Foto: Publiek domein
opinie

Lekker stereotyperen | De retraite

9 januari 2017 - 12:06

We hadden rust nodig. De stad leidde te veel af. Het werd bovendien tijd eindelijk de laatste hand te leggen aan ons boek over de geschiedenis van de menswetenschappen. Een collega had zijn blokhut in Finland aangeboden. Daar zouden we ons twee weken afsluiten van de buitenwereld. Weg van de waan van de dag – weg van triviale zaken als liefde, politiek en tentamens nakijken.

We hadden genoeg proviand ingeslagen: erwten, stoofvlees, winterpenen en andere knollen, gedroogde worsten en twee kratten donkerbruin kloosterbier. Hoewel we gisteren in het donker waren aangekomen, voelden bij het ontwaken meteen hoe de kalme omgeving ons lichaam binnentrok. Bij onze eerste stappen buiten knisperde de verse sneeuw onder onze voeten. We besloten eerst de omgeving uit te kammen; en na een langlauftocht van twee uur hadden we alles wel zo’n beetje gezien . Eenmaal teruggekomen bleek het water in de leidingen bevroren. Als doorgewinterde retraitegangers lieten we ons niet van ons stuk brengen en verwarmden wat sneeuw in een fluitketel, om daar een portie snert mee te maken.

 

Na het eten stopten we een opera van Giuseppe Verdi in de cd-speler en namen voldaan plaats in een stoel. De hemelse klanken vulden de blokhut. Hier hadden we tijd om echt te luisteren. Dit was zo veel beter dan het vluchtige ge-Spotify. Na de laatste noten daalde de stilte neer. Het rumoer van trams en fietsbellen leek een verre herinnering. Dit was volmaakt.

Foto: Publiek domein

Er lag nog maar weinig hout in de haard. Een halfuurtje kloven kon geen kwaad. We trokken bergschoenen met stevig profiel aan en togen naar buiten. Teruggekomen uit het bos ontdekten we dat de dakgoot dreigde te bezwijken onder het gewicht van de sneeuw. Met een mooi stuk zink uit de schuur vervingen we in een enkele handomdraai een deel van de goot. Het was kwart over vijf.

 

Na een dutje van twintig minuten stonden we op om het avondmaal voor te bereiden. We jasten wat piepers, zoutten het vlees en fruitten vast een ui in de gietijzeren pan. Even later roerden we met een grote houten pollepel het kloosterbier door het stoofvlees. We vergaten onszelf niet en proostten op een geslaagde eerste dag. Terwijl de stoof borrelde namen we een moment voor onszelf. Turend in de duisternis reflecteerden we op het zelf en namen we even de tijd om te zijn. We stelden onszelf vragen als: hoe verhoudt een lineaire opvatting van tijd zich tot het cyclische? Het was een moment van dankbaarheid: dat wij hier mochten zijn en de ruimte hadden om deze elementaire vragen te stellen. Niet veel later was het stoofvlees klaar.

 

We aten de maaltijd onder het zachte schijnsel van een olielamp. Die avond besloten we vroeg naar bed te gaan. Het houten bed kraakte, maar het schapenwollen dekbed was warm. Morgen moest een productieve dag worden. Want de geschiedenis van de menswetenschappen wacht op niemand.