Foto: Kryn Taconis (Anefo)
wetenschap

‘De koempelmentaliteit is eigenlijk pas na de mijnsluiting gaan leven’

Stella Vrijmoed,
30 januari 2019 - 12:22

UvA-socioloog Eva Mos deed drie maanden onderzoek naar het begrip ‘koempelmentaliteit’ in de oostelijke mijnstreek in Limburg. Dat is het vermeende solidariteitsgevoel onder koempels, de voormalige mijnwerkers. Folia sprak met haar. ‘Ik vind het belangrijk voor de geschiedenis om niet alleen een positieve lezing te geven maar ook een andere kant van het verleden te laten zien.’

Waar komt het woord koempel eigenlijk vandaan?

‘Koempel is van oorsprong een Duits woord, het betekent kameraad of vriend.’

 

Dat zegt al heel veel, natuurlijk.

‘Ja, precies. Het wordt gebruikt in de oude mijnstreek, het oostelijke puntje van Limburg, als substituut voor oud-mijnwerker of mijnwerker. Dan heb je het begrip koempelmentaliteit. Daarbij moet je onderscheid maken tussen hoe het vroeger werkte en hoe het nu werkt. Historisch heeft het betrekking op het vermeende saamhorigheidsgevoel onder de koempels ondergronds. Tegenwoordig is het een superabstract begrip dat iedereen heel makkelijk in de mond neemt, vergelijk het met “de VOC-mentaliteit”. Zo wordt het nu door de Limburgse voetbalclub Roda JC gebruikt als marketingtool. Dat zou volgens oud-mijnwerkers dan weer niet de echte koempelmentaliteit zijn, want die voetballers hebben een luxeleventje en de echte mijnwerkers waren zes uur lang onder de grond aan het bikken elke dag. Mijn vraag was: kunnen we de vinger leggen op wat de koempelmentaliteit nou echt was?’

 

Is dat gelukt?

‘Ik heb veertien mensen gesproken, voor het grootste deel oud-mijnwerkers, zowel Nederlandse als migrantmijnwerkers. Maar als ik ze vroeg wat koempelmentaliteit is dan kreeg ik veel dezelfde antwoorden: “Ja, dat is dat je solidair bent met elkaar en dat je nooit opgeeft”. Maar ze konden het meestal niet verder uitleggen. Dus heb ik de draai gemaakt naar “Wat doet het?”. Ik concludeerde dat koempelmentaliteit niet iets is, maar iets doet.’

 

(Lees verder onder de afbeelding)

Foto: Eva Mos
Eva in gesprek met een oud-mijnwerker
‘Vlak na de mijnsluiting was er echt niets te merken van koempelmentaliteit. Het was ieder voor zich, want iedereen wilde een baan en die waren er te weinig’

Wat doet het dan?

‘Wat belangrijk is om te weten is dat er na de mijnsluiting in 1975 een ongelooflijke economische dip is geweest in de regio, omdat er niet genoeg vervangende werkgelegenheid was. Er is met name in Heerlen heel erg veel heroïneproblematiek geweest. Dat noemt iedereen de zwarte bladzijde van Heerlen. In die tijd is het mijnverleden in de doofpot gestopt. Alles is afgebroken, ook visueel. Er staat geen mijn meer overeind. Iemand die ik interviewde vertelde dat er vlak na de sluiting weinig te merken was van koempelmentaliteit. Het was ieder voor zich, want iedereen wilde een baan en er waren er te weinig.

Pas de laatste tien jaar zie je dat er langzaam een soort positieve kijk komt op dat verleden, en daar speelt die koempelmentaliteit weer een rol. Er is subsidie voor mijnmusea, er worden evenementen georganiseerd zoals festival Bovengronds. Mensen doen weer iets met dat verleden. Ze willen hun verhaal opnieuw vertellen. Een van de verrassendste resultaten vond ik dat het begrip een belangrijke functie heeft als een soort betekenisvolle oudedagsvoorziening. In Brunssum hebben oud-mijnwerkers hun eigen mijnmuseum opgezet waar ze elke maandag en woensdag samenkomen om koffie te drinken. En ze maken reisjes naar andere mijnwerkers in België, Duitsland, Frankrijk. Zij vinden in het mijnverleden een nieuw zinvol samenzijn.’

 

Het begrip koempelmentaliteit is eigenlijk dus pas gaan leven na het sluiten van de mijnen?

‘Ja, voor een groot deel wel. Er heerste wel een gevoel van solidariteit in de mijnen, maar of ze dat toen ook daadwerkelijk koempelmentaliteit noemden, betwijfel ik. De vraag aan mij was om eens op zoek te gaan naar de betekenissen daarvan.’

 

(Lees verder onder de afbeelding)

Foto: Eva Mos
Koempels in hun eigen mijnmuseum in Brunssum
‘In Heerlen zie je nog steeds wie waar woonde: mooie grote huizen in de binnenstad voor de hoge functies, en de arbeiderswijken meer buiten de stad’

Hoe werkte dat vroeger dan?

