De Negen Straatjes zijn veranderd van een buurt voor de buurt in een decor voor massaconsumptie. UvA-promovendus Marije Peute onderzoekt hoe algoritmes de openbare ruimte in de stad beïnvloeden: ‘Het heeft geen zin om te haten op de mensen in de rij.’
Iedereen kent ze wel: de TikTokrijen. De stoet aan mensen voor de deur bij Fabel Friet, die nieuwe pop-upzaak of die ene activiteit die toevallig viraal is gegaan op sociale media. UvA-promovendus Marije Peute onderzoekt de manier waarop mediaplatforms ruimtes en ruimtelijke verhoudingen veranderen. Daarbij kijkt ze onder meer naar de Negen Straatjes, een gebied dat – tot verdriet van bewoners en ondernemers – geteisterd wordt door dit soort TikTokrijen.
Marije, de TikTokrijen: iedereen heeft er wel een mening over. Maar waar doe jij precies onderzoek naar?
‘Ik kijk onder meer naar de invloed van sociale media op hoe plekken in de stad zichtbaar worden. De Negen Straatjes zijn daarbij één van de casussen, maar ik kijk bijvoorbeeld ook naar de Dappermarkt. Daar zijn geen TikTokrijen, maar er is, op een andere manier, ook veel TikTok-zichtbaarheid. TikTok is laagdrempelig, terwijl de esthetiek op bijvoorbeeld Instagram een stuk gepolijster is.’
Marije Peute doet promotieonderzoek bij de onderzoeksgroep stadsgeografie bij de afdeling Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies (GPIO) van de UvA. Ze onderzoekt hoe mediaplatforms ruimtes en ruimtelijke verhoudingen veranderen door ranglijsten en beeldvorming te creëren.
Wat is er eigenlijk zo erg aan TikTokrijen?
‘In het geval van de Negen Straatjes heeft de online populariteit het voor een flinke disbalans gezorgd. De hele buurt is een TikToktrend geworden. Terwijl het historisch gezien juist een plek is voor detailhandel, waar mensen uit de hele stad terecht kunnen voor goede service en een praatje. Ook willen buurtbewoners een bekend gezicht zien in de winkel: dat wringt met de massaconsumptie van die TikTokrijen. Zo’n massale rij heeft daar dan ook veel meer impact op dan een Labubu-rij in de Kalverstraat, waar de focus toch al meer op de massa ligt.’
‘Het is geen toeval dat de Negen Straatjes de aandacht trekken van gebruikers op TikTok. De kleinschaligheid en romantiek van de grachtengordel trekken mensen aan die foto’s willen maken voor sociale media.’
Het is makkelijk om te mopperen op de mensen in de rij, maar wie is er uiteindelijk verantwoordelijk? Gebruikers, ondernemers, de gemeente?
‘Er wordt veel neergekeken op de mensen in de rij. Het is iets waar veel mensen zich boos om maken: “wat een domme mensen”, hoor je dan. Maar daar gaat het niet om, het heeft geen zin om daarop te haten. De kracht ligt bij vergunningen en het beleid. De openbare ruimte in dit gebied wordt nu grotendeels gebruikt voor consumptie, veel meer dan voor sociale zaken.’
‘We kunnen er niks aan doen dat de meeste mensen nou eenmaal op sociale media zoals TikTok zitten: het is gewoon een grote maatschappelijke verandering. De impact die dat heeft op deze buurt specifiek, dat ligt niet aan de gebruikers van platforms. Trends zijn bovendien van alle tijden. Het is alleen massaler: door het TikTok-algoritme worden plekken met aandacht nog extra uitvergroot.’
Wat zou er met de Negen Straatjes moeten gebeuren?
‘Er is in het verleden al best veel gedaan met vergunningen, waardoor afhaalzaken bijvoorbeeld gesloten zijn. Als je kijkt naar wel of geen takeaway: dat zorgt voor een hogere omloop. Dan heb je niet alleen rijen, maar ook mensen die consumeren in de openbare ruimte. Dat faciliteert het massale. Dat is iets waar je als gemeente naar zou kunnen kijken.’
‘Elk gebied heeft een andere aanpak nodig. Op de Zeedijk heb je bijvoorbeeld best een goede balans tussen Amsterdamse ondernemers, cliënteel en toerisme. Het kan dus wel.’
‘Met de Negen Straatjes kan het ook nog steeds goedkomen. Het is een dynamische buurt, de Negen Straatjes hebben al veel verandering doorgemaakt. Het is een buurt waar mensen veel om geven, daardoor wordt er meer actie ondernomen, door ondernemers en buurtbewoners. De ruimte betekent iets voor mensen en dat merk je.’