Nederland staat er allesbehalve goed voor op het gebied van gendergelijkheid. Dit jaar zakt het land opnieuw drie plaatsen op de wereldranglijst van het World Economic Forum. Wat kan Nederland leren van landen uit de top 10?
Terwijl wereldwijd schoorvoetend vooruitgang wordt geboekt op de gelijkheid tussen mannen en vrouwen, blijft Nederland achter. Nadat het land vorig jaar 15 plekken naar beneden duikelde in de Global Gender Gap Index, de wereldranglijst voor gendergelijkheid, zakt het dit jaar nog drie plekken verder naar de 46ste plek.
De ranglijst van het World Economic Forum onderzoekt gendergelijkheid in werk, toegang tot onderwijs, gezondheidszorg/levensverwachting en politieke invloed in 145 landen. UvA-hoogleraar Henk Volberda verzamelde de gegevens voor Nederland.
Hoe moet het dan wel? Daarvoor ging Folia te raden bij UvA’ers uit landen uit de top 10. Finland en Noorwegen, al sinds het begin van de metingen vaste gasten in de absolute top, en Australië, dat afgelopen jaren een enorme sprong maakte en dit jaar debuteert in de top 10. Wat doen zij beter?
Arno Kourula
Hoogleraar Business & Sustainability
‘Als je AI vraagt wat de Finnen goed doen op het gebied van gendergelijkheid krijg je vooral veel structurele redenen: het onderwijs is uitstekend in Finland, de sociale infrastructuur wordt ondersteund door de verzorgingsstaat, en de representatie van vrouwen in de politiek, op de arbeidsmarkt en in het universitaire onderwijs is hoog.’
‘Een ander deel is cultureel. Van oudsher is Finland geen bijzonder rijk land. In plaats van een grote elitaire klasse was er een gelijkwaardige plattelandsgemeenschap – Finland bestaat namelijk voor bijna driekwart uit bos. Zowel mannen als vrouwen werkte op de boerderij, de mogelijkheid om onderscheid te maken in gender was er niet omdat elke helpende hand nodig was.’
‘Die gelijkheidsprincipes zitten diepgeworteld in de Finse samenleving. Het land was dan ook het eerste in Europa waar vrouwen stemrecht kregen. Andere landen moeten soms achteraf nadenken, hoe ze gelijkheid tussen mannen en vrouwen gaan toevoegen aan de structuur. In Finland gebeurde dat al vroeg en vrijwel natuurlijk.’
‘In Nederland zie je geregeld de classic “manel” (male panel), een discussiepanel of sprekerlijst die uitsluitend uit mannen bestaat. Dat komt in Finland nauwelijks voor, het idee zou niet in je opkomen omdat het ingaat tegen sociale verwachtingen.’
‘Een simpele regel die voor mij werkt is om geen activiteiten of projecten te ondernemen met één geslacht en één nationaliteit. Dus als je als man voor een manel wordt gevraagd, zeg nee. Die simpele regel helpt me om breder na te denken, buiten de personen met wie je dagelijks werkt. Uiteindelijk leidt dat tot meer ideeën, productiviteit en vernieuwing.’
Siri Boe-Lillegraven
Universitair hoofddocent strategie (FEB)
‘In Noorwegen is fulltime werken de norm, voor zowel mannen als vrouwen. Kinderen gaan vijf dagen per week naar de dagopvang. Die is ook veel goedkoper in Noorwegen: wat je daar voor een jaar betaalt, betaal je hier vaak voor een maand. Ook de verloftijd is er langer: beiden ouders hebben samen recht op bijna een jaar betaald verlof.’
‘Toch denk ik niet dat je het Noorse model zomaar zou moeten kopiëren naar Nederland. De cultuur en het systeem van de landen zijn anders. In Nederland is het woord emancipatie heel erg gelieerd aan de bevrijding van en gelijke rechten voor de vrouw. In Noorwegen praten we over likestilling, wat gelijkheid betekent, ongeacht het geslacht. In Noorwegen wordt de staat in sterkere mate gezien als instrument van het volk om meer gelijkheid te creëren, het vertrouwen in de overheid is er groot. Ook zijn er quota voor wie in leidinggevende posities zitten: geen enkel geslacht mag meer dan 60 procent van de stoelen bezet houden: dit geldt voor alle publieke en veel grote private ondernemingen.’
