Vandaag is het de Dag van de Duitse taal. Die werd drie jaar geleden in het leven geroepen ter promotie van de in het slop geraakte Duitse taal. Heeft het geholpen, zo’n dag? Zes vragen aan Ton Nijhuis, wetenschappelijk directeur van het Duitsland Instituut Amsterdam (DIA).

Ik las in de krant dat het inmiddels heel goed gaat met de Duitse taal. Klopt dat?
‘Het is maar net hoe je het bekijkt. Mondiaal en Europees gezien zijn er steeds meer mensen die Duits leren en zich de kennis over taal en land eigen maken. Dat heeft te maken met de goede arbeidsmarktperspectieven. Als je in Griekenland woont en je zit werkloos thuis, terwijl je in Duistland aan de slag kunt, dan wil je wil Duits leren. Duitsland heeft bovendien zeer hoogwaardige technische opleidingen, waar ook in het buitenland veel animo voor is. Maar dan moet je wel Duits kunnen. Een cursus Duits bij bijvoorbeeld het Goethe Instituut help behoorlijk.’

Niets aan de hand dus?
‘Toch wel, want als je kijkt naar het Duits als wetenschapstaal dan gaat het een stuk minder. Engels is de lingua franca van de wetenschap geworden, ook onder Duitse wetenschappers. Daar is niets mis mee, maar voor de geesteswetenschappen en sociale wetenschappen is eentaligheid toch een gebrek. Alleen Engels leidt tot provincialisme. Er bestaan nog steeds heel goede Duitstalige wetenschappelijke tijdschriften, zeker op het gebied van bijvoorbeeld de geschiedenis, filosofie, politicologie en theaterwetenschappen. Maar de Angelsaksische oriëntatie van onze wetenschap heeft ertoe geleid dat die tijdschriften in Nederland steeds minder worden gelezen. De positie van de opleidingen Duits is redelijk stabiel, maar in andere disciplines is het Duits gemarginaliseerd.’

DIA-directeur Ton Nijhuis. DIA-directeur Ton Nijhuis

Wat moeten we daaraan doen?
‘Meer aandacht schenken aan het Duits, door ook Duitstalige literatuur aan te bieden in curricula. Vijfentwintig procent van de Nederlandse economie draait om handel met Duitsland. Dan zou je toch hopen dat economiestudenten iets van de Duitse economie afweten en het liefst ook Duits kunnen. Het blijkt dat studenten die van de middelbare school komen, dat vaak ook wel kunnen. Duits lezen wordt aan de universiteit eerder afgeleerd, dan bijgeleerd. Voor studenten die het niet kunnen, zou je Engelstalige alternatieven kunnen aanbieden.’

Zit het probleem niet bij uitgevers? Die kunnen veel goedkoper Engelstalige literatuur aanbieden omdat de Engelstalige markt veel groter is.
‘Nee hoor, juist niet. Veel Engelstalige tijdschriften en boeken zijn juist extreem duur, zeker in vergelijking met Duitse, die heel goedkoop is. Het punt is dat medewerkers in vooral Engelstalige peer reviewed tijdschriften moeten publiceren. Strategisch is het dan niet handig Duitsland als casus te nemen. Omdat de medewerkers zich op Engelstalige literatuur richten, geven ze dit ook door aan de studenten.’

De Faculteit der Geesteswetenschappen is bezig met een flinke reorganisatie waarbij Duits ook als regiostudie zal worden aangeboden. Goed plan?
‘Dat is zeker een goed plan. De klassieke filologie waarbij literatuur als de toegangsdeur voor het begrijpen van een andere cultuur wordt gezien is achterhaald. Ook in Duitsland heeft de germanistiek zich van een filologisch discipline ontwikkeld tot een moderne cultuurwetenschap. Kennis van politiek, media, economie en cultuur en maatschappij is van even groot belang als taalkennis.’

Komt er volgend jaar weer een Dag van de Duitse taal?
‘Zeker. Dit jaar is de vierde keer, dus volgend jaar vieren we het eerste lustrum. De belangstelling van scholen en van de pers neemt elk jaar alleen maar toe. En er is nog genoeg werk aan de winkel, bijvoorbeeld om er voor zorgen dat meer studenten naar Duitsland gaan.’