedenis zit in dat hele gebouw. Kijk ook naar hoe de kerk door de jaren heen is gebruikt, en welke verschillende opvattingen daarbij hoorden. Je krijgt daarbinnen echt een indruk van hoe de stad in de middeleeuwen is geweest.’
Kloveniersburgwal 47, Amsterdam
‘De Oude Kerk is natuurlijk heel erg in your face oud, maar een ander mooi voorbeeld van de Amsterdamse bouwhistorie is een ogenschijnlijk eenvoudig gebouw als Het huis van Nassauwen, schuin tegenover het Bushuis aan de Kloveniersburgwal 47. In de late zestiende eeuw kwamen er steeds meer kapitaalkrachtige mensen naar Amsterdam, waardoor het ontzettend druk werd in de stad. De woningmarkt was er nog slechter aan toe dan nu. Dus besloot het stadsbestuur uit te breiden, nieuwe gebieden te ontwikkelen. Dit pand is daar een goed voorbeeld van. Dat gebied was voor die tijd namelijk echt een rafelrand van de stad, maar bij de uitbreiding werd het herontwikkeld, en ineens werd het een echt woongebied. Er werd in de gebouwen geïnvesteerd en de huurwaarde verdubbelde in een paar jaar tijd.’
‘Maar een gebouw slopen en volledig vervangen door nieuwbouw, dat gebeurt in Nederland pas sinds het einde van de negentiende eeuw. Bij gebouwen van voor die tijd zie je dus vaak dat de kern van het pand eeuwen oud is, terwijl het interieur en de voorgevel later zijn aangepast. Dat is ook bij Het huis van Nassauwen het geval. Vanaf de straat zie je een onderpui van natuursteen uit 1920, daarboven een achttiende-eeuwse gevel, en helemaal bovenin staan nog steeds twee kappen die uit rond 1600 stammen. Zo werd er heel lang gebouwd in Nederland. De hardware van zo’n gebouw is heel taai, en bleef vaak eeuwenlang staan, ook als het gebouw eromheen werd vernieuwd. Die schil aan verschillende tijdsbeelden van de geschiedenis zit daarin opgesloten.’
Utrechtseweg 11a, Weesp
‘Ook deze molen is een mooi voorbeeld van de steeds verder opschuivende rafelranden van de stad. Het gaat hier van oudsher namelijk om een Amsterdamse molen, die door de uitbreiding van de stad naar de buitenrand moest worden verplaatst. In de negentiende eeuw industrialiseerde Amsterdam, de Pijp en Oud-Zuid werden gebouwd, dus moesten de molens daar weg. Molens werden toen echt gezien als machines die je zo kon oppakken en verslepen. Dat was wel even een klus, maar daar draaide een molenbouwer zijn hand niet voor om.’
‘Zo is dat dus ook met De Vriendschap gegaan. De molen bestaat uit zeventiende-eeuwse onderdelen, en is dus echt een oudje dat jarenlang dienst heeft gedaan in Amsterdam, maar staat inmiddels al sinds mensenheugenis in Weesp en is daar niet meer weg te denken. Hij wordt ook nog altijd intensief gebruikt, er wordt meel gemalen en er zit een winkeltje bij. Je ziet daar zo’n ambacht echt van heel dichtbij.’
Hartveldseweg 24, Diemen
‘Wat zo leuk is aan dit gebouw, is dat de pastorie heel recent een nieuwe bestemming heeft gekregen. Leegstaande kerken vormen een probleem in Nederland, de vraag is vaak wat we er mee moeten. We willen dat erfgoed blijft bestaan, maar ook vooral dat de gebouwen in gebruik blijven. De pastorie in Diemen is recent aangekocht door Stadsherstel, zij hebben het gebouw gerestaureerd. Daarbij is het pand niet alleen opgeknapt, maar is er ook bouwhistorisch onderzoek uitgevoerd.’
‘Met dat onderzoek wordt bekeken wat de bijzondere aspecten van het gebouw zijn om rekening mee te houden, zodat er een goede balans kan worden gevonden tussen het behoud van waardevolle elementen en een aangenaam gebruik van het pand. Dat is in Diemen heel mooi gelukt, het is een schoolvoorbeeld van hoe we met oude gebouwen om zouden moeten gaan. Er zitten inmiddels een koffiebar, een yogastudio en een fotoworkshop-locatie in de pastorie. Heel eigentijds. Zo kunnen we van het gebouw blijven genieten.’