Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Sander van der Wel (cc, via Flickr)
wetenschap

‘Door het Zwarte Pietendebat gezellig te willen houden is er geen ruimte voor kritiek’

Sanne Mariani,
8 oktober 2019 - 07:29

Ruim zes jaar onderzocht UvA-politicologie Heleen Schols het Zwarte Pietendebat. Ze promoveerde op haar proefschrift getiteld Keeping things gezellig . ‘Protest tegen institutioneel racisme past niet binnen het beeld van de Nederlandse identiteit.’

Weer die Zwarte Pieten-discussie. Duurt die nu niet erg lang?

Lachend: ‘Ik ben er zelf niet moe van, maar de discussie duurt al enorm lang, langer dan de meesten van ons weten. De discussie is eigenlijk al meer dan tachtig jaar gaande, maar pas sinds 2013 voor een grotere groep zichtbaarder geworden. Ik had eigenlijk interesse in burgerparticipatie in de democratie en het publieke debat. Het Zwarte Pietendebat leent zich er goed voor om dit te bestuderen. Je ziet dat er impliciet regels zijn verbonden aan hoe dit debat mag worden gevoerd: wie mag hier wat van vinden en op welke plekken mag je het erover hebben? Er is vooral nadruk op de oproep: laten we het gezellig houden. Je ziet dit steeds terugkomen en dat is veelzeggend.’

‘Wat veel mensen niet weten, is dat de discussie eigenlijk al meer dan tachtig jaar gaande is’
Foto: Clara Kroes
Heleen Schols

Waarom is dat veelzeggend?

‘Er wordt vaak gezegd dat “gezellig” een typisch Nederlands begrip is dat in andere landen onvertaalbaar is. Het impliceert iets over hoe het hoort, wat normaal is, wat gewoon is. Door de discussie op deze manier gezellig te willen houden, wordt geen ruimte gemaakt voor standpunten die kritiek geven op de norm. Standpunten die leven over de Nederlandse identiteit of racisme worden onzichtbaar gemaakt onder het idee “laten we het vooral gezellig houden”. Voor democratie is transparantie echter belangrijk. Je ziet dat in de afgelopen tien jaar discussies over racisme zichtbaarder zijn geworden. Het is een breder gedragen idee geworden dat deze discussie relevant is. Conclusies zijn er nog steeds niet, maar er is wel meer ruimte voor de discussie.’

 

Waarom duurt de discussie eigenlijk zo lang?

‘De NTR heeft nu aangekondigd dat er bij de landelijke intocht roetveegpieten komen, en veel mensen zijn blij met dit besluit. Maar het doel van mijn onderzoek was niet om te bepalen hoe Zwarte Piet eruit moet zien. Er moet niet teveel een beeld ontstaan van “Fijn, we hebben een oplossing. Nu kunnen we het weer gezellig hebben.” Het Zwarte Pietendebat was een gevolg van dieperliggende zaken die nog steeds aanwezig zijn. Je ziet daarom ook nu dat het Zwarte Pietendebat een ijkpunt is geworden voor andere debatten. Ik kreeg bijvoorbeeld daarnet nog de vraag van een journalist wat ik vond van het feit dat minister Van Engelshoven minder gender-stereotypering in speelgoed wil. Het Zwarte Pietendebat symboliseert nu ook andere discussies waarin maatschappelijke normen en machtsrelaties aan de kaak worden gesteld. Denk bijvoorbeeld aan discussies over de zogenaamde Gouden Eeuw, de kolonisatie van wat destijds Nederlands-Indië werd genoemd, de LGBT-community, gender-inclusief taalgebruik en institutioneel racisme.’

Waarom is het moeilijk om tot een conclusie of een compromis te komen?

