Foto: fotomatik (cc, via Pixabay)
wetenschap

UvA-promovendus: ‘Ontwikkelingshulp bereikt vaak allerarmsten niet’

Andrea Huntjens,
6 februari 2019 - 12:58

Hoe betrek je mensen die niks hebben weer in de samenleving? Geograaf Anika Altaf deed onderzoek naar extreme armoede. ‘De allerarmsten worden door hulporganisaties vaak helemaal niet bereikt.’

Hoe ben je te werk gegaan?

‘Ik heb onderzoek gedaan in Bangladesh, Benin en Ethiopië. Daar heb ik gesproken met mensen die extreem arm zijn, zoals prostituees, hermafrodieten en dorpsbewoners die ik tegenkwam bij gaarkeukens. In feite heb ik hun levensverhalen opgeschreven, waarbij ik erachter wilde komen hoe zij zo arm zijn geworden en hoe ze dat blijven. Extreem arme mensen zijn lastig te bereiken, omdat er sprake is van tweezijdige uitsluiting. Aan de ene kant worden zij buitengesloten door de gemeenschap en hun familie. Medebewoners wisten precies te vertellen wie de allerarmste mensen in het gebied waren, maar ze spraken hen niet veel. Het leek alsof ze hen een beetje vergeten waren, alsof ze niet bestonden. Ook sluiten de allerarmste bewoners zichzelf uit, omdat ze zich schamen en omdat ze door hun omgeving toch constant genegeerd worden. Toen ik deze mensen sprak, zag ik dat hun zelfbeeld enorm laag was. Ze zagen zichzelf bijna niet meer als mens. Van de samenleving maakten ze op geen enkele manier meer onderdeel uit.’

Foto: Anika Altaf

Hoe worden mensen zo extreem arm?

‘Daar zijn verschillende redenen voor en die zijn in ieder land en bij ieder persoon weer anders. Grofweg kan er een onderscheid worden gemaakt tussen individuele en structurele oorzaken. Door individuele oorzaken wordt iemand extreem arm, bijvoorbeeld omdat diegene zijn partner verliest, een baan kwijtraakt of ziek wordt. Structurele oorzaken zorgen ervoor dat iemand niet zo makkelijk uit die armoede komt. Gebrek aan landbouwgrond of corruptie werken armoede in de hand. In Bangladesh heeft de bevolking last van de vele typhoons en overstromingen. Die zorgen ervoor dat mensen steeds opnieuw alles kwijtraken. Ook worden de allerarmsten door hulporganisaties vaak helemaal niet bereikt. Doordat ze sociaal gezien zijn uitgesloten, zijn ze moeilijk te vinden. Ik ben in een bergdal in Ethiopië geweest dat zo moeilijk bereikbaar was, dat de communicatie vanuit de aanwezige ontwikkelingsorganisatie, erg gebrekkig verliep. Hierdoor konden lokale elites het project overnemen. In veel arme gebieden wordt de dienst namelijk uitgemaakt door lokale elites. Hulporganisaties werken met hen samen, omdat die mensen weten hoe de gemeenschap in elkaar zit. Die elites zullen nooit de allerarmsten aanwijzen als hulpbehoevenden, maar kiezen voor mensen uit hun eigen omgeving.’

‘Ik ben tegen het gebruik van de armoedegrens als richtlijn: die schetst een verkeerd beeld’

De term ‘extreem arm’ is lastig voor je te zien. Leven deze mensen onder de armoedegrens van 1,25 dollar per dag?

‘Ik ben tegen het hanteren van een dergelijke richtlijn. De armoedegrens schetst een verkeerd beeld. Zo zijn er mensen die weinig geld hebben, maar uitbetaald worden in voedsel. Zij kunnen daarvan rondkomen. De armoedegrens met een bepaald geldbedrag definiëren is te beperkt. Door alleen te kijken naar de financiële inkomsten van een persoon, vergeet je de andere factoren die van belang zijn bij extreme armoede. Ik baseer de term “extreme armoede” op drie factoren. De materiële factor gaat over eigendommen als een huis, toegang tot voedsel en de eerste levensbehoeften. De relationele factor biedt inzicht in de kwaliteit van de relaties van een persoon. Een goede band met familie of partner is belangrijk, maar ook de toegang tot (overheids)instanties. De derde cognitieve factor is de kijk op eigen welzijn en bepaalt het zelfbeeld en geluk van een persoon. Als iemand op alledrie deze onderdelen zwaar gebrekkig scoort, is er vaak sprake van extreme armoede.’

‘We helpen mensen niet verder door alleen goederen te geven. De allerarmsten moeten meer bij de samenleving betrokken worden’

Het lijkt haast onmogelijk om mensen te bereiken die zo geïsoleerd leven. Is er een oplossing?

‘De manier waarop we hulp bieden moet veranderen. In de eerste plaats moeten we definiëren wie precies de groep is die we willen bereiken, want de context is in ieder gebied anders. Verder helpen we mensen niet verder door alleen materiële goederen te geven. De allerarmsten moeten meer bij de samenleving betrokken worden om uit hun huidige situatie te ontsnappen. Ik denk dat ontwikkelingshulp meer gericht moet worden op het coachen van deze mensen. De gemeenschap moet hierbij ook betrokken worden. Voor mensen die langdurige hulp nodig hebben, zoals gehandicapten, zou er een soort uitkering kunnen ontstaan. Een oplossing is er volgens mij zeker, maar het is geen makkelijke weg erheen.’

 

Anika Altaf is op 29 januari gepromoveerd op haar proefschrift ‘The many hidden faces of extreme poverty: Inclusion and exclusion of extreme poor people in development interventions in Bangladesh, Benin and Ethiopia’.