Foto: Publiek domein
wetenschap

Inwoners van prehistorisch China aten ‘rietsigaren’

Sterre van der Hee,
9 augustus 2019 - 10:30

Een lekker hapje lisdodde? De ‘rietsigaar’, vaak te vinden langs het water en in moerassen, stond zeven- tot achtduizend jaar geleden op de menukaart van inwoners van het prehistorische China. Dat blijkt uit een studie van onder meer UvA-onderzoeker Bas van Geel (paleo-ecologie).

Hoe kwam u bij dit onderwerp?  
‘Ik werd benaderd door een Chinese PhD-student, Yunan Zhang, van de Universiteit van Beijing. Zij had veel menselijke uitwerpselen van zeven- tot achtduizend jaar oud gevonden bij een opgraving in Tianluoshan, in een vallei van de rivier de Yangtze aan de oostkust van China. Daar waren vroeger moerassen, mensen leefden van rijstverbouw, jacht en visserij en ze verzamelden vruchten en zaden. Onder mijn leiding heeft Yunan de poepmonsters geanalyseerd. Dat wil zeggen dat de in de poep aanwezige stuifmeelkorrels en andere kleine fossielen werden gedetermineerd. Tot onze verrassing bevatten die poepmonsters heel erg veel stuifmeel van lisdodde, vaak meer dan 90 of zelfs bijna 100 procent. Het stuifmeel werd vaak in kluitjes aangetroffen. Dat wil zeggen dat het onrijp was en dat betekent dat mensen het zelf van de plant hebben geschud voordat het door de wind werd verspreid. Kennelijk maakte stuifmeel van lisdodde deel uit van het voedselpakket. Uit de literatuur werd ons duidelijk dat dit wereldwijd vaker voorkomt.’

Foto: De zeven- tot achtduizend jaar oude poep

Wat maakten mensen van lisdodde-stuifmeel?
‘Je kunt er pap van maken, mengen met ander voedsel of er brood mee bakken. Het lijkt op meel en het is erg voedzaam: het zit vol proteïnen, vetten, calcium, ijzer en vitamine C. Om genoeg stuifmeel te verzamelen heb je wel een flink moeras nodig. Langs de Yangtze-rivier kwamen destijds uitgestrekte moerassen voor. In Nederland komen ook natuurgebieden voor waar de lisdodde dominant is, maar of mensen hier in het verleden ook lisdodde-stuifmeel hebben geconsumeerd dat weten we niet.’ 
 

‘Het materiaal was inmiddels droog, maar de drollen waren nog steeds als zodanig herkenbaar’

Was die achtduizend jaar oude poep nog wel goed te onderzoeken?
‘Het materiaal was inmiddels droog, maar de drollen waren nog steeds als zodanig herkenbaar en het stuifmeel was uitstekend bewaard gebleven en dus goed op naam te brengen. Ik heb veel ervaring met poep van bevroren Siberische mammoeten en andere dieren die tijdens de laatste ijstijd leefden. Voor stuifmeel uit de darmen van dieren heb je materiaal uit het bloeiseizoen nodig, maar mensen konden stuifmeel bewaren en daarmee was het als voedselbron het hele jaar beschikbaar.’

 

Het artikel van onder meer Bas van Geel is hier te vinden. In onderstaande video is te zien hoe je lisdodde kunt bereiden.