‘Voor- en tegenstanders lijken in zekere zin langs elkaar heen praten. Voorstanders van Zwarte Piet zien racisme vaak als iets naars wat op persoonlijk niveau wordt geuit of ervaren. Tegenstanders leggen de nadruk op de manier waarop racisme op institutioneel niveau zit ingebakken. Voorstanders hebben vaak de boodschap: we zijn allemaal Nederlanders en het maakt niet uit hoe we eruit zien, juist omdat we Nederlanders zijn. Wat je vervolgens ziet en wat niet expliciet wordt gemaakt, is dat de belevingswereld van de witte mensen eigenlijk het ijkpunt is van dit “Nederlands zijn”. Ik als blonde, witte vrouw kan tijdens een protest bij een Sinterklaasintocht opgaan in de massa, als het zou moeten. In die zin heb ik meer fysieke veiligheid. Als zwarte demonstrant kun je niet opgaan in de massa, maar word je meteen herkend.’

‘Protest over institutioneel racisme past niet binnen het beeld van de Nederlandse identiteit’

Is dan eigenlijk de discussie: wat is belangrijker, de Nederlandse identiteit of racisme aankaarten?

‘Het gaat in de discussie niet over een keuze tussen het één of het ander. Via het Zwarte Pietendebat worden juist ideeën bevochten over hoe Nederlandse identiteit en racisme met elkaar samenhangen. Dat zie je ook een beetje aan het dominante Nederlandse zelfbeeld, en ook in internationale houdingen tegenover Nederland. Nederland wordt primair gezien als progressief en tolerant. Maar Nederland heeft minder mooie kanten en die worden lastiger te bekritiseren door dat zelfbeeld. Er was een spotje van de VVD waarin werd gemeld, “Je schamen voor je tradities? Laat je niks aanpraten. Je bent geen racist als je gezellig Sinterklaas viert.” Dit werd vertoond met een oranje achtergrond en rood-wit-blauwe vlag. Omdat dit een oproep doet aan de Nederlandse identiteit wordt kritiek geven moeilijker. Protest over institutioneel racisme past niet binnen het beeld van de Nederlandse identiteit.’

Is dat niet ook de frustratie van de anti-Zwarte Pietdemonstranten, dat juist instituties niet lijken in te gaan op het probleem van institutioneel racisme?

‘Zo kun je het wel stellen. Rutte had het in de media vaak over “passende momenten” voor het debat. Ook Asscher zei tijdens de herdenking van de afschaffing van de slavernij tijdens de Keti Koti-ceremonie in 2014 dat het fijn is dat er “ruimte is voor iedereen om te spreken”. De uitspraak van Asscher was in reactie op een onverwachte speech van actievoerders tegen Zwarte Piet. Maar op de manier waarop de overheid omgaat met Zwarte Piet wordt niet ingegaan.

In een hoorzitting in Amsterdam in 2013 werd gesproken over trans-Atlantische slavernij, waarna de voorzitter van de bezwaarschriftencommissie meldde dat “alles gezegd mag worden,” maar er wel sprake was van “een extreme vergelijking”. Er is dus ruimte voor debat, maar het moet gezellig blijven. Iedereen mag alles zeggen, maar sommige dingen worden alsnog niet als “gepast” gezien.’

‘Iedereen mag alles zeggen, maar sommige dingen worden alsnog niet als “gepast” gezien’

Wat is jouw persoonlijke mening en hoe ga je daarmee om als wetenschappelijk onderzoeker?

‘Mijn proefschrift gaat niet over de vraag hoe Zwarte Piet eruit moet zien, maar over de dynamiek van de discussie. Persoonlijk vind ik dat Zwarte Piet als culturele uiting niet kan. En objectiviteit bestaat eigenlijk niet. Ik kan zeggen “ik heb geen mening in de Zwarte Pieten-discussie” of “ik vier gewoon met plezier de intocht”. Ook daarin zitten standpunten verborgen. Als onderzoeker maak je zelf ook deel uit van de sociale context die je onderzoekt. Elke wetenschapper moet zich eigenlijk altijd bewust zijn van zijn positie daarin.’