Foto: Monique Kooijmans
actueel

Waar blijven de studenten?

17 februari 2016 - 10:53

Terwijl landelijk het aantal eerstejaarsstudenten met 1 procent daalde, zag de UvA afgelopen september een terugloop van 11 procent. Andere universiteiten groeiden zelfs, Tilburg University met maar liefst 26 procent. Waarom zit de UvA in hoek waar de klappen vallen?

In de voorgaande jaren is het aantal studenten aan de UvA hard gestegen. De instroom is met deze daling terug op het niveau van voor 2011, zegt een UvA-woordvoerder. Er is nog geen onderzoek naar gedaan, maar de UvA komt wel met een aantal verklaringen. Een overzicht.

 

De bezettingen van het Bungehuis en het Maagdenhuis
Tegen het einde van de Maagdenhuisbezetting werden de actievoerders steeds vaker afgeschilderd als ‘beroepsactivisten’ en ‘krakers’. UvA-rector Dymph van den Boom denkt dat ‘de bezettingen van invloed kunnen zijn geweest op de keuze van sommige scholieren’. Die speelden namelijk in het voorjaar van 2015, volgens de rector een periode waarin veel scholieren zich oriënteren op hun studiekeuze.

 

Of ze het nou eens waren met de bezetters of met de beslissing het Maagdenhuis te laten ontruimen, ouders en studenten die niet van gedoe houden zouden eerder voor het rustige Tilburg hebben gekozen. Of dit gecompenseerd wordt door geëngageerde studenten die, aangetrokken door de bezettingsromantiek, juist voor de UvA kiezen is nog maar de vraag.

‘De bezettingen kunnen van invloed zijn geweest op de keuze van sommige scholieren’

De invoering van het leenstelsel
Nergens zijn studentenkamers zo duur als in Amsterdam. Volgens de studentenvakbond LSVb betaalde je er in het collegejaar 2014-2015 20,42 euro per vierkante meter tegenover 18,41 euro in Utrecht en 14,77 euro in Delft. Een student die op kamers moet om in Amsterdam te kunnen studeren zal daar dus wel twee keer over nadenken. Dan krijgt een student ook al geen basisbeurs meer, waardoor hij er nog eens 280 euro per maand op achteruit gaat. Dit verhoogt de drempel om op kamers te gaan.

 

In Amsterdam stijgen de woningprijzen bovendien sneller dan elders; dit zou ook de daling aan de Vrije Universiteit en de HvA kunnen verklaren: respectievelijk 12 en 14 procent. Eind vorig jaar werd bekend dat in Amsterdam dit collegejaar 17 procent minder studenten op kamers gingen. ‘We hebben er altijd voor gewaarschuwd dat het leenstelsel de toegankelijkheid van het onderwijs in gevaar zou brengen, en dat zie je nu weer eens bevestigd,’ zei Asva-voorzitter Xandra Hoek destijds.

 

De terugkeer van het tussenjaar
Tot in 2012 bekend werd dat het leenstelsel zou worden ingevoerd was de eerstejaarsinstroom aan de UvA stabiel. Maar omdat veel scholieren doorkregen dat ze vanaf 2015 geen basisbeurs meer zouden krijgen, besloten zij zo snel mogelijk aan een universitaire opleiding te beginnen om nog onder het regime van de basisbeurs te vallen. Studenten die na de middelbare school soms een jaar gingen reizen of werken voordat ze zich aan de universiteit inschreven, het zogenoemde tussenjaar, zagen hier nu van af. Dit zorgt voor een relatief hoog aantal inschrijvingen tussen 2012 en 2015 en een daling in 2015, door DUO het boeggolfeffect genoemd.

 

Dit effect zou aan de UvA het sterkst zijn, volgens de woordvoerder. ‘Relatief veel UvA-studenten nemen een tussenjaar, meer dan bij andere universiteiten.’ Volgens de laatste Startmonitor heeft 14 procent van de UvA-eerstejaars voorafgaand gereisd en heeft 6 procent een jaar gewerkt, ten opzichte van de landelijke gemiddelden van respectievelijk 4 en 3 procent.

De invoering van UvA-matching
Met de komst van het UvA-matchingprogramma in 2014 moeten aankomende studenten verplicht een aantal dagen college volgen bij de studie van hun keuze. Zo kunnen ze kijken of ze de gekozen studie wel leuk vinden en of ze het niveau aankunnen. Uit een toets na afloop komt een niet-bindend positief of negatief studieadvies.

 

Uit een tussentijdse meting die in september werd gehouden aan de UvA bleek dat 58 procent van de studenten met een negatief studieadvies zich had ingeschreven bij een opleiding, tegenover 77 procent van de studenten met een positief advies. ‘Uit de evaluatie van het eerste jaar UvA-matching bleek zelfs dat de uitval onder degenen met een negatief advies tweemaal zo groot is als onder degenen met een positief advies,’ aldus de UvA-woordvoerder. Het lijkt er dus op dat een groepje studenten zich laat afschrikken, de tijd neemt om even na te denken of zich ergens anders inschrijft.

 

De afnemende populariteit van bepaalde vakgebieden
De UvA wijt de daling ook deels aan een landelijke terugval in de populariteit van vakgebieden waarin de UvA sterk vertegenwoordigd is. Het zou gaan om de alfawetenschappen en de sociale wetenschappen, terwijl de belangstelling voor techniek en landbouw juist stijgt.

 

Volgens DUO neemt landelijk het aantal eerstejaarsstudenten aan technische studies met bijna 5 procent toe; voor exacte studies is dat meer dan 8 procent. Onder andere de universiteiten van Delft, Wageningen en Eindhoven profiteren van deze verschuiving; daar stijgt het aantal eerstejaars studenten met ongeveer 5 procent. Dat de UvA geen technische opleiding aanbiedt, zou de krimp dus deels kunnen verklaren. Dan blijft het wel de vraag waarom Tilburg zo sterk groeit, terwijl die universiteit ook geen technische opleidingen aanbiedt.