‘Ook meet de Global Gender Gap Index vooral de economische waarde van gendergelijkheid en geen andere waarden zoals geluk. Noorwegen scoort bijvoorbeeld hoog op ziekteverzuim en burn-out, mogelijk de kosten die vrouwen met kinderen betalen voor fulltime werken. Ook in Noorwegen blijven vrouwen nog altijd verantwoordelijk voor de derde shift: het organiseren van het huishouden en de zorgtaken. De mentale last daarvan is zwaar en omdat vrouwen daar fulltime werken, misschien nog wel zwaarder dan in Nederland.’
Nederland scoort in de ranglijst met name minder op het gebied van politiek – Nederland heeft bijvoorbeeld nog nooit een vrouwelijke premier gehad – en arbeidsparticipatie. Ook behoort Nederland nog altijd tot de wereldtop qua deeltijdwerken: 64 procent van de vrouwen werkt nog altijd parttime tegenover 25 procent van de mannen. Qua leidinggevende functies staat het er ook niet best voor. In Nederland heeft 70 procent van de Nederlandse mannen een leidinggevende positie, tegenover 30 procent van de vrouwen.
‘In Nederland ben je flexibeler om te bepalen hoeveel je wilt werken en hoeveel dagen je je kind naar de opvang wilt sturen. Zo nadenken is onvoorstelbaar voor Noorse begrippen. Daar begint de opvang voor kinderen van één jaar oud in één keer van 0 naar vijf dagen in de week, er lijkt weinig ruimte te zijn voor andere regelingen.’
‘Persoonlijk zie ik ook de waarde van de parttime cultuur in Nederland. Problematisch is wel dat sommige vrouwen met kinderen “vastzitten” in parttimebanen: hun partners verdienen vaak meer, de opvang is te duur, en het belastingstelsel biedt onvoldoende prikkels om extra uren te werken. Een moderne versie van het parttime model zou kunnen zijn dat zowel mannen als vrouwen 80 procent werken, zonder dat het nadelig hoeft uit te pakken voor je carrière. In Noorwegen zie je dat sommige gezinnen ervoor kiezen, maar het blijft een kleine groep.’
Nicholas Carr
Universitair hoofddocent Engelse taal en cultuur
‘Een paar jaar geleden (in 2021 red.) stond Australië nog 50ste in de ranking. Dat kreeg toen veel publiciteit in het Australische nieuws en nu ook weer, nu het land voor het eerst de top 10 heeft gehaald. De Australische overheid maakt daar natuurlijk een big deal van: de oorzaak van de grote sprong is namelijk de politieke verandering in het land.’
‘Voor 2022 was er was er een liberale partij aan de macht in Australië. Die partij bestond hoofdzakelijk uit mannen, de minister voor vrouwen was een man, op een bepaald moment was er slechts één vrouw in het kabinet. Afgelopen jaren is de arbeiderspartij aan de macht en bestaat het kabinet voor de meerderheid uit vrouwen. Er is dus geen radicale verandering in beleid in Australië, maar puur door de bezetting van het parlement hebben we deze sprong kunnen maken.’
‘Of Nederland die sprong ook kan maken? In theorie wel, Australië en Nederland lijken verder heel veel op elkaar op het gebied van de loonkloof, onderwijs en gezondheid. Wel zit het politieke systeem anders in elkaar. In Australië heb je twee partijen, in Nederland is de politiek veel meer versnipperd. Of er meer vrouwen in de politiek komen, zal dus niet in één keer veranderen.’
‘Wat verder goed gaat in Australië: de Australische overheid brengt elk jaar een rapport uit over de loonkloof bij de grote werkevers in het land, zoals banken, mijnbouwbedrijven, Qantas (de Australische luchtvaartmaatschappij red.) en openbare dienstverlening. We noemen dat naming and shaming. Dat zorgt voor druk op het bedrijfsleven en discussie.’