Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Kirsten van Santen
wetenschap

Hoogleraar huisartsgeneeskunde: ‘We gaan een schaarste aan huisartsen krijgen’

Sija van den Beukel,
14 juli 2022 - 13:20

Jettie Bont is hoogleraar huisartsgeneeskunde en hoofd van de afdeling huisartsgeneeskunde bij Amsterdam UMC. Twee weken geleden stond ze zelf nog op het Malieveld tijdens de huisartsprotesten.  Vandaag houdt ze haar oratie, waar ze de toekomst van de huisarts uit de doeken zal doen.

De huisartsen zitten in de knel: ze hebben te weinig tijd voor hun patiënten en de doorstroming naar andere zorgverleners stokt. De kranten stonden er de afgelopen maanden vol van. Huisartsen deden een boekje open over een te hoge werkdruk: een gigantische berg zorg vanuit ziekenhuizen, GGZ-instellingen en bejaardentehuizen, te veel patiënten op de wachtlijst, te veel administratieve lasten en te weinig tijd voor de patiënt.

Jettie Bont

Jettie Bont is sinds 2005 huisarts. Ze rondde haar opleiding af bij Amsterdam UMC en aan het UMC Utrecht en promoveerde op lage luchtweginfecties bij ouderen. Als voorzitter van de Landelijke Organisatie Van Aspirant Huisartsen (LOVAH) protesteerde Bont in 2005 op het Museumplein en in Den Haag tegen de komst van de zorgverzekeringswet. Kort daarna werd ze bestuurslid bij de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV). In Hilversum opende Bont samen met een collega haar eigen huisartsenpraktijk ‘Van de Beek & Bont’ waar ze tot 2015 werkte. In dat jaar werd ze gevraagd te solliciteren als hoofd van de afdeling huisartsgeneeskunde. Eind 2020 is Bont benoemd tot hoogleraar huisartsgeneeskunde. Ze werkt nog steeds één dag per week in een huisartsenpraktijk in Amsterdam-Oost.

En dat zal alleen maar erger worden als we niet ingrijpen, zegt hoogleraar Jettie Bont. De belangrijkste rede daarvoor is de vergrijzing. ‘Nu worden we gemiddeld 81, in 2040 worden we gemiddeld 86. Daarnaast neemt de groep die kan werken af. Dus we gaan met minder huisartsen meer mensen moeten verzorgen. Dat gaat niet lukken als we zo bezig blijven.’

 

Nu al lopen we tegen grenzen aan, omdat de huisarts steeds meer zorg op zich neemt die vroeger in het ziekenhuis of verpleeghuis plaatsvond. Ook leidt digitalisering nog niet altijd tot oplossingen: door e-consultaties is de zorg steeds laagdrempeliger geworden en stromen de zorgvragen binnen. ‘Dan krijg ik een beveiligde e-mail van patiënten, over een heel klein vlekje. Terwijl, niet elk vlekje hoef je aan de huisarts te laten zien.’ Tegelijkertijd zijn er steeds meer behandelingen mogelijk, denk alleen al aan cosmetische vragen zoals laserbehandelingen.

 

Wat is goede huisartsenzorg?
‘De kracht van huisartsgeneeskunde ligt in haar kernwaarden: persoonsgericht, continuïteit, gezamenlijk en medisch-generalistisch: de patiënt kan met elke klacht naar de huisarts. De continuïteit staat nu het meeste onder druk. Terwijl dat er juist voor zorgt dat de patiënt meer vertrouwen krijgt in een advies. Dat heeft minder onnodige diagnostiek, verwijzingen naar het ziekenhuis en vermijdbare sterfte tot gevolg. Dus dan snijden we onszelf echt wel in de vingers als we de taakdelegatie heel ver doorvoeren. Dat is best een ingewikkelde balans.’

‘We snijden we onszelf echt wel in de vingers als we de taakdelegatie heel ver doorvoeren’

Hoe zorgen we dat die kernwaarden in de toekomst behouden blijven?
‘Daarin heeft de huisartsenpraktijk een eigen verantwoordelijkheid. Steeds meer huisartsen willen parttime werken. Daardoor wordt het steeds moeilijker als patiënt om dezelfde huisarts te zien. Dus je moet de praktijk zo organiseren dat je maar met twee huisartsen bent en goed overdraagt en niet met vijf huisartsen. Daarnaast moeten we werken aan preventie, voorkomen dat mensen ziek worden. Dat is niet alleen de taak van de huisarts maar ook van de overheid. De derde oplossing is zelfmanagement, hoe zorg je dat je mensen in staat stelt om problemen zelf op te lossen? We hebben thuisarts.nl, echt een hele mooie ontwikkeling, waar je tekst en filmpjes kunt vinden over hele simpele klachten zoals verkoudheid, buikpijn en keelpijn. Ik verwijs er vanuit de spreekkamer vaak naar. Er is altijd een groep die dat niet kan, daar moeten we natuurlijk rekening me houden. Ook moeten we investeren in digitalisering. We krijgen straks heel vele mensen met chronische aandoeningen zoals hart- en vaatziekten. Die mensen komen nu op wekelijkse controle. Maar dit kan een grote groep ook zelf doen, door zelf naar het laboratorium te gaan, de uitslag te ontvangen en contact op te nemen wanneer dit nodig is.’

