Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Mohammed Nasim via Unsplash
wetenschap

Klimaattop in Dubai: UvA-wetenschappers zijn sceptisch maar verwachtingsvol

Jip Koene,
30 november 2023 - 07:00

Vandaag start de achtentwintigste klimaattop van de Verenigde Naties in Dubai: COP28. De komende twee weken onderhandelen meer dan tweehonderd landen – opnieuw – over de stappen die zij moeten nemen om de opwarming van de aarde tot 1,5 graad te beperken. Hoe staat het ervoor sinds Parijs? Wat zijn de verwachtingen? ‘Er is veel meer nodig, van de Europese Unie, de Verenigde Staten en van China.’

Op de onderhandelingsagenda van COP28 staan een aantal belangrijke thema’s: reductie van het gebruik van fossiele brandstoffen, de inhoud van het klimaatschadefonds voor landen onderhevig aan de negatieve gevolgen van klimaatverandering, en het aanscherpen van een fonds ten behoeve van onder andere de energietransitie van ontwikkelingslanden.

 

Daarnaast is voor het eerst sinds het klimaatakkoord van Parijs uit 2015 een tussenbalans opgemaakt, de Global Stocktake: hoe staat het ervoor met de doelstellingen die toen zijn gemaakt? Uit dit rapport blijkt dat de meeste landen niet op koers liggen als het gaat om het behalen van de klimaatdoelstellingen. ‘Dit gegeven zou ertoe kunnen leiden dat landen nu extra bereid zijn veel meer te doen, maar dat hangt ook een beetje van de voorzitter af,’ vertelt Joyeeta Gupta, hoogleraar milieu en ontwikkeling van het mondiale zuiden aan de UvA.

Hoe zat het ook alweer met het klimaatakkoord van Parijs?

In 2015 werd de klimaattop in Parijs gehouden: COP21. Ondanks het trage diplomatieke proces werd daar een historisch akkoord gesloten met als hoofddoel om de klimaatopwarming te beperken tot 1,5 à 2 graden Celsius. Dit kennen wij als het klimaatakkoord van Parijs. In 2017 stapte de Verenigde Staten onder president Donald Trump uit het akkoord. In 2021 trad de Verenigde Staten opnieuw toe, maar dan onder president Joe Biden. ‘Als je kijkt naar de resultaten sinds Parijs, dan zie je over de gehele linie, beperkte vooruitgang. Dit is wederom bevestigt in het tussentijds evaluatierapport, de Global Stocktake,’ aldus Nollkaemper.

Voorzitter Sultan al-Jabr en de fossiele ambities
Dat laatste is een terechte opmerking. De voorzitter van de top is Sultan al-Jabr van de Verenigde Arabische Emiraten. Behalve minister van Industrie is hij ook de CEO van het staatsoliebedrijf ADNOC. Naar zijn positie wordt logischerwijs met argusogen gekeken als het gaat om onderhandelingen over de reductie van het gebruik van fossiele brandstoffen.
 
‘Deze COP, en zijn zevenentwintig voorgangers, kun je echt beschouwen als een olietanker die je maar heel langzaam kunt bijsturen,’ vertelt universiteitshoogleraar internationaal recht en duurzaamheid, André Nollkaemper. ‘Op het gebied van internationale samenwerking is het misschien wel de grootste operatie in de menselijke geschiedenis. De rol van de voorzitter, en zijn geloofwaardigheid daarin, om alle betrokken landen, ngo’s en bedrijven mee te krijgen is cruciaal. Dus elk krasje op zijn legitimiteit ondermijnt ook zijn effectiviteit op het gebied van onderhandelingen. Het is daarom heel kwalijk en zorgelijk dat hij op dit moment geen onafhankelijk gezag heeft, gezien de belangenverstrengeling met de fossiele industrie.’

