Foto: Privéarchief
wetenschap

Gestopt, en dan? UvA’er Vincent helpt voetballers na hun ‘pensioen’

6 maart 2019 - 11:44

Onderzoeker en oud-voetballer Vincent Gouttebarge onderzoekt in het Amsterdam UMC ‘gepensioneerde’ profvoetballers. Hoe voelen zij zich na hun topsportcarrière? ‘Voetballers denken vooral aan voetbal. Er is minder interesse voor de lange termijn.’

De Fransman Vincent Gouttebarge (43), oud-profvoetballer en onderzoeker in het Amsterdam UMC, kan zelf nooit meer voetballen. Hij wijst naar zijn linkerknie, waaraan hij een terugkerende blessure had. ‘Die laat dat niet toe. Dat is wel jammer.’ Als hij uit bed stapt, loopt hij vaak even mank. ‘Dat hebben veel topsporters, denk ik.’

 

Gouttebarge onderzoekt sinds 2013 met collega Gino Kerkhoffs de langetermijngevolgen van voetbalcarrières. ‘We weten al lang dat gepensioneerde voetballers een “zwart gat” voelen,’ zegt hij. Dat kan leiden tot financiële problemen – mensen gaan veel geld uitgeven – of fysieke en mentale klachten. ‘We wilden uitvinden hoe groot het probleem was en onderzoek doen naar de nazorg. Welke medische ondersteuning krijgen sporters na hun carrière?’

Het cv van Vincent Gouttebarge

2010-heden Chief medical officer, wereldvoetbalvakbond FIFPro

2008 Promotie klinimetrie, UvA

2002-heden Onderzoeker/docent orthopedie, UvA

2002-2007 Voetballer, FC Omniworld (tegenwoordig Almere City FC)

2000 Master sportwetenschappen, Université Blaise Pascal (Clermont-Ferrand, Frankrijk)

1997-2001 Voetballer, FC Volendam

1994-1997 Voetballer, FC Cournon-d’Auvergne

1993-1994 Voetballer, AJ Auxerre

U was zelf jarenlang profvoetballer. Hoe verliep uw ‘pensioen’?  

‘Ik ben er goed uitgekomen. Ik heb geen psychische klachten gehad. Ik heb altijd gestudeerd en wist dat ik verder zou gaan in de sportmedische wetenschap. Daarnaast hebben mijn ouders me altijd geadviseerd om de middelbare school af te maken en gewoon te blijven voetballen op hoog niveau, hoewel ik bij de Franse selectie zat. Ik wist zelf ook snel dat mijn voetbalkwaliteiten oké waren, maar niet meer dan dat.’

 

U zag het wel misgaan bij collega’s. 

‘Dat heeft meerdere oorzaken. Een ervan is dat voetbal sociaal-economisch een apart milieu is. Ik moet hier oppassen wat ik zeg, maar voetballers denken over het algemeen vooral aan voetbal en kijken niet veel buiten de deur. Dat zie je ook aan het lagere educatieniveau, zeker als je bijvoorbeeld vergelijkt met hockeyers. Er is minder interesse voor langetermijnplannen: de focus ligt bij de volgende wedstrijd, het volgende contract. Logisch, maar ook jammer, want het leven na je carrière is best lang.’

 

Voor uw onderzoek hebben 900 topvoetballers en 400 oud-voetballers vragenlijsten ingevuld. Wat bleek daaruit?  

‘We zagen de omvang van het probleem. Zo had zo’n 30 procent last van psychische klachten bij het beëindigen van zijn carrière. Het risico daarop was groter bij voetballers met ernstige blessures – denk aan een afgescheurde kruisband – maar ook bij spelers van wie contracten niet waren verlengd. Verder had 35 procent rond hun veertigste last van knie-artrose: een kraakbeenverslechtering die normaal ontstaat als je tegen de zestig bent.’

Foto: Privéarchief
Vincent Gouttebarge

Krijgen ze daar specifieke begeleiding voor?

‘Nee. Dat bleek ook uit ons onderzoek: op dit moment is er geen nazorg voor voetballers beschikbaar. Nu we wetenschappelijke gegevens over deze kwestie hebben verzameld, moeten we dit probleem gaan tackelen.’

 

Hoe dan?

