Foto: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
actueel

Bussemaker wil geen grote rol student en docent bij benoeming bestuurders

Henk Strikkers,
28 januari 2016 - 16:54

Docenten en studenten krijgen, als het aan minister Bussemaker ligt, geen doorslaggevende stem bij de benoeming van bestuurders. Dat laat zij vandaag weten in een brief aan de Tweede Kamer. Vorige week opperden PvdA-Kamerlid Mohamed Mohandis en D66’er Paul van Meenen nog dat een sollicitatiecommissie een voordracht zou doen die de Raad van Toezicht niet zou mogen weigeren, maar dat is volgens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ‘moeilijk werkbaar’.

Vorige week debatteerde de Tweede Kamer over de Wet versterking bestuurskracht, waarmee minister Bussemaker een aantal veranderingen wil doorvoeren in het bestuur van onder meer universiteiten en hogescholen. Die veranderingen gingen een groot deel van de Tweede Kamer echter niet ver genoeg. Met name SP, D66 en PvdA dienden een grote hoeveelheid inhoudelijke amendementenAmendementen zijn door Kamerleden aangedragen wijzigingen van een wetsvoorstel. Als zij een meerderheid krijgen in de Tweede Kamer worden zij doorgevoerd. Het is echter goed gebruik dat de betreffende minister voorafgaand aan de stemming de amendementen bespreekt. in, die de medezeggenschap veel meer inspraak zouden geven. Vandaag beantwoordt Bussemaker die in een brief.

 

Bij de benoeming van bestuurders doet de minister een kleine toezegging: ze is bereid om wettelijk vast te leggen dat er minimaal één student en één medewerker in de sollicitatiecommissies voor nieuwe bestuurders moet zitten. Dat gaat echter veel minder ver dan de voorgestelde amendementen: die zagen op instemmingsrecht van de medezeggenschap op bestuurdersbenoemingen en op een bindende voordracht van sollicitatiecommissies die de Raad van Toezicht zou moeten opvolgen.

 

Weinig ruimte voor wijzigingen

Daar wil Bussemaker echter niet aan. ‘Al die voorstellen zouden tot gevolg hebben dat de interne toezichthouder zijn verantwoordelijkheid voor de benoeming van het bestuur niet kan waarmaken,’ zo schrijft ze. ‘Dit bemoeilijkt het functioneren van de interne toezichthouder [Raad van Toezicht, red] die moet toezien op het functioneren van het bestuur en verantwoordelijk is voor benoeming, schorsing en ontslag van bestuurders. Het maakt ook dat ik als minister de interne toezichthouder niet kan aanspreken op zijn verantwoordelijkheid.’

Slechts een klein aantal amendementen kan de steun van Bussemaker wel wegdragen

Ook op andere fronten geeft Bussemaker niet veel toe. Zo ziet de minister niet veel in de bevoegdheid van de medezeggenschap om bestuurders weg te sturen in het geval van wanbeheer. Eveneens vindt ze het te voorbarig om de medezeggenschap instemmingsrecht te geven op de hoogte van het instellingscollegegeld, in het geval van opheffing of samenvoeging van opleidingen en in het geval van samenwerking met andere universiteiten of hogescholen. Het wettelijk vastleggen van instemmingsrecht op het allocatiemodel, grote huisvestingsbeslissingen of het bindend studieadvies gaat de minister ook te ver. Het verplichten van het opnemen van student-assessors in colleges van bestuur of het verplicht verkiezen van opleidingscommissies steunt ze evenmin.

 

Slechts een klein aantal amendementen kan de steun van Bussemaker wel wegdragen. Zo laat zij de Kamer beslissen of Raden van Toezicht een meldplicht krijgen als zij wanbeheer aantreffen, evenals of fulltime-bestuurders vrijgesteld zullen worden van het betalen van het collegegeld. Ook wat betreft het meest symbolische amendement, dat van Paul van Meenen die de naam van de wet wil veranderen in Wet versterking bestuurskracht en medezeggenschap, laat zij het oordeel aan de Kamer.