Nadat we er in maart van dit jaar achter kwamen hoe de allereerste Amsterdammer ooit er uit moet hebben gezien, heeft de man inmiddels ook een naam. Alewijn, zo werd hij gedoopt, door de meer dan tweeduizend bezoekers van het stadsarchief die hebben gestemd.
Een man van in de twintig, vermoedelijk zo rond het jaar 1200 gestorven, en behorend tot de eerste generatie bewoners van het gebied dat we vandaag de dag Amsterdam noemen; dat is het verhaal van Alewijn. Archeoloog en fysisch antropoloog Maja d’Hollosy maakte eerder dit jaar, ter ere van het 750-jarig bestaan van Amsterdam, een reconstructie van zijn gezicht. Een gezicht dat nog tot en met 6 juli te zien is bij de tentoonstelling De geboorte van de stad. Op zoek naar middeleeuws Amsterdam in het stadsarchief.
Edele vriend
En nu heeft dat gezicht dus ook nog een naam. Alewijn, een middeleeuwse, nog maar nauwelijks voorkomende naam, die edele vriend betekent. Het was één van de vijf opties waar bezoekers van het stadsarchief op konden stemmen. De andere namen waaruit zij konden kiezen waren Adam, Nico, Otto en Pier. Alewijn won overtuigend, met 35 procent van de stemmen. Wethouder Rutger Groot Wassink onthulde de winnende naam.
Archeologen vonden Alewijn in 1963 bij een opgraving in een boomstamkist, onder de Oude Kerk in Amsterdam. Door onderzoek is er inmiddels van alles over het leven van de jonge man bekend. Waar zijn dieet uit bestond bijvoorbeeld, of hoe lang en gezond hij precies was.
Vermiste schedel
Ook bestaat er tussen Alewijn en de UvA een mysterieuze link. Zijn schedel raakte namelijk al in 1964 kwijt, tijdens onderzoek aan het skelet, en werd voor het laatst gezien in het anatomisch laboratorium van de universiteit. Het onderzoek dat later nog werd gedaan, gebeurde daarom op basis van foto’s die voor die tijd van de schedel waren genomen.