Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Foto: Louisa Bergsma
actueel

‘Uit een handdruk haal je al heel veel informatie’

Louisa Bergsma,
12 augustus 2016 - 12:44

De Crea zomercursussen trekken elke zomer weer studenten en niet-studenten die zich willen uitleven op het gebied van fotografie, muziek, film, dans, theater, beeldende kunst en schrijven. Folia licht er zes weken lang een uit. Deze week de cursus Ontmoeting in dans (dans). ‘Ik vond het lastig om contact te maken als baksteen.’

Na de lunchpauze komen de deelnemers van de cursus Ontmoeting in dans een voor een binnendruppelen. De muziek staat al aan. Uit zichzelf beginnen ze door de ruimte te dansen. Als iedereen binnen is vormen ze een kring voor de warming-up. Vervolgens krijgen de deelnemers allemaal een nummer. ‘Nummer 1 wil nummer 2, 2 wil 3 en 3 wil 1.’ ‘Maar wat willen we dan?’ vraagt een van de cursisten. ‘Je wil elkaar ontmoeten,’ antwoordt Mirte Courtens. Daar draait de cursus blijkens de naam immers om.

Courtens geeft de rest van het jaar moderne dans en improvisatie bij Crea. Met deze cursus wil ze de deelnemers elkaar op verschillende manieren laten ontmoeten zodat ze zich bewust worden van de verschillende kwaliteiten van contact. ‘Eerder deze week zijn we heel simpel begonnen met ontmoetingen door elkaar een hand te geven. Uit een handdruk haal je al heel veel informatie,’ vertelt Courtens. ‘Het gaat er gewoon om dat je echt samen beweegt en dat elke ontmoeting een verandering teweeg brengt. Als het goed is geeft het je iets en word je uitgedaagd om uit je bubbel te komen.’

 

Na de warming-up pakken de cursisten hun objecten erbij, ze moesten allemaal wat meenemen voor vandaag. Er verschijnen een fles wijn, een beer, een zwaard, een baksteen, een kiezelsteen, een spatel, een muisje en een koffer. Een van de cursisten heeft haar knuffelbeer mee: ‘Jullie mogen er wel een beetje mee gooien, maar het moet wel aardig blijven.’ Een ander wilde eerst een trui als object nemen, ‘maar toen zag ik deze baksteen buiten bij Crea liggen dus nam ik die maar mee.’

Nadat de cursisten hebben uitgelegd waarom ze dit  voorwerp hebben gekozen en het uiterlijk ervan met elkaar besproken hebben is het weer tijd om te bewegen. ‘Zoek een plek in de ruimte met je object en ga ermee experimenteren. Denk na over de kwaliteit van je object en word het object.’ De cursisten proberen wat bewegingen uit en kruipen beetje bij beetje in hun rol als voorwerp. ‘Als er een ontmoeting ontstaat is dat ook goed. Kijk wat je kan doen met die twee kwaliteiten, maar blijf wel in je eigen kwaliteit.’

 

Langzamerhand vormen ze tweetallen door de ontmoetingen die ontstaan tijdens het dansen. De fles wijn draait rond de baksteen. De muis rent achter het zwaard aan. De beer en de koffer hangen aan elkaar. De kiezelsteen en de spatel buitelen over elkaar heen. Ondertussen blijven de dansers hard hun best om te blijven bewegen als hun eigen voorwerp tijdens de ontmoeting met het andere voorwerp.

‘De spatel is een verlengstuk van je lijf. Dat voelde ik nu goed, ik was echt die spatel’

Na de oefening gaat de groep weer even bij elkaar zitten. ‘Een wereld die opengaat’ is de eerste opmerking. ‘De spatel is een verlengstuk van je lijf. Dat voelde ik nu goed, ik was echt die spatel.’ Zijn tegenspeelster: ‘Ik voelde me geen groente in jouw wok, ik was wel echt mijn eigen steen. Het is te gek om een voorwerp te zijn, heel bijzonder.’

 

Een ander koppel vindt de opdracht moeilijker: ‘Ik vond het lastig om contact te maken als baksteen.’ ‘Ik miste het contact ook een beetje’, beaamt haar tegenspeelster die zich voordeed als een wijnfles.

 

Tot slot kiezen de koppels een van de objecten, dat wordt het uitgangspunt van hun beweging. ‘Het object is het contact tussen jullie, vanuit daar gaan jullie bewegen.’ Met de voorwerpen tussen hen in dansen, zwiepen, zwaaien en kronkelen de cursisten vervolgens weer op de klanken van de muziek door de zaal.