Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Foto: Sheggeor laker / Unsplash
actueel

UB-boekentips | ‘De definitie van racisme wordt steeds verder opgerekt’

Janna van Veen,
8 februari 2023 - 10:43

In het kader van het project Up for GrabsUp for Grabs Voor Up for Grabs tipt iemand met een binding met de UvA een boek uit de UB. Het boek staat op een vitrine in de UB met daarin een mini-expositie die een relatie heeft met het boek en de geïnterviewde. Boeken kunnen direct worden geleend. vraagt de Universiteitsbibliotheek (UB) boekentips aan mensen die verbonden zijn aan de UvA. Deze keer: Jan Rath, hoogleraar sociologie aan de UvA. Hij koos het boek Racism van Robert Miles. ‘Racisme is een containerbegrip geworden, de nuance is verdwenen.’

Rath is gespecialiseerd in steden en migratie en gaat 13 april met emeritaat. Op het moment van het interview is hij druk bezig met zijn afscheidsrede. Prima timing dus voor enige contemplatie. 

 

Na de vraag waarom hij voor dit vakgebied heeft gekozen, brandt Rath enthousiast los. Met een Rotterdamse tongval: ‘Ik ben eigenlijk een mislukte student. Ik wilde geneeskunde studeren maar werd keer op keer uitgeloot. Toen ben ik maar antropologie gaan doen, want ik was ook geïnteresseerd in sociale wetenschappen en in steden en migratie. Waarom? Omdat dat onderwerp mij persoonlijk raakte.’

Foto: UvA
Jan Rath

Rath legt uit: ‘Ik ben opgegroeid in Afrikaanderwijk, een van de armere buurten in Rotterdam. Daar zag ik de eerste “gastarbeiders” binnenstromen, eerst Spanjaarden, toen Turken. Ik ontmoette ze aanvankelijk alleen op straat, maar later ook in de klas, op de markt en als buren. De “Turkenrellen” van 1972 heb ik van zeer nabij meegemaakt [na een huurconflict in een pension raakten autochtone bewoners slaags met een groep “gastarbeiders”, red.) en ik wilde begrijpen waar die agressie vandaan kwam.’

 

Hij vervolgt: ‘Ik heb natuurlijk niet mijn hele loopbaan ingericht om te onderzoeken wat er destijds in de Afrikaanderwijk gebeurde, maar daar lag wel de basis. En als je eenmaal gaat spitten komt er veel meer boven water. Heel veel dingen die over migranten, allochtonen, etnische minderheden of hoe je ze ook wilt noemen gezegd worden, suggereren dat het om een heel bijzondere mensensoort gaat. Maar ik denk dan: als het al waar is, hoe bijzonder is het dan? Autochtone arbeiders, fabrieksdirecteuren en advocaten hebben toch ook eigen manieren van denken en doen? En dat roept de vraag op waarom er zo wordt ingezoomd op “die ander”. Wat ligt daar eigenlijk aan ten grondslag? En waarom niet veel meer aandacht schenken aan de dingen die ons binden?’

 

Etnisch ondernemerschap   

Volgens Rath is er de afgelopen jaren van alles veranderd, maar niet altijd ten goede. ‘Eindelijk is men zich bewust geworden van het feit dat er stelselmatig uitsluiting plaatsvindt van verschillende groepen in de samenleving. Maar er is in Nederland wel degelijk sprake van geïnstitutionaliseerd racisme. Kijk naar de toeslagenaffaire. Daar wordt dan op gereageerd alsof het allemaal niet zo bedoeld was. Of ga naar een voetbalwedstrijd waar de racistische uitingen je om de oren vliegen. En nadat de aanvoerder van Feyenoord had geweigerd die OneLove-band te dragen vanwege zijn geloof, ging het daarna alleen nog maar over de islam, over de ander dus, terwijl de discussie zou moeten gaan over de vraag waarom het voetbalpubliek in zijn algemeen zo krampachtig omgaat met diversiteit. Het zijn die primaire reacties als het over de islam of over kleur gaat, die de discussie vertroebelen. De nuance is trouwens ook al jaren zoek in de debatten op televisie.’

