Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Foto: Michael Koukoullis (cc, via Flickr)
actueel

Wij vroegen internationale studenten wat ze eten met Kerst

Carlijn Schepers,
21 december 2017 - 16:30

Krijg je elk jaar als je met Kerst naar je ouders gaat weer dezelfde garnalencocktail, carpaccio of varkensrollade voorgeschoteld? Misschien wordt het dan tijd eens over de grens kijken voor inspiratie voor je kerstmenu. Vier internationale studenten van de UvA vertellen wat zij in hun thuisland eten met de feestdagen. ‘Melomakarona worden zonder twijfel je favoriete koekjes.’

Victoria Ivanova

UvA-student Linguistics Victoria Ivanova (18) uit Bulgarije: baklava
‘Ik ben Bulgaars en eten is een belangrijk aspect van onze cultuur. Onze keuken is sterk beïnvloed door de Turkse keuken, dankzij de bezetting van Bulgarije door de Ottomanen. Dus het eerste dat in mijn hoofd opkomt als ik denk aan Kerst is baklava. Het gerecht is de oorzaak van veel discussies tussen Bulgaren, Turken en Grieken, omdat niemand zeker weet waar het oorspronkelijk vandaan komt. Maar we zijn het in ieder geval over een ding eens: het is verrukkelijk. Het is een heerlijke vulling van gehakte walnoten en pistachenoten omhuld door veel hele dunne laagjes filodeeg en gedrenkt in warme siroop. Als je het goed maakt is het knapperig aan de randjes en zacht van binnen. Die combinatie van structuren maakt het zo bijzonder.
Mijn oma maakt absoluut de beste baklava ter wereld. Door haar kijk ik altijd uit naar Kerst en oud en nieuw, want we eten het op beide gelegenheden. Is er iets beter dan een stukje overgebleven baklava op Nieuwjaarsdag? Hoewel we meestal alles op de avond zelf al verorberen. Hierbij een recept. Helaas niet dat van mijn oma, want dat is natuurlijk geheim.’

(Tekst loopt door onder de foto)

Foto: Sami Haidar (cc, via Flickr)
Baklava

Ingrediënten
1 pakje filodeeg (450 gram)
450 gram gehakte noten naar keuze

240 gram boter
1 theelepel kaneel
240 milliliter water
200 gram kristalsuiker

1 theelepel vanille-extract

170 gram honing

 

Bereiding

Verwarm de oven op 175 graden. Vet een langwerpig bakblik van 23 x 33 centimeter in. Hak de noten en meng het kaneel erdoor. Zet aan de kant. Rol het filodeeg uit. Snij het zo dat de delen passen in het bakblik. Bedek het deeg met een vochtige doek om te voorkomen dat het uitdroogt terwijl je werkt. Plaats twee lagen filodeeg in het bakblik en smeer ze flink in met gesmolten boter. Herhaal dit totdat er acht lagen deeg in het bakblik zitten. Verdeel daar vervolgens 2 à 3 theelepels van het notenmengsel overheen. Leg er nog twee lagen deeg op. Dan weer een laag boter, dan weer noten en weer twee lagen deeg. Zo ga je door totdat je nog iets van 6 tot 8 lagen filodeeg over hebt. Die leg je bovenop.
Snijd vervolgens met een scherp mes vierkanten van het opgestapelde deeg. Bak het vervolgens 50 minuten in de oven totdat de baklava knapperig en goudbruin is. Intussen maak je de siroop. Kook de suiker en het water totdat de suiker is gesmolten. Voeg dan de vanille en de honing toe. Laat dat voor zo’n 20 minuten zachtjes koken.
Zodra de baklava klaar is haal je deze uit de oven en giet je meteen de siroop erover. Laat het geheel afkoelen. Serveer de blokjes in cupcakevormpjes.

Het gerecht kan ingevroren worden. Als je het buiten de vriezer bewaart zorg dan dat je het niet afdekt, want dan wordt het zompig.

Dobŭr apetit!

Eleanna Iliopoulou

UvA-student Media & Information Eleanna Iliopoulou (19) uit Griekenland: melomakarona

‘Deze ongelofelijk smaakvolle koekjes zijn een traditionele Grieks kerstversnapering. Ze heten melomakarona. Probeer ze eens. Ze worden zonder twijfel binnen de kortste keren je favoriete koekjes. Zodra je erin bijt voel je de siroop in je mond druipen. Door de knapperige structuur van het koekje en de walnoten er bovenop zuigt het koekje alle siroop op. Daardoor wordt het een perfect gebalanceerd kerstdessert. Maar je kunt ze ook zeker laat op de avond eten. We krijgen allemaal weleens trek laat op de avond, toch? Zelf heb ik warme herinneringen aan een grote kop koffie, deze heerlijke koekjes en met z’n allen bij het haardvuur zitten. Het water loopt me al in de mond als ik eraan denk.’

