Foto: Vittoria Dentes
actueel

Anne de Graaf: ‘Ik ben de bruggenbouwer én de brug’

Eva Hofman,
3 augustus 2017 - 17:36

Per 1 november begint Anne de Graaf als eerste diversity officer van de UvA. De Graaf zal zich gaan bezighouden met de ontwikkeling van een diversiteitsbeleid, in samenwerking met de faculteiten.

Gefeliciteerd met uw nieuwe functie!

‘Bedankt. Ik heb er echt zin in. Ik ben natuurlijk nog niet begonnen, ik begin per 1 november. Maar ik wist wel al twee weken dat ik was aangenomen.’

 

De UvA was al zes maanden op zoek naar een diversity officer. Was het een uitgebreide sollicitatieprocedure?

‘Het was een behoorlijk proces. De eerste ronde was in mei. Dat het zo lang heeft geduurd komt ook door het aantal belangenpartijen, bij elk gesprek moest een heel team aanwezig zijn. Het duurt wel even voordat je iedereen bij elkaar krijgt.’
 

Heeft u zelf gesolliciteerd of bent u vooraf geselecteerd?

‘Ik heb zelf gesolliciteerd. Toen ik de functie zag langskomen dacht ik: dit is zo’n mooie kans. Deze positie is mij op het lijf geschreven. Ik doceer op het vakgebied van mensenrechten en vredesopbouw aan het Amsterdam University College (AUC) en ik probeer mijn studenten altijd te stimuleren door ze te leren dat ze zelf verschil kunnen maken. Nu ben ik aan de beurt om dat te doen. Het is het juiste moment en de juiste positie.’

 

Wat zijn uw plannen?

‘De eerste stap is luisteren. Iedereen moet gehoord worden, we moeten de juiste toon vinden en we moeten problemen voorzichtig maar doeltreffend benaderen. We zijn van plan ook een ombudsman te benoemen, om beter inzicht te krijgen in eventuele problemen en om een luisterend oor te bieden voor een ieder die zich onheus bejegend voelt. Als team gaan we dan alle verschillende meningen en opvattingen bij elkaar brengen, analyseren en eventueel actie ondernemen. Dat heeft voor mij een hoge prioriteit.’

‘De bezetting van het Maagdenhuis was een poging om duidelijk te maken dat men zich niet gehoord voelde’

De functie van diversity officer is een indirect gevolg van de Maagdenhuisbezetting in het voorjaar van 2015. De bezetters vonden de UvA te wit, het curriculum te westers en de cultuur niet open voor studenten en medewerkers van niet-westerse achtergrond. Wat gaat u doen om nog zo’n bezetting te voorkomen?

‘Men moet gehoord worden. Uit eigen onderzoek heb ik geconcludeerd dat mensen naar wie niet wordt geluisterd – die geen stem hebben – soms tot geweld kunnen overgaan. Geweld is namelijk een vorm van communicatie. Daarvan was hier natuurlijk geen sprake, maar mijns inziens was de bezetting van het Maagdenhuis wel een poging om duidelijk te maken dat men zich niet gehoord voelde. We moeten beter luisteren, maar ook iets doen met hetgeen ter sprake wordt gebracht. De basis daarvan is het diversiteitsrapport, waaruit ook deze functie is ontstaan.’

 

‘Sommige studenten van AUC deden ook mee aan de Maagdenhuisbezetting. Ik heb toen een evenement opgezet: Voices of AUC. Studenten, management en docenten deden mee. We luisterden naar elkaar en hebben hierdoor enkele beleidswijzigingen kunnen doorvoeren. Participatory leadership noemden we dat: betrek de studenten bij het vormgeven van het beleid. Het is een jaarlijks terugkerend evenement geworden.’

 

Nu is een diversity officer aangesteld die ook weer van westerse komaf is. Denkt u dat dat een obstakel zal vormen?

‘Ik ben een vrouw, dus dat helpt. En ik heb veel ervaring met andere culturen. Wat de UvA nodig heeft, is een bruggenbouwer. Ik ben de bruggenbouwer én de brug zelf. Het gaat niet om welke etnische achtergrond iemand heeft, het gaat erom wat die persoon dóet. Als mensen van verschillende achtergronden bij elkaar komen is dat altijd een verrijking, een win-winsituatie. De UvA en het CvB realiseren zich dat.’

 

‘Ik ben van plan de mogelijkheden te onderzoeken om ondervertegenwoordigde bevolkingsgroepen aan de universiteit te verbinden. Bij AUC waren we hiermee al actief, door verschillende middelbare scholen te betrekken en door mentorenprogramma’s op te zetten en aan te bieden. Ik vind het heel belangrijk niet passief af te wachten, maar juist actief op zoek te gaan naar meer diversiteit. Schakels daarin zijn community leaders en schoolbesturen. Het is een gezamenlijk doel de universiteit diverser te maken.’