Foto: Marlell (cc, via Flickr)
wetenschap

Volgens deze UvA-promovendus is dyslexie geen stoornis

Laura ter Steege,
20 maart 2019 - 06:00

Promovendus Peter Tamboer zag als pianoleraar leerlingen die moeite hadden om noten te lezen. Het wekte zijn interesse in dyslexie. Op 37-jarige leeftijd begon hij met de studie psychologie, waarna hij promotieonderzoek deed aan de UvA. ‘Een heel intelligente leerling kreeg het maar niet voor elkaar om noten te lezen, maar speelde stukken foutloos uit haar hoofd.’

Mensen met dyslexie ervaren volgens Tamboer problemen met lezen en schrijven die haaks staan op hun opleidingsniveau. Het is volgens hem een leesprobleem voor alle soorten van taal – ook voor het lezen van noten en cijfers. ‘Verder zie je het terug in het dagelijkse leven: mensen met dyslexie zijn sneller in de war, hebben moeite met plannen en ervaren problemen met hun kortetermijngeheugen. Ze kunnen bijvoorbeeld sneller hun sleutels vergeten.’

Foto: Privéarchief
Peter Tamboer

Tamboer denkt dat ongeveer 10 procent van de mensen dyslexie heeft, maar schattingen lopen uiteen van drie procent in Japan tot achttien procent in Engeland. ‘In het Engels kun je bepaalde klanken op verschillende manieren schrijven, dat zorgt voor veel verwarring. In Italië zie je juist weinig mensen met dyslexie, daar schrijf je elke klank altijd op één manier.’

 

Op dit moment is er geen consensus over wat dyslexie precies is en waardoor het wordt veroorzaakt. Dit maakt het lastig om dyslexie vast te stellen en hier onderzoek naar te doen. Daarom besloot Tamboer tijdens zijn onderzoek gebruik te maken van studenten waarvan met hoge zekerheid te zeggen is dat ze dyslexie hebben en studenten die helemaal geen taalproblemen ondervinden.

 

Niet altijd taalproblemen

Nu wordt dyslexie meestal vastgesteld op basis van taalvaardigheidstesten. Maar in Tamboers onderzoek gaf ruim twintig procent van de dyslectische studenten aan geen ernstige taalproblemen te ondervinden. Ook was geen enkele student slecht in alle soorten taalvaardigheid. Dit geeft volgens hem aan dat mensen in staat zijn om met opleiding en intelligentie te compenseren voor bepaalde zwakheden. ‘Hierdoor kan iemand met dyslexie op het vwo een taaltest toch beter maken dan iemand zonder dyslexie van het vmbo. Dat maakt het lastig om goed vast te stellen wie dyslexie heeft.’

‘Mensen met dyslexie kunnen bepaalde zwakheden compenseren met bijvoorbeeld intelligentie en opleiding’

Daarom onderzocht hij of zelfrapportage via een vragenlijst uitkomst kon bieden. Op deze manier vergelijken mensen zichzelf met hun eigen sociale omgeving, met vaak een vergelijkbaar opleidingsniveau. De vragenlijst die hij hiervoor gebruikte werd ontworpen door vragenlijstexpert Harrie Vorst, op basis van interviews met mensen met dyslexie. ‘Toen we begonnen met het testen van deze vragenlijst, werd die zelfrapportage nog nergens ter wereld gedaan.’

 

Tamboer was vrolijk verrast door de resultaten van de vragenlijst. Hij verzamelde twee groepen studenten waarvan met hoge zekerheid te zeggen was of ze dyslexie hadden. Op basis van de vragenlijst werden in zijn onderzoek meer studenten juist gediagnosticeerd (97 procent), dan met de gangbare testen (90 procent). In deze vragenlijsten wordt gevraagd naar hele specifieke fouten die mensen maken, zoals ‘ik haal vaak de “ij” en “ei” door elkaar’. Daardoor is het ook mogelijk om specifieke problemen te identificeren. In zijn promotieonderzoek heeft Tamboer zich gericht op studenten. ‘De volgende stap is om het ook met kinderen te testen, hier zijn we net mee begonnen.’

 

Tunnelvisie doorbreken

In het laatste hoofdstuk van zijn proefschrift verdedigt hij vijf stellingen, waar nog niet voldoende bewijs voor is. ‘Hier verwacht ik tijdens mijn promotie de meeste vragen over.’ Deze stellingen staan haaks op veel gangbare theorieën. Hiermee hoopt hij om discussie op te wekken in het onderzoek naar dyslexie en tunnelvisies bij andere onderzoekers te doorbreken. Hij stelt bijvoorbeeld dat dyslexie een natuurlijke variatie is in het brein en geen stoornis.

‘Architecten hebben erg vaak dyslexie, dit kan komen doordat ze creatiever zijn of talige beroepen vermijden’

‘We moeten sowieso voorzichtiger omgaan met de term stoornis. In het verleden werden kinderen dom genoemd, tegenwoordig hebben ze een stoornis.’ Het gaat volgens hem om een variatie in het brein, die bijvoorbeeld te vergelijken is met linkshandigheid of homoseksualiteit. ‘Vroeger werd linkshandigheid als een stoornis gezien en moest iedereen met rechts schrijven, dat is nu bijna niet meer voor te stellen. Homoseksualiteit was vroeger zelfs onderdeel van de DSM – een internationaal handboek om psychiatrische aandoeningen vast te stellen. Gelukkig wordt daar nu anders over gedacht.’

 

Hoewel dyslexie niet te behandelen of genezen is, denkt Tamboer dat het belangrijk is om het bij mensen vast te stellen. ‘Mensen vinden het fijn om te horen dat ze dyslexie hebben, dan denken ze: “Oh, mijn lees- en schrijfproblemen komen doordat ik dyslexie heb, niet omdat ik dom ben.” Die herkenning zie je ook bij kinderen die moeite hebben met schrijven en erachter komen dat ze linkshandig zijn.’

 

Het is volgens Tamboer mogelijk dat mensen met dyslexie beter zijn in andere vaardigheden, maar daar is op dit moment nog geen bewijs voor. ‘Architecten hebben erg vaak dyslexie, dit kan komen doordat ze creatiever zijn of omdat ze beroepen die taalvaardigheid vereisen liever vermijden. Het zou leuk zijn als dit in de toekomst verder wordt onderzocht.’

 

Peter Tamboer hoopt donderdag 21 maart om 14.00 uur te promoveren op zijn proefschrift Dyslexia. From Diagnoses to Theory. Locatie: Agnietenkapel. Promotoren zijn prof. dr. F.J. Oort en prof. dr. P.F. de Jong. Copromotor is dr. H.S. Scholte.