(Tekst loopt door onder de foto)

Foto: Michael Koukoullis (cc, via Flickr)
Melomakarona

Ingredienten
Siroop:

500 milliliter water
800 gram kristalsuiker
150 gram honing
3 kaneelstokjes
3 kruidnagels
1 sinaasappel, in tweeën gesneden

Eerste koekjesmengsel:
400 milliliter sinaasappelsap
400 milliliter zonnebloemolie
180 milliliter olijfolie
50 gram basterdsuiker
Een halve theelepel gemalen kruidnagel
2 tot 3 theelepel gemalen kaneel
Een snufje gemalen nootmuskaat
1 theelepel baking soda
geraspte schil van 2 sinaasappels

Tweede koekjesmengsel:

1 kilogram bloem
200 gram griesmeel

Decoratie:

Honing
Gehakte walnoten


Bereiding

Siroop:
Kook al de ingrediënten voor de siroop, behalve de honing, in een pannetje totdat de suiker is gesmolten. Haal het pannetje van het vuur en voeg de honing toe. Roer totdat alles goed gemengd is. Laat de siroop zo’n drie à vier uur afkoelen. Het moet volledig zijn afgekoeld als de koekjes uit de oven komen.

Koekjes:
Verwarm de heteluchtoven voor op 190 graden. Voor de bereiding van de koekjes moet je twee verschillende mengsels maken. Mix eerst alle ingrediënten van het eerste mengsel met een garde in een grote kom door elkaar. Mix daarna de ingrediënten van het tweede mengsel door elkaar in een andere kom. Voeg vervolgens de twee mengsels samen. Meng het deeg voorzichtig en heel kort met je handen, maximaal zo’n tien seconden. Als je langer kneedt kan het mengsel namelijk gaan schiften. Maak vervolgens van het deeg ovaalvormige koekjes, van 30 gram en zo’n 3 à 4 centimeter lang. Probeer ze zo gelijk mogelijk te maken. Bak de koekjes dan 20 tot 25 minuten in de oven, totdat ze knapperig en goudbruin zijn. Zodra je de koekjes uit de oven haalt, dompel je ze meteen tien seconden in de koude siroop. Vervolgens besprenkel je ze met honing en gehakte walnoten.

Kalí órexi!

Vũ Hải Đăng

UvA-student Economics Vũ Hải Đăng (21) uit Vietnam: bún chả giò

‘Eigenlijk vieren we niet echt Kerst in Vietnam, maar bún chả giò, oftewel Vietnamese loempia’s, worden bij veel feestelijkheden gegeten. Bovendien is mijn familie katholiek, waardoor Kerst wel veel waarde heeft voor ons. Ik kom uit het Zuiden van Vietnam, daar noemen we de loempia’s bún chả giò. In het Noorden noemen ze ze bún nem rán, maar we bedoelen hetzelfde. Ik denk dat veel Nederlandse studenten de loempia’s wel kennen, maar meer als een snack of een bijgerecht. In Vietnam is het een essentieel deel van het hoofdgerecht. In combinatie met een goede vissaus – de ziel van dit gerecht – tillen de loempia’s het hoofdgerecht echt naar een hoger niveau. We eten het als lunch of als avondeten.
Ik heb goede herinneringen aan hoe ik vroeger met mijn broertje aan tafel “vocht” om wie het meeste recht had nog een loempia in zijn kom te scheppen. Het is ook het eerste gerecht dat ik zelf leerde koken. Dit recept is echt authentiek en niet moeilijk om te maken. Dus ik zou het iedereen aanraden.’

(Tekst loopt door onder afbeelding)

Foto: Stu Spivack (cc, via Wikimedia Commons)
Vietnamese bún chả giò’s

Ingrediënten
Voor 24 bún chả giò’s:
60 gram dunne rijstnoedels (ongekookt)
95 gram gesneden gekookte kipfilet
80 gram gesneden garnalen
2 grote eieren (geklopt)
1 geraspte wortel
4 gesneden judasoren (paddenstoelen – te koop bij de toko)
2 gesneden bosuitjes
Een halve theelepel kristalsuiker
Een halve theelepel zout

Een halve theelepel gemalen zwarte peper
240 milliliter zonnebloemolie
24 rijstvellen (of meer als je er meer wil maken)

Voor de saus:
Vissaus
Water
Suiker
Citroen
Knoflook
(Hoeveelheden naar smaak)