Rath heeft de afgelopen jaren bij de UvA onder meer onderzoek gedaan naar de sociaal-economische aspecten van migratie, met name naar etnisch ondernemerschap. Rath: ‘Ik ben onderzoek gaan doen naar etnisch ondernemen in winkelstraten en de manieren waarop deze groep ondernemers probeert een plekje op de markt te veroveren. Ik stuitte in de Amsterdamse binnenstad bijvoorbeeld op commerciële gentrificatie. Die term wordt meestal met wonen geassocieerd maar heeft net zo goed met ondernemen te maken. Als het publiek verandert en hun portemonnee wordt dikker, dan passen de ondernemers zich daarbij aan. De manier waarop nieuwkomers hun bedrijf runnen wordt a priori als zwak en niet interessant beschouwd. Soms is dat inderdaad zo, maar doe nou niet net alsof het drukken van hippe t-shirtjes of het schenken van een chai latte zo hoogwaardig is.’

 

Racisme als containerbegrip   

Rath is een groot fan van de Britse socioloog Robert Miles, de schrijver van het boek Racism. ‘Hij publiceerde ontzettend veel en het meeste daarvan is ook nog eens zeer interessant. Hij had in de jaren tachtig een heel nieuwe kijk op wat ze in Engeland race relations noemen. De goegemeente was geobsedeerd door “raciale verschillen en het koloniale project”, alsof dat alles zou verklaren. Miles gebruikte in de tijd dat hij het boek schreef – toen mocht je nog dwepen met het marxisme – als uitgangspunt dat je een en ander moest plaatsen in een context van klassenverhoudingen in plaats van een waarin ras en cultuur domineren.’

 

Volgens Rath is dat een prima uitgangspunt. ‘Het probleem van tegenwoordig is dat de definitie van racisme steeds verder wordt opgerekt. Het is een containerbegrip geworden en dat is slordig. Sinds Black Lives Matter en de opkomst van de woke-beweging is er veel aandacht voor uitsluiting maar daarbij gaat het alleen maar over racialisering. Dat is echter een Amerikaanse zienswijze en sommigen denken  ten onrechte dat als het in St. Louis, Missouri zo werkt, het ook van toepassing is op Deventer. Het is echter kortzichtig om die Amerikaanse manier van denken klakkeloos over te nemen.  Hetzelfde geldt voor die obsessie met het kolonialisme. Zou dat echt het racisme in bijvoorbeeld Polen of Zwitserland verklaren? Die landen hebben zich nooit met kolonialisme beziggehouden.’

‘Sommigen denken  ten onrechte dat als iets in St. Louis, Missouri zo werkt, het ook van toepassing is op Deventer’

Rath vervolgt: ‘In Nederland worden al decennia groepen mensen buitengesloten op zowel ideologisch als op materieel niveau. Maar dat heeft niets met racisme te maken in de oorspronkelijke zin van het woord. Dat gebeurt bijvoorbeeld door moslims – of mensen met een Arabisch klinkende naam – stelselmatig geen baan te geven of islamitische initiatieven niet te financieren. Of in een eerdere historische fase, door “onmaatschappelijken” uit te sluiten. Om dat te duiden heb je een andere term nodig dan racisme want dat gaat letterlijk alleen over het problematiseren van raciale verschillen. Dat legt Miles heel goed uit in zijn boek.’

 

Debat heeft kort geheugen  

De hoogleraar is best trots op wat hij heeft bereikt in zijn werkzame leven, maar had graag nog meer gedaan, ondanks zijn indrukwekkende cv van dertig pagina’s. Ondanks al zijn goede werken heeft hij racisme niet de wereld uit geholpen. ‘Dat kan natuurlijk ook helemaal niet en hoe langer je meeloopt, hoe meer je wordt geconfronteerd met de betrekkelijkheid van alles. En je doet natuurlijk wel mee aan het debat maar dat heeft een heel kort geheugen. Wat vervelend is als je ouder wordt, is dat zaken  vaak als innovatief worden gepresenteerd terwijl ik dan denk’ – hij maakt een gaapgebaar – ‘dat is twintig jaar geleden al geschreven. Waarschijnlijk waren de mensen die zich ook met dit onderwerp bezighielden toen net zo  sceptisch over mijn “vernieuwende” ideeën.’