Foto: Neonbrand (Unsplash)
wetenschap

Steun uit eigen leefomgeving cruciaal voor probleemjongeren

Dirk Wolthekker,
14 december 2018 - 11:32

‘Met je eigen wortels groei je het mooist,’ zegt orthopedagoog Levi van Dam. Vandaag promoveert hij op een onderzoek naar het belang van informele mentoren voor probleemjongeren. Ooms, tantes, buren en clubcoaches moeten uitkomst brengen.

Levi, je hebt onderzoek gedaan naar het belang van informele mentoren voor probleemjongeren. Je noemt bijvoorbeeld tantes, ooms of buurmannen. Waarom zijn die zo belangrijk volgens jou?

‘Formele jeugdhulpverleningscircuits zijn veelal tijdelijk: hulpverleners houden er mee op of krijgen andere taken en instanties kunnen verdwijnen of opgaan in andere instanties. De formele hulpverlening is vaak minder duurzaam dan een oom of tante. Bovendien kennen veel formele hulpverleners de mores van de jongeren niet. Ooms, tantes, buren of clubcoaches vaak wel, want ze zijn duurzaam aanwezig in het leven van de jongere. Met je eigen wortels groei je het mooist, die zijn good by nature. Daarom ontwikkelde ik met collega’s de zogenoemde JIM-aanpak: de Jongere Ingebrachte Mentor. Vergelijk het met de mantelzorg voor ouderen.’

Levi van Dam

Het klinkt plausibel. Is dit het einde van de formele (jeugd)hulpverlening?

‘Zeker niet. De JIM-aanpak is complementair aan de formele hulpverlening. Het gaat om het creëren van een arena of comfort, zorgen dat een probleemjongere wordt gezien, zich veilig voelt, een steuntje in de rug krijgt tijdens de adolescentie, zich erkend voelt, een luisterend oor heeft. Het formele hulpverleningscircuit blijft belangrijk als het gaat om psychologische hulp en therapie.’

 

In bijvoorbeeld Surinaamse kringen zijn tantes al langer belangrijk als hulp en mentor bij de opvoeding. Komt de JIM-aanpak daar vandaan?

‘Dat niet speciaal, maar deze manier van denken en doen heeft bij Surinaamse collega’s wel tot veel begrip geleid. De JIM-aanpak is overigens explicieter dan de aanpak in Surinaamse kringen waar iedereen vaak weet wie de specifieke mentor is van een jongere, maar dat wordt niet benoemd.’

 

Ik moet er niet aan denken een tante op mijn dak te krijgen als mentor.

‘Dan vraag je toch je oom? Mijn uitgangspunt is dat vrijwel alle jongeren wel iemand hebben met wie hij of zij een vertrouwensband heeft. We hebben een representatief onderzoek gedaan onder jongeren met en zonder problemen en daaruit bleek dat 75 procent van hen iemand heeft die hem of haar met raad en advies bijstaat. Waar het om gaat is dat de jongere aan zet komt. Die bepaalt wie zijn mentor wordt.’

‘Waar het om gaat is dat de jongere aan zet komt. Die bepaalt wie zijn mentor wordt’

En als ze dan iemand kiezen met wie de ouders bonje hebben?

‘Het is een aanpak die inderdaad tot vergroting van familieruzies kan leiden, maar ook tot de oplossing van ruzies. Van de ondervraagde ouders zei ongeveer de helft het fijn te vinden te worden geholpen in de opvoeding door een mentor. De andere helft vond het oke, maar vooral een spannend idee. Misschien omdat ze al een problematische relatie hebben met ooms, tantes of buren. Maar dan moet samen met de jongere gezocht worden naar een oplossing of een alternatief.’

 

Heeft je onderzoek tot concrete resultaten geleid?

‘Uit de resultaten van mijn onderzoek blijkt dat samenwerking met informele mentoren uithuisplaatsing kan voorkomen bij jongeren met complexe problemen. Dat is pure winst, omdat we hiermee een alternatief bieden voor een ingrijpende en kostbare maatregelen.’

 

Je zegt het zelf al: de overheid zal wel blij zijn, want je hebt een goedkope oplossing bedacht voor een complex en duur probleem.

‘Deze aanpak is ontstaan in de slipstream van de decentralisatie van de jeugdhulpverlening van de Rijksoverheid naar gemeenten. Daar ging een forse bezuinigingsoperatie mee gepaard. Zonder alle bezuinigingen om ons heen was deze aanpak misschien niet ontstaan, Een volledige uithuisplaatsing van een jongere kost 90.000 euro per jaar. Deze aanpak kost nog geen derde hiervan. Maar de financiële kant vind ik eigenlijk helemaal niet zo interessant. Waar het om gaat is dat de JIM-aanpak pedagogisch beter is voor de jongeren.’

 

Ben je zelf ook een JIM?

‘In zekeren zin wel, al ben ik het niet voor een jongere. Ik heb een 54-jarige oom onder mijn hoede met een IQ van 54. Hij is licht verstandelijk beperkt en heeft twee dochters. Ik help hem te navigeren door het leven. Ik help daarmee niet alleen hem, maar ervaar op die manier ook zelf hoe complex de hulpverlening is.’

 

Levi van Dam, Who and what works in natural mentoring? Promotie 14 december om 13.00 uur. Locatie: Aula.