‘We zijn gestart met een After Career Consult – een exitkeuring – voor gepensioneerde voetballers. Daar krijgen ze een medische en psychische check-up: denk aan een afbouwschema en aandacht voor gewrichtsslijtage. Sporters zeiden in een evaluatiestudie dat ze het consult leuk en aardig vonden, maar dat ze tegelijkertijd behoefte hadden aan een follow-up. Dat is goed, maar het is de vraag wie het gaat financieren. Deze exitkeuring is in elk geval een mooi startmoment. We geven ook adviezen over een gezonde leefstijl.’

‘Voetballers zijn wat verwend: ze hebben vaak één werkgever, de club, en die heeft verantwoordelijkheid voor een salaris en veilige arbeidsomstandigheden’

Ik las eerder dat voetballers ook vaak obesitas krijgen als ze stoppen. Waarom lukt het deze ‘gepensioneerde’ sporters niet om gezond te leven?

‘Niet alle spelers hebben kaas gegeten van een gezonde leefstijl. Bij de club worden voetballers goed verzorgd: schoenen worden gepoetst, eten wordt geserveerd. In het “echte leven” vormt dat een probleem. Voor je het weet heb je een BMI van ruim 25, wat ook weer een risicofactor is voor artrose. Daarom vind ik dat wij daarin advies moeten geven, over onderwijs, loopbanen, leefstijl. Met een forse kruisbandruptuur zou ik bijvoorbeeld niet adviseren om te gaan hardlopen op een harde ondergrond, maar wel om te voldoen aan de beweegnorm van drie keer sporten per week.’

 

Over dat loopbaanadvies. Hebben de meeste profvoetballers niet al genoeg verdiend om het een tijdje te kunnen uitzingen?

‘Zeker niet iedereen. Daarnaast moet je ook een invulling vinden voor je leven. In voetbal zit wel veel geld, dus voetballers zijn niet zo snel geneigd te denken: ik moet studeren, ik moet een bijbaan vinden. Ze zijn wat verwend: ze hebben vaak één werkgever, de club, en die heeft verantwoordelijkheid voor een salaris en veilige arbeidsomstandigheden. Daarnaast staan ze wekelijks in the picture. Als dat stopt kun je nergens op terugvallen. Dat kan lastig zijn als je onvoorbereid bent.’

 

Hebben jullie ook gekeken naar vrouwelijke profvoetballers?

‘Nog niet. Binnen de vakbond zijn we nu goed georganiseerd op het gebied van ondersteuning van mannelijke profvoetballers. Steeds meer vrouwen worden lid van de vakbond, maar we hebben nog geen grote databank van vrouwelijke spelers die makkelijk te benaderen zijn voor wetenschappelijk onderzoek. Daar zit dus wat vertraging in, maar in de toekomst moeten ook die gegevens beschikbaar zijn.’  

Foto: Privéarchief
Gijs Luirink

Gijs Luirink (35) is voormalig profvoetballer

Hij deed mee aan het After Career Consult.

‘Op mijn achttiende maakte ik mijn debuut bij FC Volendam. Drie jaar later, bij FC Groningen, scheurde ik de kruisband van mijn rechterknie. Later bij AZ, gebeurde dat ook bij mijn andere knie. Hier heb ik een trombosebeen aan overgehouden, waardoor het niet meer mogelijk was om op het hoogste niveau te spelen. Daarna heb ik zes jaar in de eerste divisie gespeeld. Op mijn 32e – na een carrière van veertien jaar – heb ik besloten te stoppen met voetballen, omdat dit voor mijzelf een goed moment was.’

 

‘Ongeveer drie tot vier maanden nadat ik was gestopt kwam ik in contact met Vincent Gouttebarge van het After Career Consult. Na wat informatie kreeg ik een uitgebreide medische keuring van Edwin Goedhart – sportarts bij de KNVB. Hij checkte bijvoorbeeld mijn gewrichten, lichaamsgewicht, lengte en vetpercentage. Daarnaast moest ik een inspanningstest doen op de loopband met zuurstofmasker op en namen ze bloed af. Direct daarna kreeg ik advies over hoe ik het beste fit kon blijven. Hij heeft mij bijvoorbeeld aangeraden om niet meer dan vijf of zes kilometer hard te lopen, dat is niet goed voor mijn knie.’

 

‘Nu werk ik fulltime als trainer-coach bij AZ. Dit werk deed ik deels al tijdens mijn voetbalcarrière. Ik leer veel en vind het heel mooi om dit werk te doen. Als trainer hoop ik mezelf nog verder te ontwikkelen, wie weet wat de toekomst brengt. Hiernaast denk ik ook weleens aan een studie psychologie, dit vind ik erg interessant – zeker nu ik hier veel mee te maken heb binnen het trainersvak.’