Bereiding
Bún chả giò’s:
Laat de rijstnoedels 20 minuten wellen in koud water totdat ze zacht zijn. Meng alle ingrediënten voor de loempia’s in een kom. Behalve de olie, die is voor het bakken. Maak dan een voor een de loempia’s door eerst een rijstvel 15 seconden te laten wellen in een ondiep bord met warm water en deze vervolgens te vullen met een eetlepel van de ingrediënten. Plaats de vulling in het midden van het vel, vouw dan de onderkant naar de helft zodat het de ingrediënten bedekt. Doe hetzelfde voor de linker en rechterkant en vouw hem dan voorzichtig tot een rolletje. Doe vervolgens de olie in een pan (of gebruik een frituurpan) en bak de loempia’s op middelhoog vuur totdat ze aan beide kanten goudbruin zijn.

De saus:
De bereiding van de vissaus hangt af van je persoonlijke voorkeur, maar het is in ieder geval belangrijk meer water dan vissaus toe te voegen. Doe dus water en een kleiner deel vissaus in een kom, voeg suiker toe en wat schijfjes citroen en in plakjes gesneden knoflook. Proef of je de smaak lekker vindt. Zo niet, vul dan nog wat vissaus, water, citroen of suiker toe totdat het de perfecte smaak heeft.

Chúc ngon miệng!

Anastasija Marković

UvA-student Linguistics Anastasija Marković (19) uit Slovenië: potica

‘In mijn thuisland eten we potica met Kerst. Dit toetje is een rol van gerezen deeg met een vulling. Traditioneel wordt de vulling gemaakt van walnoten, maar er zijn veel variaties mogelijk. Denk aan vullingen met dragon, varkenszwoerd, maanzaad of chocolade. In Slovenië eten we het met Kerst of met Pasen als laatste gang van het diner. Ik vind het een bijzonder dessert, omdat het bestaat uit hele simpele ingrediënten maar toch zo heerlijk is. Met name de vulling is verrukkelijk. Ik denk niet dat ik een andere zoetigheid ken met zo’n vulling. Het is smeuïg en gaat goed samen met het deeg.’

(Tekst loopt door onder de foto)

Foto: InYourPocket Slovenia (cc, via Flickr)
Potica

Ingrediënten

Voor het deeg:
1 kilogram bloem
60 gram (anderhalf blok) verse gist
500 milliter melk
4 eetlepels suiker
250 gram gesmolten margarine

4 eierdooiers
Mespuntje zout

Voor de vulling:
700 gram walnoten
350 millilitter slagroom
3 theelepels rum
200 gram suiker
1 theelepel kaneel
1 eetlepel cacao
4 eiwitten
1 ei
Eventueel rozijnen

Bereiding

Meng 100 milliliter lauwwarme melk, een eetlepel bloem, een eetlepel suiker en de verse gist in een kom. Mix het door elkaar en laat het rijzen. Meng in een andere kom de rest van het bloem, de rest van de melk, het mespuntje zout, de rest van de suiker, de gesmolten margarine en de eidooiers. Gooi vervolgens de inhoud van beide kommen bij elkaar en kneed het tot een deeg. Maak er een bal van en laat het rijzen totdat het in omvang is verdubbeld. Rijzen gaat het beste als je de kom op een warme plek zet.


Ondertussen maak je de vulling. Daarvoor doe je de walnoten, het kaneel, de suiker en de slagroom in een pan op laag vuur. Meng het door elkaar en voeg de rum, cacao en eventueel de rozijnen toe. Terwijl de vulling afkoelt klop je de vier eiwitten op. Dan mix je 1 ei en vervolgens de opgeklopte eiwitten door de vulling. Als de vulling te dik is, voeg je wat melk toe.


Als het deeg voldoende is gerezen splits je het in twee gelijke delen. Besprenkel je werkblad met bloem en rol beide stukken deeg uit totdat ze 1 centimeter dik zijn. Verspreid vervolgens de helft van de vulling over de ene lap deeg en de andere helft over de andere lap. Dan rol je beide stukken strak op. Snij de uiteindes van beide rollen af en leg de rollen in een tulbandvormig cakeblik. Druk het deeg aan zodat het cakeblik goed wordt gevuld. Laat het weer 20 minuten rijzen. Verwarm ondertussen de oven op 180 graden. Bak de cake vervolgens voor 50 minuten, of totdat de buitenkant bruin is.


Vervolgens laat je de potica afkoelen, haal je hem uit de vorm en strooi je er poedersuiker overheen. Je kunt het dessert een aantal dagen bewaren.

 
Dober tek!