Ook Gupta heeft haar twijfels over de rol van de Sultan: ‘De meeste mensen zijn niet voor niets sceptisch over zijn rol en zijn bang dat hij het behalen van de doelstellingen vertraagd. Zijn netwerk in de industrie is van groot belang. Hij heeft in positieve zin reeds een voorzet gedaan om te werken aan de emissiereducties van de fossiele industrie. Maar tegelijkertijd sluit hij deals om de export van fossielbrandstoffen te vergroten. Dat maakt deze COP ook zo onvoorspelbaar. Toch hoop ik dat hij ondanks alle verwachtingen iets gaat betekenen, bij wijze van een “Dubai-overeenkomst”. Dat zou hem een goede naam geven in de geschiedenis van klimaatonderhandelingen.’

Foto: NWO, Studio Oostrum
Joyeeta Gupta

Politieke wil
De politieke ambitie vanuit Europa ontbreekt in ieder geval niet. Zo zou de Europese delegatie onder leiding van Wopke Hoekstra namens de EU aansturen op de opname van een paragraaf over het stoppen met fossiele brandstoffen, meldt de NOS - met daarbij een uitzondering voor uitstoot die kan worden gecompenseerd of afgevangen. Nollkaemper denkt dat er alsnog een veel stevigere commitment nodig is. ‘De meeste landen in de wereld tonen wel de wil om de stapjes te zetten, alleen worden die voor een heel groot deel ingehaald door economische groei en bevolkingsgroei wereldwijd. Er is dus veel meer nodig, van de Europese Unie, de Verenigde Staten en van China. En vooruitlopend op de COP, het is uiteindelijk 100 procent een kwestie van politieke wil. In die zin heb ik de afgelopen maanden te weinig signalen gezien om hoopvol over te zijn.’
 
Daarnaast vinden zowel Gupta als Nollkaemper dat Europa, Amerika en China echt hun verantwoordelijkheid moeten nemen als het gaat over het klimaatschadefonds. ‘Uiteindelijk zijn de gevolgen van klimaatverandering, voor het overgrote deel ons probleem, het probleem dat wij hier in het westen gemaakt hebben. Maar de landen in het globale zuiden ondervinden ondertussen de negatieve gevolgen ervan,’ benadrukt Gupta. ‘Het is van essentieel belang, en onze verantwoordelijkheid om die landen in staat te stellen om ook de duurzame transitie te maken en de gevolgen van klimaatverandering te beperken,’ zegt Nollkaemper.

Foto: Diederick Bulstra (UvA)
André Nollkaemper

Hoopvol
Ondanks de oplopende spanningen in de aanloop naar de COP, blijft het gissen naar wat daar precies zal worden afgesproken. Nollkaemper vestigt zijn hoop liever op belangrijke ontwikkelingen die langs de zijlijn druk zetten op staten en bedrijven. ‘Begrijp mij niet verkeerd, de COP is superbelangrijk. Maar er gebeurt heel veel meer omheen. Vanuit juridisch perspectief bijvoorbeeld. Volgend jaar is er een hele belangrijke rechtszaak in Den Haag. Daarbij is het Hof gevraagd heel scherp te articuleren wat de verplichtingen zijn van staten om klimaatemissies te verminderen en wat de juridische gevolgen zijn als zij zich daar niet aan houden. Dat kan uiteindelijk extra tanden geven om de “speelruimte” van staten te beperken.’
 
‘De uitkomst van een COP is helemaal niet te voorspellen,’ benadrukt Gupta. ‘In Den Haag (COP6; 2000) dachten we grote stappen te nemen maar er kwam niets, in Kopenhagen dachten we dat er iets moois uit zou komen (COP15; 2009), en er kwam niets. Maar toch ben ik hoopvol. Met de voorganger van het klimaatakkoord van Parijs, het Kyoto-verdrag (1997), dachten de meeste landen en experts dat er geen verdrag zou komen. Toch waren we allemaal extra verrast toen er toch een afspraak kwam en de Verenigde Staten mee ging doen. Toen heb ik geleerd dat de uitkomst van dit soort conferenties totaal niet te voorspellen valt. Het blijft dus gissen,’ aldus Gupta.