Foto: Daniël Rommens
actueel

FEB wil wervingbureaus blijven gebruiken, ondanks vingerwijzing minister

Dirk Wolthekker,
27 juni 2019 - 15:40

De Faculteit Economie & Bedrijfskunde van de UvA maakt volop gebruik van wervingsbureaus die in het buitenland internationals werven en wil dat blijven doen, ook al zegt minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur & Wetenschap) er geen voorstander van te zijn.

Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur & Wetenschap; D66) is geen tegenstander van internationalisering, maar wel van het inhuren van wervingbureaus die internationale studenten lokken. Dat schreef ze deze week deed in antwoord op schriftelijke Kamervragen van SP-Kamerlid Frank Futselaar. Hij wilde van de minister weten wat zij ervan vindt dat universiteiten wervingsbureaus als Oncampus of Navitas inschakelen om internationale studenten te lokken. Zij zouden met gelikte marketingpraatjes jongeren overhalen aan een Nederlandse universiteit te gaan studeren. Immers: iedere student voor de universiteit is er één en levert geld op.

‘In onze ervaring is het inzetten van bureaus een efficiënt middel om te sturen op de kwaliteit en mix van de instroom van internationale studenten’

Academische vrijheid

De minister liet weten dat ze niets ziet in dergelijke bureaus, maar ook dat ze er niets aan gaat doen. ‘Ik vind de academische vrijheid en de autonomie van instellingen een groot goed. Universiteiten hebben de ruimte om hun middelen sober en doelmatig te besteden,’ antwoordde de minister. Toch vindt ze het ‘niet wenselijk’ dat universiteiten samenwerken met dergelijke wervingsbureaus, omdat er ‘aan Nederlandse universiteiten al een hoog percentage internationale studenten studeert’. Die komen echter niet vanzelf en daarom schakelen sommigen universiteiten dergelijke wervingsbureaus in. Zo lang het niet ten koste gaat van de kwaliteit grijpt de minister niet in, zegt ze.

Foto: Ineke Oostveen (UvA)
Economiedecaan Han van Dissel

UvA en FEB

Een woordvoerder van de UvA laat weten dat de universiteit samenwerking met dergelijke bureaus ontmoedigt, maar als er faculteiten zijn die wervinsgbureaus inschakelen dan is dat de verantwoordelijkheid van de faculteit. De Faculteit Economie & Bedrijfskunde (FEB) maakt er – tot volle tevredenheid van decaan Han van Dissel – gebruik van. Het heeft de FEB tot nu toe geen windeieren gelegd, zegt hij: de Engelstalige opleidingen trekken grote aantallen internationals.

 

‘Wij omarmen de internationaliseringsambities van de minister. In onze ervaring is het inzetten van door ons geselecteerde en begeleide bureaus een efficiënt middel om te sturen op de kwaliteit en mix van de instroom van internationale studenten,’ zegt Van Dissel.

‘Als we dit zelf moeten gaan doen wordt het al snel veel kostbaarder, dus vooralsnog zijn wij niet van plan hiermee te stoppen. Studenten die via bureaus of andere partijen naar ons worden doorverwezen moet voldoen aan precies dezelfde selectiecriteria en procedures als studenten die zich zelfstandig aanmelden.’