Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Jacob van der Ende
wetenschap

UvA'er Jacob promoveert op onderzoek in zijn eigen ziekenhuis in Ecuador

Sija van den Beukel,
16 februari 2022 - 09:50

Wie aan promoveren denkt, denkt al snel aan een klein stoffig kamertje op de universiteit. Maar tropenarts Jacob van der Ende doet het vanuit een ziekenhuis in de jungle van Ecuador, dat hij zelf opzette, samen met zijn vrouw en tropenarts Carolien Bouwman. Vanuit daar gaat hij de meest voorkomende ziekten, zoals malaria, in kaart brengen. 

Jacob van der Ende en zijn vrouw Carolien Bouwman kwamen na hun opleiding als tropenarts, waarin ze zich specialiseerde in tropische ziektes, chirurgie en gynaecologie, via een oproepje op Facebook terecht in een klein ziekenhuis in Sierra Leone om ebola te bestrijden. Het bleek achteraf gezien de eerste stop onderweg naar het Amazoneregenwoud in Zuid-Amerika. Daar zijn ze geslaagd hun ultieme droom te verwezenlijken: een eigen ziekenhuis in de jungle.

Jacob van der Ende en Carolien Bouwman

Het eerste plan was om een klein ziekenhuis te bouwen. Van der Ende: ‘We dachten dat het al de moeite was geweest als we voor één iemand het verschil kunnen maken. Daarnaast is het ook gewoon leuk om in de jungle te wonen.’ Ze kamden de jungle uit om te zien waar de hulp het hardst nodig was en kwamen op Puerto El Carmen, een stadje in Ecuador met 5.000 inwoners. Daar stuitten ze op een oud internaat dat sinds een jaar leeg stond, omdat de Ecuadoraanse overheid er een nieuwe school naast bouwde.

 

Het gebouw was eigendom van de kerk, maar de plaatselijke bisschop zag geen bezwaar om het pand in bruikleen te geven van twee niet-gelovige Hollandse artsen. Van der Ende: ‘We mogen het pand voor de komende twintig jaar gebruiken, met de optie voor nog eens twintig jaar, mits we het wel echt als ziekenhuis gebruiken en niet als bioscoop of iets dergelijks.’

 

Met een enorm pand met twee verdiepingen in handen besloten Van der Ende en Bouwman om het ziekenhuis groter op te zetten. Het ziekenhuis, 'Hospital San Miguel' opende op 8 november 2021 met een polikliniek met spoedeisende hulp, een laboratorium en een apotheek. Voor de operatiekamer en de verloskamers op de bovenverdieping is het echtpaar nog op zoek naar financiering. Daarnaast begint Van der Ende met een promotie aan de UvA vanuit zijn laboratorium in het ziekenhuis.

 

Je bent al tropenarts en runt al een eigen ziekenhuis. Waarom wilde je ook nog eens te gaan promoveren?

‘Ik studeerde naast geneeskunde ook biomedische wetenschappen en vond onderzoek altijd al interessant. Omdat we als ziekenhuis nieuw zijn in Ecuador, en over dit gebied nog weinig bekend is hadden we zelf al vragen. Hoe kunnen we bijvoorbeeld de belangrijkste ziektes hier zo goedkoop mogelijk diagnosticeren? Daar zijn wij als ziekenhuis en dus ook de bevolking het meeste mee geholpen. Dat is ook gelijk mijn onderzoeksvraag geworden. Maar daar hadden we wel wat begeleiding bij nodig.

In Sierra Leone leerden we Martin Grobusch kennen, specialist in tropische ziektes en reizigersgeneeskunde van Amsterdam UMC, daar hebben we sindsdien leuk contact mee. Hij is mijn promotor vanuit de UvA voor het onderzoek. Hij gaat helpen om het lab op te zetten en de epidemiologieEpidemiologie is de wetenschappelijke studie van het vóórkomen en de verspreiding van ziekten binnen en tussen populaties uitzoeken. En waar ik de tijd vandaan haal…’ Hij lacht. ‘Dat gaat nu komen. De afgelopen drie maanden, sinds de opening van het ziekenhuis, hebben Carolien en ik alles samengedaan. Sinds vorige week is er hulp van vrijwillige tropenartsen gekomen en heb ik meer tijd voor het onderzoek.’

