Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Foto: Bob Bronshoff (UvA)
actueel

UvA-gebouwen | Waarom heet het Bushuis eigenlijk het Bushuis?

Sterre van der Hee,
6 december 2022 - 13:04

Even blokken in het Bushuis. Het wat-huis? Het Bushuis! Dat statige pand aan de Kloveniersburgwal. Waarom heet dat eigenlijk zo? We zochten het uit voor deel één van een tweeluik over het Bushuis. 

Wie de betekenis van een woord wil herleiden, kijkt allereerst in een encyclopedie. Daar blijkt dat ‘bushuis’ gelijkstaat aan ‘arsenaal’: ‘een magazijn voor oorlogsbehoeften, veelal met bijbehorende werkplaats’. Synoniemen zijn ‘armamentarium’, ‘tuighuis’ of ‘’s lands huis’. ‘Bus’ is verder oud-Nederlands voor ‘kanon’ – denk aan buskruit, dat rond de vijftiende eeuw ook wel ‘donderbuspoeder’ of ‘dondercruut’ werd genoemd. 

Foto: Publiek domein
Schilderij uit 1672. Te zien: de Kloveniersburgwal met het Bushuis

Het Bushuis was een wapenpakhuis, blijkt uit gegevens van het Bureau Monumenten en Archeologie van de gemeente Amsterdam. Beneden was het stedelijk wapenmagazijn, boven waren drie korenzolders. Het Bushuis verrees rond 1550 aan de Kloveniersburgwal en was eigendom van de stad. Toen in 1606 het nieuwe Stads-Bushuis werd gebouwd – op de plek waar nu de Universiteitsbibliotheek aan het Singel staat – werd het oorsponkelijke Bushuis verhuurd aan de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), die toen net bestond. De Amsterdamse VOC-afdeling gebruikte het pand voor goederenopslag en als slachthuis: er zouden jaarlijks duizenden ossen zijn geslacht. Het vlees diende als proviand voor scheepslui.

 

Omdat de VOC vergaderruimte nodig had, werd in 1606 besloten om een pand eraan te bouwen: het Oost-Indisch Huis. Dit werd een vaste term: zo kregen ook de VOC-afdelingen in Delft, Enkhuizen, Hoorn, Rotterdam en Middelburg een Oost-Indisch Huis Dit werd een vaste term: zo kregen ook de VOC-afdelingen in Delft, Enkhuizen, Hoorn, Rotterdam en Middelburg een Oost-Indisch Huis(ook wel ‘Oostindisch Huis’ of ‘Oostindies huis’ genoemd). Het was landelijk het eerste pand dat speciaal voor de VOC werd gebouwd. De Amsterdamse afdeling gebruikte het voor vergaderingen, maar ook de centrale directie – de Heren XVII – kwam er samen. De VOC deed er de boekhouding en bewaarde er kaarten. Toen de Compagnie failliet ging kwam het gebouw tot 1808 ter beschikking van het koloniaal bestuur. Het oorspronkelijke Oost-Indisch Huis ging rond 1891 tegen de vlakte omdat daar een nieuw postkantoor moest komen.

‘Het pand was een opslag en een slachthuis: er zouden jaarlijks duizenden ossen zijn geslacht. Het vlees diende als proviand voor de scheepslui’

Uitbuiting

In 1976 werden beide panden gerestaureerd. In het Oost-Indisch Huis zijn de plafonds gereconstrueerd aan de hand van een tekening uit 1771. Eind jaren negentig werd ook de bewindhebberszaal nagemaakt, compleet met het oude en nieuwe wapen van Amsterdam, een sierlijke groene schouw en zeventiende-eeuwse schilderijen van de verschillende VOC-afdelingen. Geen perfecte reconstructie, maar een ‘decor dat theatraal bedoeld is’, vertelde historicus Lodewijk Wagenaar eerder in Folia. Het Bushuis en het Oost-Indisch Huis dienen nu onder andere als Universiteitsbibliotheek en worden vooral gebruikt door de Faculteit der Geesteswetenschappen. 

Foto: Publiek domein
Gravure van het Oost-Indisch Huis, gemaakt halverwege de zeventiende eeuw

Drie jaar geleden ontstond ophef over de bewindhebberszaal: de verbeelding van de koloniale geschiedenis zou niet meer van deze tijd zijn, concludeerde een commissie Diversiteit van de UvA. Ook UvA-hoogleraar Remco Raben (postkoloniale culturele geschiedenis) stelde dat erover gesproken moest worden. ‘De zaal heeft een beladen geschiedenis. Die moet je niet wegpoetsen, maar juist benoemen. Het Huis was het epicentrum van een handelsimperium waarmee veel geld werd verdiend, maar waarmee ook slaverij en uitbuiting gemoeid waren.’ Er zijn inmiddels toelichtende teksten in de voorhal aangepast, zegt Raben nu. ‘Ik heb wat teksten geschreven die naast de oude teksten zijn geplaatst. Dat ging in goed overleg met de faculteit.’ Ook het Amsterdamse VOC Café kreeg veel kritiek en veranderde dit jaar de naam.

Hé, dit artikel heb ik al eens gelezen

Dat klopt. Dit artikel werd in 2019 gemaakt door Folia-redacteur Sterre van der Hee. Voor de aflevering over het Bushuis in de gebouwenserie van Folia is dit artikel opnieuw relevant.

Wie meer wil zien van de VOC-geschiedenis van Amsterdam kan in de stad verschillende panden vinden. Denk aan het Oost-Indisch Pakhuis aan de Oostenburgervoorstraat in Amsterdam (nu vol appartementen) of dit VOC-pakhuis op het Prinseneiland, dat twee jaar geleden voor 1,8 miljoen op huizenwebsite Funda stond. Resten van het Stads-Bushuis aan het Singel zijn nog te zien bij de gevel van nummer 423 – pal naast de huidige Universiteitsbibliotheek. Overige delen van het gebouw zijn helaas lang geleden verdwenen. 

 

Dit is het eerste deel uit ons tweeluik over het Bushuis. Bekijk donderdag onze video met studenten over het Bushuis.