Foto: Free-Photos (cc, via Pixabay)
wetenschap

‘Sommige emoties en vragen kun je beter online delen dan face to face’

Marleen Hoebe,
3 december 2018 - 15:19

Bijna elke dag delen we onze emoties online, in een appje, berichtje op Facebook of via een foto op Instagram. Vaak wordt er gezegd dat dit vooral negatieve gevolgen heeft, zoals cyberpesten of schending van privacy, maar UvA’er Carmina Rodríguez Hidalgo is het hier niet mee eens. ‘Reacties via sociale media verminderen juist stress, ook nog op lange termijn.’

‘We delen emoties heel graag,’ vertelt promovendus Carmina Rodríguez Hidalgo. ‘Als er iets ingrijpends met ons gebeurt - het maakt niet uit of dit klein of groot is, als het maar een emotie triggert - dan delen we dit het liefst nog dezelfde dag met iemand. Dit gaat om allerlei soorten gebeurtenissen, bijvoorbeeld dat je je sleutels kwijt bent, een persoon onaardig tegen je deed in de winkel of dat je een prijs hebt gewonnen. Sociale media kunnen dit contact faciliteren; je kunt er snel een heel netwerk mee oproepen en allerlei mensen mee bereiken. Als je je ouders of een goede vriend of vriendin wilt spreken, dan gaat dit veel sneller via sociale media dan face to face. Je kunt even een appje sturen, in plaats van dat je blijft wachten en de emotie alweer weggaat.’

Foto: Bram Belloni
Carmina Rodríguez Hidalgo

De media heeft veel kritiek op het delen van emoties via sociale media. Hidalgo denkt daar anders over; zij vindt dat je hier best genuanceerder over kunt doen. ‘Er wordt gezegd dat je door het online delen de essentie van bepaalde informatie verliest en dat het voor cyberpesten zorgt. Maar mensen blijven hun emoties maar online delen, daar moet wel een reden voor zijn. Er moet wel ergens een positief effect in zitten, ook al is het onbewust. Uit mijn onderzoek blijkt dat je juist veel steun kunt halen uit de reacties die je ontvangt nadat je iets online hebt gedeeld.’

 

Informatieve steun via Facebook

Hidalgo heeft op verschillende manieren onderzoek gedaan naar het effect van online emoties delen. Ze keek onder meer naar welk type steun het beste werkt voor Zuid-Amerikaanse scholieren die een belangrijke toets moeten afleggen om te bepalen op welke universiteit ze komen. ‘Deze toets is heel competitief. Je verdere carrière hangt eigenlijk van deze toets af, daarom geeft het veel stress.’ Niet alleen de toets zelf geeft stress, ook het moment dat ze de uitslag krijgen en wanneer ze te horen krijgen of ze zijn toegelaten aan de universiteit die hun voorkeur heeft.

 

‘Het blijkt dat de scholieren veel hebben aan de informatieve steun die ze op Facebook krijgen. Ze delen dan dat ze op een bepaalde universiteit gaan studeren en vragen hoe het daar is. Of ze vragen of ze wel de juiste profielkeuze hebben gemaakt. Informatie over deze onderwerpen krijgen ze niet via face-to-facecontact met hun familie, omdat die bijvoorbeeld nooit zelf hebben gestudeerd. De reacties die de scholieren ontvangen via sociale media verminderen hun stress, ook op de lange termijn.’

‘Mensen hebben sterk de neiging om empathisch te reageren, maar door cognitieve reacties voel je je juist minder triest’

Empathische en cognitieve reacties

In een ander onderzoek van Hidalgo moesten Nederlandse proefpersonen hun best doen om zich in te leven in een bepaalde situatie. Hierbij moesten ze denken aan een goede vriend die weggaat naar een ander land en dat er afscheid wordt genomen op het vliegveld. Daarna konden de proefpersonen iets op Facebook delen in een virtuele omgeving. ‘Dit onderzoek heeft veel kenmerken van het echte leven, omdat ze zelf actief waren op hun eigen pagina. Nadat ze hun bericht hadden gedeeld, kregen ze gemanipuleerde reacties binnen, bijvoorbeeld een hele empathische reactie van hoe verschrikkelijk het wel niet voor die persoon is dat zijn of haar vriend weggaat,’ legt Hidalgo uit. ‘Of ze kregen cognitieve reacties. Dit zijn antwoorden zoals: “Jammer, maar je kunt elkaar later altijd nog zien. Zo erg is het allemaal niet.” De emoties van de proefpersonen werden voor en na het delen gemeten.’

 

Dit onderzoek maakte duidelijk dat cognitieve reacties de oplossing bieden. Hidalgo: ‘De proefpersonen zijn triest doordat ze iemand “verliezen”, maar door de cognitieve reacties voelen ze zich minder triest. Toch blijkt uit ander onderzoek dat mensen sterk de neiging hebben om empathisch te reageren.’

‘Als je iets kwijt wilt op sociale media, is het belangrijk om de situatie en je gevoelens uitgebreid te beschrijven’

Bepaalde vragen beter online delen

Maar hoe kun je dan het beste online emoties delen en daar op reageren? Hidalgo heeft advies: ‘Als je iets kwijt wilt op sociale media, is het belangrijk om de situatie en je gevoelens goed te beschrijven, want mensen zien je emoties niet. Je krijgt meer nuttige antwoorden als je het uitgebreid beschrijft. Als je alleen stuurt: I’m tired of I’m bored, dan kunnen mensen je niet helpen. De mensen die reageren kunnen het beste zo reageren dat de diegene die de emotie heeft gedeeld de situatie op een positieve manier gaat bekijken. Bijvoorbeeld: “Je kunt het wel, want je zat eerder in die situatie.” Probeer met je reactie te helpen, laat ze wat leren. Als je empathie wilt tonen, kun je het beste “<3” of “!” gebruiken. Het blijkt dat gesprekspartners dit gaan kopiëren, eigenlijk net zoals je ook de lichaamshouding van een gesprekspartner in een face-to-facegesprek overneemt.’

 

Toch raadt Hidalgo het niet aan om je emoties alleen nog maar online te delen. ‘Face-to-face-contact blijft nog steeds belangrijk. Wel denk ik dat het voor bepaalde vragen beter is om die online te delen. Dit kun je dan ook het beste doen in een hele specifieke groep met mensen die zelf al de ervaring hebben doorgemaakt. Denk aan een supportgroep als je vragen hebt over een bepaalde ziekte of het moederschap als je zelf moeder bent en je vriendinnen nog niet.’

 

Morgen verdedigt Carmina Rodríguez Hidalgo haar proefschrift Bits of Emotion: The Process and Outcomes of Sharing Emotions Online in de Agnietenkapel om 12.00 uur.