 

Dus niet iedereen kan meer op controle komen?
‘Ik denk dat je kunt beginnen met de mensen die dat prima vinden. Voorlopig heb je nog de keus. Veel mensen die werken zijn blij als ze geen doktersafspraak hoeven te maken. Nu moet je vaak nog naar de huisarts.’

‘We hebben nu vier werkende op één oudere, in 2040 hebben we twee werkende op één oudere’

Hoe hangt dat samen met persoonlijk contact? Is daar tijd voor in de toekomst?
‘Ik denk dat persoonlijk contact er vooral is voor de mensen die het echt nodig hebben. Simpelweg omdat we de mensen er niet voor hebben. We gaan een schaarste aan huisartsen en andere zorgverleners krijgen. Dat geldt niet alleen voor de zorg. Ik voorspel dat we straks ook echt op een terras met een QR-code onze drankjes bestellen. Dat is heel jammer. En als onze kinderen groot zijn en de piek voorbij is, dan is er weer meer ruimte voor de menselijke maat. Het gaat niet weg zijn, maar het gaat wel echt anders worden. We hebben nu vier werkende op één oudere, in 2040 hebben we twee werkende op één oudere. We hebben dus twee keer zo veel huisartsen nodig.’

 

Dus er moeten ook meer huisartsen worden opgeleid?
‘Jaarlijks worden in Nederland 750 nieuwe huisartsen opgeleid. De intentie is om richting de 900 te gaan. De UvA en de VU leiden samen een kwart van alle huisartsen in Nederland samen op. We kunnen nog wel uitbreiden. Het animo is onverminderd hoog, alleen we hebben meer animo nodig om de opleiding voller te krijgen. Zelf doen we er veel aan om meer huisartsen te werven, maar dat is wel echt moeilijk. We hebben allerlei activiteiten om onder geneeskundestudenten steeds aantrekkelijker te worden. Het coschap huisartsengeneeskunde krijgt het hoogste cijfer. Dat maakt dat een stabiele 20 tot 25 procent van de studenten ervoor kiest om huisarts te worden. Alleen dit jaar hebben we minder instroom gehad. Dat heeft er waarschijnlijk mee te maken dat een deel van de basisartsen nu aan het reizen is, omdat dat met covid niet kon. Dus er is nu een groep die niet heeft gesolliciteerd, maar we denken dat die zich volgend jaar aanmelden.’

‘We waren deels niet zo blij met de protesten omdat we bang zijn dat het een beeld schetst dat het niet leuk is om huisarts te worden’

Bent u bang dat studenten minder snel huisarts worden omdat ze worden afgeschrikt door de negatieve verhalen in de kranten?
‘Ja, daar ben ik zeker bang voor. Met de academische opleiding huisartsengeneeskunde waren we deels niet zo blij met de protesten omdat we bang zijn dat het een beeld schetst dat het niet leuk is om huisarts te worden. Maar als je bij het protest aanwezig was, dan zag je ook de trots van het vak. Wat in de media komt is geklaag, omdat het zo’n mooi vak is. Dat beeld is straks wel weer weg. Iedere geneeskundestudent loopt het coschap huisartsengeneeskunde, met negen weken het langste coschap aan de UvA. Dat is de groep waar we uiteindelijk uit moeten werven. Dus als ze al zijn afgeschrikt door de media, dan komen ze er in die periode achter wat een mooi vak het is.’

 

Heeft u het gevoel dat de protesten van de huisartsen op het Malieveld wat hebben opgeleverd?
‘Ik denk dat het gevoel van urgentie wel bevorderd is. Het is goed dat er aandacht wordt gevraagd voor het vak, het verminderen van de bureaucratie, een oproep aan de overheid om te investeren in preventie en om te zorgen dat we kunnen doorverwijzen, dat de GGZ niet op slot zit. Huisartsen zijn poortwachters, patiënten moeten altijd langs de poort om doorverwezen te worden. Maar als ik niet kan doorverwijzen, als de poort dicht zit, dan kan ik ook geen poortwachter zijn.’

 

Hoe gaat de afdeling huisartsengeneeskunde bijdragen aan een betere toekomst voor de huisarts?
‘Naast het opleiden van meer huisartsen wil ik ook een verschuiving in de koers van het onderzoek. Het is heel leuk en nuttig om onderzoek te doen naar betere behandelingen en diagnostiek, maar soms geeft dat meer werk. Waar het onderzoek zich op moet richten is hoe we straks met minder mensen meer mensen moeten verzorgen.’

 

Jettie Bont spreekt donderdag 14 juli om 16:30 uur haar oratie Huisartsen zorgen voor de toekomst uit in de Aula (Oude Lutherse Kerk). De oratie is vrij toegankelijk.