Foto: Daniël Rommens
actueel

‘Meer zeggenschap, maar zonder bureaucratische rompslomp’

Steffi Weber,
12 februari 2016 - 09:30

Medewerkers en studenten van de UvA verlangen naar meer zeggenschap, maar de mogelijke democratisering mag niet leiden tot meer bureaucratie en ingewikkeldere processen. De kloof tussen medezeggenschap en de werkvloer is nu al te groot, zo was de teneur tijdens het eerste groepsgesprek van de commissie democratisering en decentralisatie, dat donderdagmiddag plaatsvond op de Roeterseilandcampus.

Zo’n twintig vertegenwoordigers van de actiegroepen, de medezeggenschap en de vakbonden kregen twee uur lang de mogelijkheid om problemen aan te kaarten een voorstellen te doen aan de commissie democratisering en decentralisering. Ook gaf de commissie een update over de stand van zaken van het onderzoek.

 

De onderzoekscommissie, die eerder op de dag had gehoord dat haar begroting van 419.000 euro is goedgekeurd door het College van Bestuur, bevindt zich momenteel in de eerste onderzoeksfase. ‘In deze ronde zijn we op bezoek gegaan bij de faculteiten om te kijken wat er speelt,’ vertelt commissievoorzitter Lisa Westerveld. ‘We zijn ook bij decanen langs geweest en hebben met de medezeggenschap gepraat. Momenteel zitten we in de overgang van de eerste, naar de tweede – meer analyserende -  onderzoeksfase.’ De commissie wil eind februari een eerste voorgangsrapportage publiceren, waarin eerste en algemene indrukken worden gepresenteerd.

‘We willen in de wandelgangen op informele basis kunnen bepalen hoe wij het onderwijs optimaal vormgeven’

Trage besluitvorming

Na een korte update kregen alle deelnemers de tijd om aan de commissie voor te leggen waar volgens hen de belangrijkste knelpunten liggen. De angst dat meer democratisering leidt tot nog meer bureaucratie, uitgebreidere overlegstructuur en tragere besluitvorming werd veelvoudig aangekaart. ‘De nieuwe vormen van democratie moeten niet leiden tot extra werk en geen van mijn collega’s zit te wachten om afgevaardigd te worden in een of andere nieuwe commissie’, zei docent klinische psychologie Arjen Noordhof.

 

‘We willen in de wandelgangen op informele basis kunnen bepalen hoe wij het onderwijs optimaal vormgeven.’ Noordhof vroeg de commissie om na te denken over hoe men docenten en studenten de eigenaarschap over het eigen onderwijs zou kunnen teruggeven. ‘Dat gaat ook over arbeidsrecht, want met een tijdelijk contract ga je niet zo snel in tegen het beleid.’ Commissielid Herman van den Bosch wees op de keerzijde van decentralisatie: besluitvorming op lager niveau leidt volgens hem tot minder transparantie. Ook zou mogelijk het onderwijs aan de verschillende faculteiten minder goed op elkaar aansluiten. Studenten die aan verschillende faculteiten vakken willen volgens, zouden hierdoor hinder kunnen ervaren.

 

Machteloze medezeggenschap

Een andere vaak gehoorde klacht was de rol van de medezeggenschap. Volgens de aanwezigen hebben de ondernemings- en studentenraden in de huidige vorm een zeer beperkte macht. Ook zouden ze ver af staan van de werkvloer en weinig contact hebben met de medewerkers en studenten die niet actief zijn in de medezeggenschap. ‘Als je studenten vraagt waar ze zich druk om maken zeggen ze dat ze meer stopcontacten willen op Roeterseiland in plaats van dat ze kritisch reflecteren op het wetenschappelijk onderwijs,’ verzuchtte CSR-voorzitter Naomi Appelman. ‘Dat komt door de manier waarop de studie nu is ingericht. Studenten worden gezien als consument die zo snel mogelijk zijn diploma moet halen, dan ga je je ook als een apathische consument gedragen.

 

Volgens COR-lid Iris Breetvelt zouden medezeggenschapsleden bovendien niet genoeg bedreven zijn in onderhandelingstechnieken, waardoor er snel met de bestuurders wordt meegepraat in plaats van de interesses van de docenten en studenten te vertegenwoordigen. ‘Wie er wel tegenin gaat wordt al snel als lastig ervaren. Niet alleen door de bestuurders, maar ook door de medezeggenschap zelf.’

 

Slechte communicatie

Verder werd er felle kritiek geuit op het allocatiemodel van de UvA. De manier waarop het geld onder de faculteiten wordt verdeeld zou zorgen voor onderlinge concurrentie en de focus leggen op kwantiteit in plaats van kwaliteit. De aanwezigen waren het er bovendien over eens dat het op verschillende niveaus mis gaat met de communicatie aan de UvA. Ook de commissie zelf heeft de optimale communicatievorm naar eigen zeggen nog niet gevonden. Komende week wordt de website vernieuwd, dat moet ervoor zorgen dat studenten en medewerkers de commissie beter weten te vinden.