 

Wat is de precies de rol van de Universiteit van Quito in het promotieonderzoek?

‘Dat was een terechte voorwaarde van Martin Grobusch. Die moedigde ons aan om ook een lokale universiteit bij de promotie te betrekken. Twee weken geleden ondertekenden we de samenwerkingsovereenkomst met de Universiteit van Quito. Onderzoek dat we hier niet kunnen doen wordt dan naar Quito gestuurd.’

 

(Lees verder onder de afbeelding)

Jacob van der Ende kijkt door microscoop

Welke ziekten treffen jullie veel aan in het ziekenhuis?

‘Wat je eigenlijk over de hele wereld ziet: veel hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten en diabetes. Meer dan de helft van de kinderen die hier komen hebben bloedarmoede, een tekort aan rode bloedcellen. Dat komt deels door de voeding, maar ook door parasieten in de darmen, zoals de hoekworm. Het is echt onvoorstelbaar wat je voorbij ziet komen aan parasieten in de ontlasting. Als je maar lang genoeg blijft zoeken, vind je altijd wat, het is net een doos van Pandora. En dat is heel logisch, want mensen drinken uit de rivier en wassen hun handen niet. Wij proberen in kaart te brengen welke parasieten veel voorkomen, en vervolgens willen we voor preventie zorgen.’

‘Met pillen is een patiënt met malaria binnen drie dagen genezen. Maar de diagnostiek en behandeling is hier niet’

Bij welke parasiet ga je beginnen voor je promotie?

‘We beginnen met malaria vivax. Dat is een minder heftige vorm van malaria dan falciparum, die in Afrika veel voorkomt en waar kinderen gemakkelijk aan overlijden. Malaria vivax is goed te behandelen met twee verschillende behandelingen. Wanneer je alleen met kinineKinine is het vierde keus geneesmiddel bij niet-ernstige malaria. behandelt, dan kunnen er parasieten achterblijven in je lever en kun je uiteindelijk een terugval krijgen.

Toevallig hadden we gister een patiënt die na een reis van vijf uur varen hier binnen kwam met 41,9 graden koorts, dat zie je zelden. Hij was al een maand ziek en bleek een vivax-infectie te hebben. Met pillen is hij binnen drie dagen genezen. Maar de diagnostiek in deze omgeving is er niet en de behandeling al helemaal niet. Wij willen in kaart brengen hoeveel en welke soorten malaria hier nu zijn.

Daar komt bij dat er heel veel migratie is van Venezolanen, vanwege de humanitaire crisis in Venezuela: meer dan vijf miljoen Venezolanen zijn gevlucht en een groot deel is via Colombia naar Ecuador gekomen. In Venezuela is wel veel van die andere heftige malaria falciparium. Daar zie je nu in Ecuador al kleine uitbraakjes van. Daarom gaan we elke twee maanden in de uiterlijke west- en oostpunt van het deelgebied waar we zitten bloedsamples afnemen en daar een sneltest op uitvoeren en een dikkedruppeltest.’

En dan kijken welke van deze twee methoden het meest kosteneffectief is?

‘Ja, maar we kijken ook naar tijdseffectiviteit en nauwkeurigheid. De sneltesten werken net als een coronasneltest, een druppel bloed in dit geval op een klein strookje, twintig minuten wachten en dan weet je het. De gouden standaard voor malaria is de dikke druppel. Dan leg je een druppeltje bloed op een microscoopglaasje en kun je zien of er malaria in zit en welke malaria het is. De dikkedruppeltest is goedkoper en nauwkeuriger maar veel tijdsintensiever. Je moet de druppel op een glaasje leggen, drogen, kleuren, wassen, dat duurt zo’n 20 tot 25 minuten. De sneltest is veel minder arbeidsintensief, maar we weten nog niet hoe nauwkeurig die is voor dit type malaria. Dat kunnen we in dit onderzoek gaan vergelijken.’

