Foto: Amsterdams Erfgoed
opinie

'Geesteswetenschappen zijn belangrijk, maar de FGw heeft het al goed'

Hans Amman,
15 september 2015 - 11:44

Kort gezegd komt de respons van Arthur Berkhout op mijn eerdere stuk neer op de stelling dat het College van Bestuur ten koste van andere faculteiten extra geld moet uittrekken om de dalende studentenaantallen bij de FGw te compenseren.

 

Om te beginnen: het is goed dat wij hierover in discussie zijn, en ik vind het ook goed om een dergelijke uitwisseling in deze openheid te voeren. Ik hoop dat het leidt tot meer en wederzijds begrip. Vandaar dat ik eerst een paar punten wil noemen waarop het eens ben met Berkhout.

 

Democratie en verantwoording

Ten eerste: zijn constatering dat bestuurders zich moeten verantwoorden voor beleid. Eens. Wij kunnen en moeten meer doen om  te verantwoorden waarom bepaalde keuzes worden gemaakt en wat de alternatieven zijn. Bij het maken van die keuzes kunnen wij de academische gemeenschap beter betrekken, bijvoorbeeld door vaker besluiten voor te leggen en de medezeggenschap in een eerder stadium te betrekken.

 

Dat is ook het tweede punt waar ik het met Berkhout eens ben: de medezeggenschap moet geen rubberstamp-orgaan zijn. Dat is overigens, wat mij betreft in elk geval, geen kritiek op het systeem op zich, maar vooral op de manier waarop wij er in de dagelijkse praktijk mee omgingen. Meer cultuur dan structuur, dus. Waarmee ik overigens niet wil zeggen dat ik niet opensta voor andere vormen, maar ik vind - zoals eerder gezegd - het goed dat een commissie daarover eerst advies uitbrengt.

 

Een derde punt wordt door Berkhout niet expliciet genoemd, maar klinkt natuurlijk wel in zijn betoog door: het belang van de prominente en centrale plaats van de geesteswetenschappen aan de UvA en, breder, in Amsterdam en de wereld. Ook dat ben ik zeer met hem eens.

'Het is de vraag of een hoger vast budget voor Geesteswetenschappen eerlijk is en het is ook de vraag of – als je dat democratisch zou voorleggen – iedereen daar voor zou zijn'

Het allocatiemodel herzien

Dan een paar punten die ik toch recht wil zetten. Berkhout lijkt te suggereren dat het allocatiemodel verantwoordelijk is voor bezuinigingen, in plaats van het dalende aantal studenten en te lage inkomsten uit onderzoek. Of anders gezegd, dat het College van Bestuur eenvoudig het model zou moeten aanpassen om er op die manier voor te zorgen dat de FGw meer geld krijgt. Berkhout pleit voor een ‘vast budget’. Dat zou uiteraard ten koste gaan van andere faculteiten. Het is de vraag of dat eerlijk is en het is ook de vraag of – als je dat democratisch zou voorleggen – iedereen daar voor zou zijn. Het huidige verdeelmodel is – zoals elk verdeelmodel uiteindelijk – een afweging van belangen. In het komende jaar gaan wij discussiëren over een nieuw model. We zijn van plan om die discussie breed te voeren, dus met inspraak vanuit zo veel mogelijk geledingen.

 

Vooralsnog is er – gezamenlijk met de decanen van alle faculteiten - voor gekozen om de bekostiging onder andere te baseren op studiepunten. De FGw krijgt bovendien een extra lumpsum uit de eerste geldstroom en een boven normatieve opslag op de studiepuntprijs. Zoals al eerder werd becijferd in Folia is de FGw daarmee relatief goed bedeeld ten opzichte van de andere faculteiten.

'We moeten nu handelen: kosten scherp in de gaten houden, geen investeringen doen die niet passen in het huisvestingsplan, en enkele panden afstoten'

Daarnaast is het compenseren van fluctuaties soms een goed idee. Berkhout suggereert dat terecht, maar dat is niet wat er nu aan de hand lijkt te zijn. Verschillende opleidingen lijken te kampen met een structureel lage instroom. Daarom is het ook noodzakelijk open te staan voor veranderingen in de wereld, zoals KNAW-president Jose van Dijck recent opmerkte.

 

Dan nog iets over de huisvesting. Daar schrijft Berkhout dat de UvA een solvabiliteit heeft die ‘ver onder de norm is’. Dat is gewoon onjuist. De solvabiliteit van de UvA was jarenlang boven de 40 procent, is nog altijd boven de 30 procent en zou alleen bij ongewijzigd beleid iets daaronder uitkomen. Vandaar dus ook dat we moeten handelen: kosten scherp in de gaten houden, geen investeringen doen die niet passen in het huisvestingsplan, en enkele panden (waaronder het Bungehuis) afstoten, zoals voorzien in dat plan.  

 

Ik vind het, tot slot, niet juist dat Berkhout mijn eerdere reactie – waarin ik een aantal feitelijke onjuistheden aan zijn kant corrigeerde – afdoet als ‘een fundamenteel verkeerd begrip van de democratische eisen van de academische gemeenschap’. Wij zijn het op een aantal punten niet eens, dat kan, maar ook dat hoort bij een academische gemeenschap.