Het Amsterdam Centre for Entrepreneurship (ACE) begeleidde in bijna twintig jaar tweehonderd startups van kennisinstellingen in Amsterdam die goed waren voor negenhonderd banen. Begin dit jaar verdween ACE plots stilletjes van het toneel. Hoe kon dit? En: hoe erg is het eigenlijk?
‘After nearly twenty years as a driving force behind academic entrepreneurship, ACE is coming to an end.’ In een e-mail aan haar relaties en via een post op sociale media laten de aandeelhouders van het Amsterdam Centre for Entrepreneurship (ACE) op 19 februari 2025 weten dat ACE, de eerste academische incubator voor ondernemende onderzoekers en studenten in Amsterdam met een op wetenschap gebaseerd idee, niet langer bestaat.
Een incubator ondersteunt beginnende bedrijven in de eerste fase van ondernemerschap. Het bijzondere van ACE was dat ze dit deden met academische bedrijfjes, met een focus op bètastudies. Denk aan biotechnologiebedrijf Lumicks, die inmiddels wereldwijd zo’n 170 medewerkers in dienst heeft. Of aan de kunstmatige intelligentie-startup Scyfer, die enkele jaren geleden werd opgekocht door het Amerikaanse Qualcomm, een van de grootste chipmakers ter wereld. ACE begeleidde in minder dan twintig jaar meer dan tweehonderd startups die gezamenlijk 170 miljoen euro aan investeringen binnenhaalden en goed waren voor 900 banen.
Via de programma’s van ACE leerden studenten en medewerkers over ondernemerschap. Ook was er een mentorprogramma. Studenten en medewerkers werden gekoppeld aan ervaren ondernemers in het veld om hun ideeën verder te ontwikkelen.
Veel relaties van ACE werden overvallen door het nieuws. ACE, in 2006 opgericht vanuit de UvA-minor ondernemerschap door voormalig UvA-hoogleraar Mirjam van Praag, was namelijk als enige incubator verbonden aan alle kennisinstellingen in Amsterdam: de universiteiten, de HvA en het Amsterdam UMC. Volgens ondernemers is dat belangrijk, omdat ze via ACE gemakkelijker contact konden leggen met andere ondernemers in Amsterdam. Wat bijdroeg aan de schok was dat aandeelhouders juist leken te investeren in de incubator met een nieuwe directeur.
Stanford-effect
Die directeur, Oscar Kneppers die werd aangesteld in maart 2023, had grootste plannen. Zo wilde hij een investeringsfonds oprichten ter waarde van een half miljard euro. Dat zou volgens Kneppers uiteindelijk voor het Stanford-effect moeten zorgen. Kneppers: ‘Dat mensen zeggen: ik ga in Amsterdam studeren, want die en die bedrijven zijn dáár geboren. Net als Google in Stanford. En dat alumni met succesvolle startups ook terugkomen als investeerders voor de volgende generatie wetenschappelijke ondernemers.’
Ook zouden alle startup initiatieven in Amsterdam verder moeten gaan onder één vlag: Caempus genaamd, met ‘ae’ voor academic entrepreneurs. Op elke campus in Amsterdam zouden er meerdere vestigingen moeten komen, duidelijk herkenbaar als de plaats waar alle academische ondernemers terecht kunnen.
Dat plan lanceerde Kneppers in 2024 intern op Science Park maar daarna liep het spaak. Kneppers: ‘Na de zomer kwam het plan niet lekker op gang en bleek al snel dat de visies van de aandeelhouders niet op één lijn lagen.’ Dat had volgens Kneppers voornamelijk te maken met het geld voor het investeringsfonds.
Al jaren betaalden de aandeelhouders zo’n half miljoen euro per jaar aan ACE om de organisatie draaiende te houden. Dat bedrag werd op verzoek van Kneppers verhoogd naar 7,5 ton per jaar om zijn plan uit te kunnen werken. Om het investeringsfonds uiteindelijk op te zetten vraagt Kneppers ruim een miljoen euro per jaar aan de aandeelhouders. ‘Met het idee dat we daarmee de tijd kochten om de 500 miljoen euro aan investeringsgeld binnen te halen, waarna ACE zichzelf kon bedruipen en de bijdrage van de aandeelhouders symbolisch zou worden.’
Ver buiten de budgetten
Volgens Rudi Rust, directeur van drie van de vier aandeelhouders van ACE (De Ventures Holdings van UvA, HvA, en Amsterdam UMC) waren de aandeelhouders het er unaniem over eens waren dat het plan van Kneppers ver buiten de begroting viel die zij beschikbaar wilden stellen. Bovendien zou het plan van Kneppers geen goede oplossing bieden voor de uitdagingen waar ACE voor stond.
Sinds de oprichting van ACE waren binnen de universiteiten allerlei initiatieven voor ondernemerschap van de grond gekomen zoals Startup Village, Demonstrator Lab, Law Hub, REC Impact, Start Hub en de Humanities Venture Lab. Rust: ‘Zij doen deels ook wat ACE deed.’ En ook op nationaal niveau was er concurrentie gekomen in de vorm van de Faculty of Impact en gespecialiseerde incubators.
