Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
actueel

‘Onze rechtenfaculteit moet in de Nederlandse top komen’

Dirk Wolthekker,
2 februari 2016 - 12:13

Afgelopen week werd bekend dat hoogleraar internationaal recht André Nollkaemper per 1 mei de nieuwe decaan wordt van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Hij wil ‘een luisterend decaan’ zijn, maar de faculteit ook opstuwen in de vaart der volkeren.

Barst maar los. Wat zijn uw plannen met de rechtenfaculteit?

‘Er is veel te doen op het gebied van onderwijs, onderzoek en organisatie. Laat ik er drie dingen uitlichten. We staan wat het onderwijs betreft als faculteit al jarenlang onderaan de kwaliteitslijstjes van Nederlandse rechtenfaculteiten. Dat moet anders. Ik wil dat onze faculteit in de Nederlandse top komt. Daarnaast wil ik de betrokkenheid van studenten en medewerkers bij alles wat op de faculteit gebeurt vergroten, want door een tekort daaraan is er veel onvrede ontstaan, daarom wil ik een luisterend decaan zijn. Ten derde wil ik slagvaardig besluiten nemen. Daarin is de faculteit de afgelopen jaren wat tekort geschoten, waardoor er op de hele faculteit onduidelijkheid bestaat over de koers en richting die we op gaan.’

 

De faculteit heeft te kampen met een flinke terugloop in studentenaantallen, vooral in de bachelor. Wat gaat u daar aan doen?

‘Onze faculteit heeft een enorm potentieel als grote rechtenfaculteit. Maar er moet wel wat gebeuren om dat potentieel te realiseren. Ik wil om te beginnen de kwaliteit en het profiel van onze opleidingen zekerstellen en waar nodig verbeteren. Daarnaast wil ik vooral stevig inzetten op goede (interne) communicatie en een goede marketing van onze faculteit naar buiten toe. In het meest recent lijstje van Elsevier is iets meer dan veertig procent van de studenten aan onze faculteit tevreden over faciliteiten, de organisatie en de communicatie. Dat is veel te weinig en dat moet dus echt beter.’

‘We moeten de voor- en nadelen van promotiestudenten nog eens goed afwegen’

Wat het onderzoek betreft: de faculteit neemt geen promovendi uit de eerste geldstroom meer aan. Hoe borgt u dat er voldoende promovendi zijn om de onderzoekstatus waar te maken?

‘Dat is een lastige kwestie, waar ik veel in wil investeren. Wij nemen inderdaad geen eerste geldstroomDe eerste geldstroom is financiering die direct afkomstig is van het ministerie van OCW. De tweede geldstroom bestaat uit onderzoekssubsidies van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de derde geldstroom bestaat uit inkomsten van private partijen en contractonderzoek.promovendi meer aan en onderzoeksgeld voor promovendi genereren uit de tweede en derde geldstroom is in ons vakgebied niet eenvoudig. Het collectieve en geprogrammeerde karakter van NWO-onderzoek dringt vaak met het individuele karakter van juridisch onderzoek en dat maakt het lastig om NWO-subsidies binnen te halen. Als je mij vraagt waar het geld vandaan moet komen voor promovendi zou ik toch zeggen dat we de voor- en nadelen van promotiestudenten nog eens goed moeten afwegen. Aan andere kwaliteitsfaculteiten in het buitenland, zoals Florence, is dat stelsel de gewoonste zaak van de wereld. Ik zou wel eens een goed onderzoek willen zien naar de vraag of en hoe zo’n stelsel aantrekkelijk kan zijn voor promovendi en tegelijkertijd kan leiden tot hoogwaardig onderzoek.’

 

Uw faculteit moet volgend jaar verhuizen van de Oudemanhuispoort naar de Roeterseilandcampus. U was daar geen voorstander van. Nu wel?

‘Ik was er inderdaad geen voorstander van, maar nu het zover is, denk ik dat de verhuizing ook kansen biedt om de faculteit te versterken. We komen daar in een nieuw gebouw, waar dingen goed geregeld kunnen worden. Het aantal vierkante meters dat we daar ter beschikking krijgen staat weliswaar onder druk door de teruglopende studentenaantallen en door minder benodigde staf, maar ik denk wel de verhuizing ons ook veel nieuwe energie en elan kan geven.’

 

U werkt al lang aan de UvA en hebt verschillende decanen meegemaakt. Op welke decaan lijkt uw bestuursstijl het meest? Op die van Jaap Zwemmer, Jit Peters of Edgar du Perron?

‘Ik heb van elk van mijn voorgangers geleerd. Jaap Zwemmer heeft in een lastige financiële situatie met veel besluitvaardigheid een effectieve reorganisatie doorgevoerd en de basis gelegd voor de ontwikkeling van top onderzoeksinstituten. Jit Peters stond als decaan dicht bij medewerkers en studenten, en liet, in een fase waarin het financieel voor de wind ging, de faculteit goed lopen. Edgar du Perron vertrouwde ook op medewerkers en studenten, maar heeft ook veel nieuwe ideeën gelanceerd, zoals PPLE, en de faculteit laten zien dat een moderne juridische opleiding meer kan doen dan studenten wegwijs maken in een wetboek. De combinatie van goed contact met studenten en medewerkers, initiëren van vernieuwing en besluitvaardigheid lijkt me een goede mix.’