Foto: Dieuwertje Hoornstra
wetenschap

UvA'ers werken aan anti-tekenvaccin om overdracht Lyme-bacterie te voorkomen

Laura ter Steege,
27 maart 2019 - 15:12

UvA’ers Jos Trentelman en Michelle Klouwens doen onderzoek bij het Amsterdams Multidisciplinair Lymecentrum (AMLC). Daar ontwikkelen ze een vaccin dat ervoor moet zorgen dat je niet meer ziek wordt van een tekenbeet.

De ziekte van Lyme – veroorzaakt door Borrelia-bacteriën – is de bekendste ziekte die teken kunnen overdragen. Als patiënten niet goed behandeld worden kan dit leiden tot klachten aan zenuwen, gewrichten, huid en hart. Sinds 1994 neemt het aantal gevallen van de ziekte van Lyme exponentieel toe. Dit komt volgens Klouwens en Trentelman deels door meer bewustwording. Klouwens: ‘Door media-aandacht herkennen steeds meer mensen een tekenbeet en zoeken ze medische hulp bij het zien van erythema migrans – de kenmerkende rode kring die kan ontstaan na een beet van een besmette teek.’

Foto: James Gathany (cc, Wikimedia Commons)
Typische erythema migrans

De meeste tekenbeten vinden plaats tussen april en oktober. Het is onduidelijk welke invloed klimaatverandering heeft op het aantal tekenbeten. Door het warme weer zijn teken nu al actiever, maar afgelopen zomer was het bijvoorbeeld erg droog, en dat is niet goed voor teken. Jaarlijks worden er meer dan één miljoen mensen gebeten door een teek, hiervan ontwikkelt twee tot drie procent de ziekte van Lyme.

 

Waarom willen jullie een vaccin ontwikkelen?

Trentelman: ‘Vaccinaties zijn na de ontdekking van de antibiotica een van de grootste doorbraken in de gezondheidszorg. Nu kunnen we ziektes voorkomen in plaats van dat we ze moeten behandelen. Daarnaast is het ook nog eens aangetoond kosteneffectief.’

Klouwens: ‘We zijn op dit moment afhankelijk van algemene preventieve maatregelen, maar het is niet altijd mogelijk om teken op tijd te verwijderen. Soms zitten teken op een plek waar je ze niet ziet, zoals op je rug of in je knieholte. Daarnaast vergissen mensen zich in hoe een volgezogen teek eruit ziet. Deze zijn lang niet altijd zo groot als je bij honden of katten wel eens ziet. Nimfen – een tekenstadium tussen larven en volwassen – zijn volgezogen zo groot als een speldenknop.’

Jos Trentelman

Naast een vaccin tegen de Borrelia-bacteriën proberen jullie ook een vaccin te maken tegen de teek zelf, hoe zou dit werken?

Trentelman: ‘Tekenspeeksel bevat veel soorten eiwitten. Deze onderdrukken het immuunsysteem, beïnvloeden de stolling van het bloed en verminderen de pijnprikkel. Zo geven teken de bacterie een helpende hand. Door een vaccin te maken tegen teken, kan de bacterie niet meer succesvol het lichaam inkomen.’

Klouwens: ‘Het mooiste is dat je als je teken aanpakt, je niet alleen de ziekte van Lyme kunt voorkomen, maar ook allerlei andere teken overdraagbare ziektes. Teken kunnen namelijk ook andere bacteriën, virussen en parasieten overdragen.’

 

Als het teken-vaccin is ontwikkeld, hoe moet ik dat dan precies voor me zien? Vallen ze van je huid af?

Trentelman: ‘Dat is afhankelijk van het tekeneiwit dat het target zou zijn voor het vaccin. We kijken nu bijvoorbeeld naar eiwitten die nodig zijn voor de aanhechting van teken. In dat geval zouden ze eraf vallen voordat de bacterie wordt overgedragen, deze wordt namelijk pas na enige tijd na aanvang van de tekenbeet doorgegeven. Daarnaast kijken we ook naar eiwitten in het speeksel van de teek, die zorgen dat de Borrelia-bacterie succesvol het lichaam binnenkomt. Daarbij kun je denken aan een eiwit dat de hele oppervlakte van de bacterie bedekt, zodat hij niet kan worden herkend door cellen van het immuunsysteem. In dit geval zou de teek gewoon blijven zitten, maar ruimt het immuunsysteem de bacterie op.’

Michelle Klouwens

Jullie werken nu zowel aan een vaccin tegen teken als tegen de Borrelia-bacterie. Als één van deze succesvol ontwikkeld is, is dan het andere vaccin overbodig?

Trentelman: ‘Ja, zodra we een werkend vaccin hebben ontwikkeld is ons doel behaald.’

Klouwens: ‘Eigenlijk werken we ook niet aan twee soorten vaccins, maar proberen we zo breed mogelijk te zoeken naar een goed target. Op dit moment is er weinig bekend over teken en de ziekte van Lyme, daarom weten we nog niet waar we het beste kunnen zoeken.’

 

Er bestond al een vaccin tegen de ziekte van Lyme, maar dat is van de markt gehaald vanwege mogelijke bijwerkingen. Zijn jullie bang dat mensen een nieuw vaccin niet zouden vertrouwen?

Trentelman: ‘Ja, de huidige maatschappij is heel kritisch ten opzichte van vaccins, door redenen die in mijn ogen niet altijd terecht zijn. Het vorige Lyme-vaccin werkte heel goed, maar er werden mogelijke bijwerkingen gesuggereerd. Dit is toen groots opgepakt door de anti-vaccinlobby, die in de VS een stuk groter is. Dat is zonde, want het werkte heel goed, en in een klinische studie met ruim 10.000 patiënten zijn die bijwerkingen niet gevonden.’

Klouwens: ‘Deels wel, dat is ook de reden dat we op zoek zijn naar andere targets. Men is altijd voorzichtig met vaccins en bijwerkingen daarvan – dat is ook goed. Toch denk ik dat er veel vraag naar is en mensen het graag willen hebben.’

 

Als jullie vaccin is ontwikkeld, moet het dan onderdeel worden van het rijksvaccinatieprogramma?

Klouwens: ‘Nee, het is niet nodig om iedereen hiertegen te vaccineren. Alleen voor mensen met een verhoogd risico, zoals boswachters, groenbeheerders en militairen, of mensen die in hoog risico gebieden wonen of veel recreëren in “het groen”.’

Trentelman: ‘Het zou vanuit bepaalde werkgevers moeten worden aangeboden. Ook kunnen we het aanbieden aan mensen die in een bosrijke omgeving wonen of op een andere manier frequent aan teken worden blootgesteld. Zelf zouden we het ook gebruiken, want we experimenteren hier met levende teken die besmet zijn met Borrelia-bacteriën.’ 

 

Hoe lang duurt het nog voordat er een vaccin beschikbaar zal zijn?

Trentelman: ‘Dat zal nog wel even duren. Eerst moeten we nog het juiste target vinden, dan duurt het zeker nog tien jaar voordat het op de markt komt – er zijn veel veiligheidsstudies die moeten worden uitgevoerd.’

Klouwens: ‘Het moet eerst worden getest op dieren om te laten zien dat we inderdaad een target hebben dat beschermd, daarna kunnen dan klinische studies worden gestart om het te testen op mensen.’

Lees meer over