Klachten over de penibele positie van studenten buiten de Randstad tijdens hun zoektocht naar een kamer, zijn volgens studentenhuisvester Duwo onterecht. Dat verklaart Jan Benschop, algemeen directeur van Duwo, in reactie op een opiniestuk van de aankomende student Martijn Janse uit Zeeland en klachten van andere Zeeuwse studenten.

‘Een maand een account geeft je amper kansen, dus dat betekent dat je op de basisschool al een account moet aanmaken,’ zo uitte Janse vorige maand zijn ferme kritiek op Duwo in een door de Volkskrant gepubliceerd opinieartikel.

Janse stelt in het stuk dat studenten met een ondoenlijk lange reistijd van en naar de collegezaal in de Randstad ‘amper effectieve hulp of voordelen krijgen bij het vinden van een kamer.’ Reden voor CDA Zeeland om aan de bel te trekken en er bij woningcorporaties op aan te sturen samen te werken en Zeeuwse studenten sneller van een kamer te voorzien.

Bullshitverhaal
Benschop van Duwo kan er kort over zijn: ‘Ik vind het een bullshitverhaal en herken de situatie totaal niet. Er is een goede voorrangsregeling voor studenten die ver weg wonen van hun studiestad, en Janse valt daar zeker onder. Ik weet niet wat hij gedaan heeft, is hij buiten bij een pand gaan staan en vervolgens weer weggelopen?’

Benschop vindt het vreemd dat Janse, die op zoek is naar een kamer in Leiden, zo openlijk klaagt over de situatie, maar naar zijn weten geen contact heeft opgenomen met Duwo. Naast Amsterdam behoren ook andere steden in de Randstad, waaronder Leiden en Delft, tot het werkterrein van Duwo.

Minder luxe
Daarnaast heeft Benschop geen idee waar het initiatief van CDA Zeeland op is gebaseerd. De CDA-fractie wil de voorrangsregelingen van Zeeuwse woningcorporaties voor studenten uit de eigen provincie uitbreiden naar meerdere studentensteden, maar als het aan Benschop ligt is dit helemaal niet nodig. ‘We hebben, om Janse als voorbeeld aan te halen, een behoorlijk aantal studentencomplexen in Leiden waar studenten met reisurgentie terechtkunnen.’

Om zeker te zijn van zijn zaak, liet Benschop uitzoeken of Janse heeft meegedongen naar voorrangswoningen, maar vooralsnog kon hij niets traceren. ‘Ik zou hem daarom willen uitnodigen om naar ons toe te komen met zijn casus.’ Benschop plaatst de kanttekening dat, vooral in september aan de start van een nieuw collegejaar, het voor iederéén moeilijk is om aan een kamer te komen. Als nieuwkomer moet je dan sneller genoegen nemen met een mindere kamer. ‘Natuurlijk is het minder luxe dan bij papa en mama.’