Socioloog Leen Sterckx, zelf getrouwd met een Angolese man, onderzocht waarom er zo weinig huwelijken zijn tussen mensen met een allochtone achtergrond en autochtone Neder­landers. ‘Ze ondervinden in het algemeen veel weerstand vanuit hun directe omgeving, en scepsis vanuit de samenleving’.

Ongeveer negentig procent van de Nederlandse jongeren van Turkse of Marokkaanse komaf trouwt een partner met dezelfde achterkomst. De overige 10 procent, die zijn of haar partner buiten de eigen gemeenschap vindt, fascineert Sterckx. ‘Als de meesten trouwen met iemand die zo hard mogelijk op hunzelf lijkt, uit dezelfde regio, hetzelfde dorp of zelfs dezelfde familie komt, wie zijn dan diegenen die dat niet doen?’ Om die vraag te beantwoorden hield ze diepte-interviews met 28 gemengde stellen en draaide ze mee in hun dagelijks leven van het huishouden, de kinderen en het gezamenlijke avondmaal. Dat resulteerde in haar proefschrift Trouwen met een vreemdeling, waar Sterckx afgelopen week op promoveerde.

Sterckx (38) is niet alleen als onder­zoeker met integratie bezig, maar is als Vlaamse met een Angolese partner ook persoonlijk bij het onderwerp betrokken. ‘Ik ben altijd optimistisch geweest over de multiculturele samenleving en heb gedacht dat groepen dichter bij elkaar zouden komen naarmate we langer samenleven, maar de laatste jaren heeft mijn optimisme plaats gemaakt voor moedeloosheid. Er wordt wel gezegd: als we allemaal maar gemengd zouden trouwen, speelt afkomst geen rol meer. Maar het gemengde huwelijk is hooguit een symptoom van integratie, een teken dat twee groepen contact met elkaar hebben en toegankelijk voor elkaar zijn. Het brengt groe­pen niet per se nader tot elkaar, want gemengde huwelijken ondervinden in het algemeen veel weerstand vanuit hun directe omgeving, en scepsis vanuit de samenleving.’

Bedreigend
In haar proefschrift beschrijft Sterckx via welke trajecten gemengde huwelijken wél tot stand komen. Ze maakt allereerst onderscheid tussen Turkse en Marokkaanse families uit de gesloten en de open wereld. Families uit de open wereld vormen een kleine minderheid. De ouders zijn vaak stedelingen die hier als politiek vluchteling naartoe zijn gekomen, Turkse communisten bijvoorbeeld. Zij zijn doorgaans hoog opgeleid, vonden hier een baan en daarmee aanzien en aansluiting bij de Nederlandse maatschappij. Een gemengd huwelijk van hun in Nederland geboren nakomelingen is geen probleem. ‘Ster­ker nog’, zegt Sterckx, ‘voor die ouders is het juist bedreigend als hun zoon of dochter thuis­komt met een Turk of Marokkaan uit het milieu van de ongeschoolde gastarbeiders, dat is een stap terug.’

Lees het hele interview in Folia Magazine.