Rust: ‘De opdracht was voor ACE om een goede positionering te vinden tussen kwaliteit en kwantiteit. Als ACE de lat laag legt om veel startups te kunnen helpen dan gaan de beste startups naar selectieve of gespecialiseerde incubators elders. Maar ook, maak je het te smal, dan help je weinig Amsterdamse startups en concurreer je met al bestaande gespecialiseerde incubators, zoals Estec voor ruimtevaart in Noordwijk. Het plan van Kneppers bood daar geen goede oplossing voor. Het was vooral een incubator die veel geld ging kosten, ver buiten onze budgetten.’
Waarom dat pas eind 2024 duidelijk wordt komt volgens Rust omdat eerder ‘niet duidelijk was dat er zoveel geld mee gemoeid zou zijn’. En dus belandt het plan in een la.
Teleurgesteld
Veel mensen uit de academische ondernemingswereld reageren verbaasd en teleurgesteld op het verdwijnen van ACE. ‘Vanaf de zijlijn merkte ik wel dat de overgang van ACE naar Caempus inhoudelijk niet echt op gang kwam,’ reageert Klaas Hernamdt, programmaleider van het Humanities Venture Lab. ‘Ik denk dat het moeilijk was om alle kikkers in de kruiwagen te houden en iets voor de hele gemeenschap te doen. Dat besloten werd om de stekker eruit te trekken, dat overviel mij wel.’
Suzanne Hansen, Head of Partnerships bij de studie Computational Social Science maakt zich zorgen of ondernemende studenten aan de UvA hun weg nu wel weten te vinden. ‘Uit onderzoek blijkt dat 3 tot 5 procent van de studenten ondernemend is of al een bedrijf heeft. Aan de UvA zou dat gaan om 1350 tot 2250 studenten. Waar moeten die studenten nu naartoe?’
Dat is ook de zorg van Bart Vredebregt, die onder begeleiding van ACE zijn software startup Aiir Innovations oprichtte. ‘Het moet het duidelijk zijn voor ondernemende studenten waar ze kunnen aankloppen. De lage drempel van ACE speelt daarin een sleutelrol.’
Gat in ondernemingslandschap
‘Het wegvallen van ACE is een behoorlijke domper,’ schrijft hoogleraar in de circulaire chemie Chris Slootweg en directeur van het Demonstrator Lab Science Park. ‘Nationaal is er onder andere de Faculty of Impact, maar op Science Park is er nu een gat in de lab-to-market stimulans.’
Met het verdwijnen van ACE is er een gat ontstaan in het ondernemerslandschap, zegt ook Jonathan Sitruk, coördinator van de minor ondernemerschap. ‘Startup Village en REC Impact hebben een vergelijkbare functie maar zijn nog niet waar ACE was. Wat ACE uniek maakte was dat het alle universiteiten en hoger onderwijsinstellingen in Amsterdam betrof. Het zorgde voor een netwerk en dat valt nu weg.’
Ook volgens Hernamdt van het Humanities Venture Lab gaat er met ACE een belangrijke netwerkfunctie verloren. ‘Het belangrijke voordeel van ACE was dat het één merk was voor ondernemerschap in Amsterdam. Iedereen in het wereldje kende dat. Als ik iemand nodig had uit een andere discipline klopte ik daar aan. Met het verdwijnen van ACE is het weer meer iedereen voor zich. We kennen elkaar nog wel, maar de connecties verwateren natuurlijk wel.’
Het ondernemerslandschap is inderdaad druk geworden met andere initiatieven, erkent ook Sitruk. ‘Maar dat lijkt me geen reden om ACE op te heffen.’ Hoe het gat nu gevuld kan worden is volgens Sitruk niet gemakkelijk te beantwoorden. ‘Ik denk dat als iemand had geweten welk initiatief ervoor in de plaats moest komen, ze het wel hadden geïnstalleerd.’
Big bang
Blijkt een initiatief dat alle academische startup initiatieven in Amsterdam onder één vlag brengt dan toch te hoog gegrepen? Rust: ‘Het eerlijke antwoord is denk ik: er is niet één big bang waarmee dat lukt. Ik denk dat dat alleen gelukt was als een soort groeimodel naar de toekomst. In Amsterdam zijn alle initiatieven ingebed in hun eigen lokale situatie met hun eigen bekostiging, dat krijg je niet in een keer onder één noemer. Ik zeg nooit, nooit, maar in Amsterdam zijn we nog niet zo ver, en hebben we er nu het geld niet voor.’
Hernamdt voert ondertussen zelf al verkennende gesprekken om de samenwerkingen tussen programma’s voor studentondernemerschap in Amsterdam te versterken. ‘Als het niet van bovenaf komt, dan moeten we proberen om van onderaf iets op te bouwen.’