 

Naar welke virussen en parasieten ga je nog meer kijken?

‘We doen onderzoek naar het humaan papillomavirus (HPV), het virus dat baarmoederhalskanker veroorzaakt. Dat project stond al op poten voor mijn promotie, ook de VU is hierbij aangesloten. Het doen van een uitstrijkje bij de indianenbevolking is heel ingewikkeld omdat deze bevolking over het algemeen timide is. Als een witte dokter uit Nederland iets tussen je benen moet gaan doen is dat al helemaal ingewikkeld. PathologenEen patholoog bestudeert het ontstaan en verloop van ziekten moeten die uitstrijkjes beoordelen, en dat zijn er in Ecuador maar vijf op een inwonersaantal zo groot als Nederland. Daarom willen we gebruik maken van een uitstrijkje dat je bij jezelf afneemt en waarin wij dan kijken of je het HPV bij je draagt. Dat is ook in Nederland al de standaard. Als dat onderdeel van de promotie kan worden zou dat heel mooi zijn.

Daarnaast willen we ook onderzoek gaan doen naar dengue, het virus dat knokkelkoorts veroorzaakt. Dengue is hier nog groter dan malaria, maar de behandeling ervan is lastiger. Een onderzoeker aan de universiteit van Quito is gespecialiseerd in dengue en we onderzoeken de mogelijkheden om aan te sluiten bij haar project.

Tenslotte willen we onderzoeken hoe we parasieten in de ontlasting sneller kunnen diagnosticeren. En we gaan een plan bedenken hoe we besmettingen kunnen voorkomen en mensen een terugkerende behandeling kunnen geven voor verschillende typen wormen. Mijn copromotor is Henk Schallig, parasitoloog in het Amsterdam UMC. Met zijn begeleiding kunnen we de diagnostiek van parasieten uitbreiden en professionaliseren. Als ik mijn promotor en copromotor moet geloven is hier genoeg stof om op te promoveren.’

Foto: Jacob van der Ende
Rio de Putamayo

Kunnen er ook artsen van de UvA naar het ziekenhuis komen?

‘We hebben geprobeerd om met de UvA een overeenkomst op te zetten zodat coassistenten hierheen kunnen komen. Maar het is door het ministerie van Buitenlandse Zaken betiteld als rood gebied, of zoals de mensen het hier zelf noemen: ‘caliente’ (heet). We zitten op een plek waar twee grote rivieren samenkomen en als je naar de overkant kijkt is het al Colombia. Daar vindt veel cocaïneteelt plaats, en vechten guerillabewegingen.

Als je als arts hier komt is het je eigen verantwoordelijkheid, maar als je als universiteit je coassistent stuurt dan is het de verantwoordelijkheid van de universiteit en die neemt geen risico. Toch is de situatie hier stabiel gevaarlijk, er is hier geen geweld. Het consulaat in Ecuador en de ambassade in Peru kijken of de kleurcode rood nog wel van toepassing is. Voor het ziekenhuis hier kan het bijvoorbeeld veel inkomsten genereren. En het zou zo leuk zijn dat je een vaste UvA-plek van zou kunnen maken. Maar zover zijn we nog niet.’

 

Hebben jullie nog plannen om terug te komen naar Nederland?

‘We willen hier nog heel wat jaren blijven, sowieso tot mijn promotie in 2026. Maar we gaan wel ooit terug naar Nederland voor een toekomstige kinderwens. En die kinderen wil je net zo’n goede opleiding kunnen geven als jezelf en die is niet hier. Dan zie ik mezelf mijn laatste jaren slijten in een mooi lab in Amsterdam. Om je eigen wetenschap te professionaliseren, is promoveren een hele mooie tool.’