‘Wat je moet weten is dat het mijnbedrijf ongelooflijk hiërarchisch was. In Heerlen zie je nog steeds aan de huizen wie waar woonde: mooie grote huizen in de binnenstad voor de opzichters en andere hoge functies, en de arbeiderswijken meer buiten de stad. Je had in het mijnbedrijf natuurlijk de scheiding tussen bovengronds en ondergronds, en dan had je ook ondergronds nog heel veel verschillende rangen, van houwer tot opzichter tot hoofdopzichter. Je sprak iemand boven je niet tegen, het was bijna een soort militaire rangorde. In deze rangorde speelde de koempelsolidariteit een rol. Als ik vroeg naar anekdotes van hoe de koempelmentaliteit werkte, vertelden mijnwerkers hoe ze als koempels onderling grapjes uithaalden tegen de “witte jassen”, de opzichters. Als ze dan ondervraagd werden over wie die grapjes had uitgehaald, “wist iedereen wie het had gedaan, maar niemand wist het”. Het was echt een soort stil gevecht tegen de hoge functies. Als er een ongeluk ondergronds was gebeurd terwijl ze iets deden wat niet mocht, spraken ze af hetzelfde, onware verhaal te vertellen zodat ze het ongeluk vergoed zouden krijgen van de mijn.’

 

Die opzichters werden dus geen koempels genoemd?

‘Nee, over het algemeen niet. De scheidslijn van de mentaliteit ligt eigenlijk wel daar.’

Foto: Kryn Taconis (Anefo)
Kolenmijnen Limburg, november 1945

Het lijkt me superheftig zoveel meter onder de grond te werken, zowel fysiek als psychisch. Heeft dat ook een rol gespeeld bij die mentaliteit?

‘Kijk, je hoeft geen socioloog te zijn om te begrijpen dat het een band schept als je iets samen doet. Maar ik heb heel specifiek geprobeerd om te analyseren hoe die situatie er ondergronds uitzag. Het feit dat je samen in één ruimte fysiek zwaar werk doet, en vaak met zijn allen dezelfde handelingen tegelijk uitvoert, is al één verbindende factor. Dan komt er nog iets bij: ondergronds gaan is al emotioneel heftig. Je daalt honderden meters in een schommelend liftje met dertig kilometer per uur, en moet dan soms ook nog kruipend naar je werkplek. Dat schept ook al een band. En dan moest je ook nog altijd op elkaar letten. Eigenlijk iedereen die ik heb gesproken heeft zelf een ongeluk meegemaakt of gezien: mensen hebben geen vingers meer, of ze hebben iemand zien sterven.’

 

Je hebt ook migrantmijnwerkers geïnterviewd. Zeiden die andere dingen dan Nederlandse mijnwerkers?

‘Ja, dat is een goede vraag. Dit project is onderdeel van het pop-up Migratiemuseum in Heerlen. De mijnstreek is al sinds 1900 geconfronteerd met veel nieuwkomers, al ver vóór de “gastarbeiders” die de meeste mensen kennen. Ik wilde dan ook die link maken met koempelmentaliteit en migratie. Er is tegenwoordig best veel haat tegen nieuwkomers en het was een beetje de vraag of het vroeger beter was. Het idee zoemt rond dat de koempelmentaliteit er vroeger voor heeft gezorgd dat nieuwkomers meer welkom waren of zich meer thuis voelden. Iedereen werkte met iedereen samen, zo was de gedachte. Maar dat is veel te kort door de bocht. Er was wel contact tussen gevestigden en nieuwkomers, maar er was niet heel veel wil om samen te werken. Ook hadden migranten per definitie een tijdelijke positie, en hadden ze daardoor een meer onzekere positie en slechtere voorzieningen.’

‘Migrantmijnwerkers noemen het begrip koempelmentaliteit überhaupt zelf niet’

Er was dus niet alleen verticaal, maar ook horizontaal een scheiding? 

‘Dat wordt wel eens vergeten. Nederlandse mijnwerkers vertelden dat bijvoorbeeld Marokkanen niet zoveel ervaring hadden met mijnwerk, te bang waren en langzamer werkten. Dan was samenwerken gewoon minder productief. Migrantmijnwerkers vertelden mij bovendien dat er een continu bewustzijn was dat ze anders waren. En je moest je mond houden, want er was altijd een dreiging dat je naar huis werd gestuurd. Maar zolang je niet zichtbaar was, meeging in de flow van de hiërarchie en deed wat er van je werd gevraagd, was het oké. Het is dus niet zo dat de inclusie van migranten in de mijnstreek vroeger helemaal vlekkeloos verliep.’

 

Voelden zij ook een koempelmentaliteit?

‘Zij noemen dat begrip überhaupt zelf niet.’

Foto: Eva Mos

In Limburg zijn best veel PVV-stemmende gemeenten. Merkte je daar iets van in de gesprekken?

‘Vaak vroeg ik aan het eind van het interview: “er is nu soms best wel veel haat tegen asielzoekers, vluchtelingen, was dat vroeger anders?” Er ontstonden soms best wel heftige discussies met mensen. Er heerst in Limburg een soort achtergesteldheidsidee, dat migranten alles maar krijgen en Limburgers worden vergeten. Als je denkt aan die zwarte bladzijde, kun je dat wel begrijpen. Die regio is eigenlijk in de steek gelaten, met name economisch. Opvallend was dat zelfs mijnwerkers die zelf zijn gemigreerd of waarvan de ouders zijn gemigreerd, negatief waren over buitenlanders.’

Het onderzoek naar koempelmentaliteit is onderdeel van het pop-up Migratiemuseum Heerlen. Dit museum is nog tot eind februari geopend. Eva Mos heeft haar bevindingen verwerkt in blogs die zijn te lezen op de website van het Migratiemuseum: www.migratiemuseumheerlen.nl.